Zoeken in Het Zoeklicht

Het Zoeklicht van deze maand:

Mozes vertrouwde op God

(Hebreeën 11:23-28)

Evenals Abel, Noach, Abraham en vele anderen laat ook Mozes in zijn geloofsleven zien dat hij omhoog ‘kijkt’ naar de onzichtbare God, en vooruit ‘kijkt’ naar de beloning.

Dat geloof is al te zien bij zijn ouders. Mozes wordt geboren in het volk Israël in Egypte. Op dat moment is er een gebod van kracht waarin Farao beveelt om elk pasgeboren jongetje van dat slavenvolk te verdrinken in de Nijl (Exodus 1:22). Wat doen zijn ouders? Naar wie luisteren zij?

Het geloof van zijn ouders
Zij zien dat hun zoontje ‘buitengewoon mooi’ is (letterlijk: ‘mooi voor God’, een soort overtreffende trap). Voor hen is er niets mooiers dan dit jongetje. Zij weten dat zij hem ‘te vondeling moeten leggen’, dus los moeten laten (Handelingen 7:19-21). Drie maanden kunnen zij hem verbergen en samen nadenken.
Ongetwijfeld kennen zij het verhaal van Noach, hoe God hem beveelt om een ark te maken voor zijn gezin, zodat zij veilig door het water van de dood komen. Amram en Jochebed komen tot de conclusie dat de machtige God van Noach ook hun God is! Zonder dat God hen een opdracht geeft, maken zij een biezen mandje (letterlijk: een ark!) voor één persoon, namelijk hun zoontje. Evenals Noach smeren zij het van binnen en van buiten dicht, al is dezelfde pek (letterlijk: verzoening) voor hen kennelijk niet beschikbaar. Maar hun gedachte bij deze kleine ark is precies dezelfde als die van Noach bij zijn grote ark. In dat geloofsvertrouwen ‘vrezen zij het gebod van de koning niet’ en laten hun kindje los. Zij doen dat uitgerekend op de plaats waar Farao hem wil zien: in het water van de dood. En dan wachten zij af wat God gaat doen. Dat is geloof!
Voor elke christen-ouder vandaag is hun pasgeborene de mooiste baby die er is. Maar al gauw moeten er keuzes gemaakt worden, soms in kwesties waarvan de gevolgen niet direct duidelijk zijn. En dan? Bang voor de overheid wanneer deze tegen Gods geboden ingaat? Geen sprake van (Handelingen 5:29)! Vanaf het eerste moment ontvangt een christen-ouder het kind uit Gods hand en laat het schuilen achter het bloed van de Heer Jezus. Dat is de enige grond om een kind op te voeden voor de Heer in een God-vijandige wereld.

Mozes’ opvoeding
Op een wonderlijke manier krijgen Amram en Jochebed hun kind weer terug. Zij mogen het nog enkele jaren opvoeden. Daarna moeten zij hem opnieuw loslaten. De prinses neemt hem over ‘als haar zoon’ en geeft hem de naam Mozes. Zij voedt hem op in luxe en in alle wijsheid van Egypte. De wetenschap staat dan al op een enorm hoog peil. Alleen al de bouw en de stand van de piramides plaatsen de wetenschappers vandaag nog steeds voor raadsels. Ook Mozes blijkt een prima wetenschapper te zijn (Handelingen 7:22)!
Op veertigjarige leeftijd gaat hij voor het eerst terug naar zijn eigen volk. Hij ziet dan hoe slecht zij behandeld worden, maar hoewel hij een Egyptische prins is kiest hij zonder aarzeling hun kant. Waarom maakt Mozes deze keus? Toch wel erg ondankbaar tegenover de prinses! Bovendien zou hij kunnen denken dat God hem aan het hof bij Farao heeft geplaatst ten gunste van zijn volk, zoals Mordechai dat later denkt over Esther (Esther 4:14).
In zijn eerste levensjaren is hij opgevoed in ‘het huis van zijn vader’. Daar is hem verteld dat hij hoort bij het volk van God en dat God aan Abraham grote beloften heeft gegeven over zijn nageslacht. Gods toekomstige zegen geldt niet de Egyptenaren, maar het slavenvolk Israël (Genesis 15:13,14). Díe God en dát volk heeft hij lief gekregen! En dat weegt niet op tegen alle rijkdom en kennis die hij daarna heeft ontvangen.
De eerste jaren zijn van doorslaggevend belang in de opvoeding. Zo vroeg mogelijk zal een christen-ouder samen met het kind bidden en het vertellen over God en de Heer Jezus. Dat maakt een onuitwisbare indruk! Als het daarna naar school moet en mogelijk zelfs gaat studeren, dan is er thuis een gezond fundament gelegd en kan het altijd de juiste keuzes maken.

Mozes en Christus
Mozes merkt dat het kiezen voor het volk van God smaad oplevert. Hij leert delen in hun ellende, maar dat aanvaardt hij in geloof. Dat is precies wat Christus ook doet zodra Hij op aarde komt. ‘In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd’ (Jesaja 63:9). De smaad van Mozes is dan ook ‘de smaad van Christus’. Dan gaat het er niet om hoeveel hij van Christus weet, maar dat zijn gedrag lijkt op dat van Christus. En dat zou de gemeente in Jeruzalem (aan wie deze brief gericht is) zich opnieuw moeten realiseren. Het hoort bij het christelijke leven om vervolgd te worden (2 Timoteüs 3:12).
Maar het gaat nog een stap verder. De smaad voor Mozes komt niet alleen van de kant van de Egyptenaren, maar ook van zijn eigen volk. ‘Wie heeft u tot overste en rechter over ons aangesteld?’ (Handelingen 7:27). Dat is het ultieme moment dat hij helemaal alleen staat en dan op niemand anders meer kan vertrouwen dan op zijn God, de Onzichtbare!
Stefanus vertelt dit voorval om ten slotte uit te komen bij de Heer Jezus. Hij is met name door Zijn eigen volk verworpen (Handelingen 7:52,53). Mozes is dan ook een rechtstreeks type van Christus, Die ‘geslagen wordt in het huis van hen die mij liefhebben’ (Zacharia 13:6).
In onze westerse wereld hebben wij op dit moment (nog) niet zozeer te lijden onder vervolgingen door de overheid. De meeste pijn komt van ons ‘eigen volk’, onze medechristenen. Het resultaat daarvan is helaas vaak dat gelovigen afhaken zodra hen enig onrecht wordt aangedaan. Wat missen zij ontzettend veel, want juist de weg van de vernedering hoort bij de opvoeding van God (1 Petrus 5:6)!

Het eerste pascha
Opnieuw verstrijkt een periode van veertig jaren. In menselijk opzicht weinig indrukwekkend, maar het is wél de tijd waarin God Mozes verder opleidt tot de herder die Gods kudde uit Egypte kan leiden naar het beloofde land. De plagen van Egypte blijven in de brief aan de Hebreeën buiten beschouwing, behalve de laatste nacht: ‘Door het geloof heeft hij het pascha gevierd.’
Het hele volk Israël moet zorgen dat het veilig is achter het bloed van het lam, maar de viering van het feest is gebaseerd op het geloof van één man: Mozes! Hij brengt de ernstige boodschap dat de verderfengel in heel Egypte de eerstgeborene zal doden, de trots in elk huis (Psalm 105:36). Ook in Gosen, want van nature is het volk Israël niet beter dan de Egyptenaren (Jozua 24:14). Er is slechts één redding: sprenkel het bloed van het lam op de deurposten! Alleen dán is het huis veilig.
Maar er is nog iets. In elk huis van de Israëlieten brandt licht terwijl het daarbuiten aardedonker is (Exodus 10:23). Het lam biedt niet alleen veiligheid; het zorgt ook voor licht, zoals straks het ware Lam zal doen (Openbaring 21:23). Elk christelijk huis van welke samenstelling dan ook, alleengaand of als gezin, schuilt achter het bloed van de Heer Jezus, en is een lichtbron in deze duistere wereld. Het geloof van Mozes spoort ons aan om volledig te vertrouwen op God en Zijn Woord.

Wim Zwitser

Dit is het vierde artikel over Hebreeën 11, in aanloop naar de Zoeklicht-dag 2017. Thema op deze dag is:

IK BEN er! (van Mozes naar nu)

Kom op zaterdag 7 oktober naar De Basiliek in Veenendaal. Meer info en aanmelden: www.zoeklicht.nl/zoeklichtdag