Zoeken in Het Zoeklicht

Wake up! (2) - Eén dag als duizend jaar

Wake Up! (2)

Jezus Christus zegt dat Hij zal komen als een dief in de nacht (Openbaring 3:3) voor wie niet wakker worden, maar ook dat Zijn komst ons juist niet zal overvallen als wij zullen waken (1 Tessalonicenzen 5:4). De Bijbel geeft heel veel aanwijzingen, maar ondanks de letterlijke waarschuwing om te waken horen we toch nog vaak dat we de Tijden maar beter aan God moeten overlaten. Alleen al het onderzoeken van die tijden wordt als irrelevant afgeschilderd, zonder dat we ons de vraag stellen waarom God deze tijden dan toch in de Bijbel kenbaar heeft gemaakt voor wie het wil zien.
In de komende uitgaven zullen we steeds een tijdslijn bespreken die ons kan helpen om het zicht op de komst van Christus helder te krijgen.


1 dag als 1000 jaar
Bij God is één dag als duizend jaar en duizend jaar als een dag. Voor wie deze verzen in het Oude en Nieuwe Testament leest, lijkt dit een mysterieuze en onoplosbare formulering. Omdat velen met die uitspraak niet goed raad weten, houden ze het veiligheidshalve op de gedachte dat we nooit precies weten wat voor kalender God aanhoudt. Immers, God is niet aan tijd gebonden, is de gedachte. Dat laatste is waar, maar hoe komt het dan dat zodra wij Gods Kalender aan belangrijke wereldgebeurtenissen koppelen er bijzondere patronen zichtbaar worden die Zijn Plan in hoofdlijnen blootleggen?

Schaduw van het Vrederijk
Vanaf de tijd van Adam tot aan de Kruisiging van Jezus Christus wordt ongeveer 4000 jaar geteld en sinds die tijd is inmiddels al weer bijna 2000 jaar verstreken. De Bijbel leert ons dat er na de wederkomst van Jezus Christus nog een Vrederijk zal komen dat 1000 jaar zal duren. Samen is dat 7000 jaar op Gods Kalender. Die zeven millennia komen overeen met de zeven scheppingsdagen en de zeven dagen van de week. De kleine cycli passen in de grote cyclus. De zevende dag van de week is de sabbat en dat is nu ook juist de Bijbelse schaduw van het Vrederijk. In die telling klopt het dus precies dat 1000 jaar is als een dag. Voor wie het wil aannemen: we zijn nagenoeg in het 6000e jaar aangekomen vanaf Adam.1
De profeet Hosea volgde dezelfde lijn toen hij profeteerde dat Israël weer zou worden opgericht na twee dagen. Dat proces werd ook voor de wereld heel zichtbaar vanaf het jaar 1948 op de Westerse kalender. De profeet Ezechiël beschrijft van zijn kant hoe dit oprichten van Israël in fasen verloopt.

Zeven dagen van duizend jaren
Maar er is veel bredere ondersteuning voor deze indeling op Gods Kalender: in de eeuwen voorafgaand aan de komst van Jezus Christus werden deze 6000 jaar ook al door de rabbijnen genoemd. Rabbi Elija2 leerde al dat de huidige aardse tijdsindeling door God verdeeld zou worden in 2000 jaar van chaos – de periode zonder Thora – gevolgd door 2000 jaar van de Thora en dan nog 2000 jaar voor het tijdperk van de Messias, afgesloten met een sabbatsrust van 1000 jaar. Opmerkelijk genoeg profeteerde deze rabbi daardoor al een paar eeuwen voor onze tijdsrekening terecht dat de Messias ongeveer 4000 jaar na Adam zou komen. Ook in de Talmoed wordt overigens naar deze zelfde tijdsindeling verwezen.
In de eerste eeuwen na Christus wordt de gedachte van 6000+1000 jaar opnieuw bevestigd, onder andere in de brief van Barnabas. Hoewel deze brief niet tot de westerse canon van de Bijbel behoort, geeft hij wel aan hoe men in die tijd over de Goddelijke tijdsindeling dacht. Barnabas schrijft in zijn brief dat God het werk van Zijn handen na zes dagen eindigde en dat dit niet anders kon betekenen dan dat God alle dingen na 6000 jaar tot een eind zal brengen (Barnabas 15:3-5). Barnabas stond aan het begin van het tijdvak van die 2000 jaar van de Messias, terwijl wij aan het eind van dit tijdvak leven. De vroege ‘kerkvaders’ bevestigden eveneens de tijdsindeling van zeven dagen van duizend jaren. Opmerkelijk genoeg wordt zelfs in de Koran melding gemaakt dat de Bijbel dit tijdprincipe hanteert (Soera 22:47; 32:5). Maar wat doen wij er vandaag mee?

Geestelijk beeld
Tegenwoordig horen we in de kerken nog nauwelijks spreken van de zeven scheppingsdagen en de 7000 jaar. Dat heeft vooral te maken met het theologische idee dat die de zeven dagen gezien moesten worden als een geestelijk beeld, niet als letterlijke tijd in jaren. Velen vinden het misschien wel ongepast om er nog een mening over te hebben, want een en ander gaat in tegen veel theologie van onze tijd.
De tijdslijn van de 6000+1000 jaar brengt ons vandaag écht aan het eind van die zesde dag. In de volgende uitgaven zullen we nog veel meer gedetailleerde tijdslijnen bespreken die nog meer bevestigen dat de resterende tijd kort is.

De lijdensweek
De drie perioden van achtereenvolgens 4000 jaar vóór Golgotha, 2000 jaar na Golgotha en de komende 1000 jaar van het Vrederijk komen bij God dus ook overeen met (4+2)+1 dagen. Deze combinatie verwijst én naar de scheppingsweek én naar de zeven dagen van de week, maar ook naar de lijdensweek van Jezus Christus. We zullen dit nog verder uitwerken in een toekomstig artikel over Pesach. Op deze plaats willen we volstaan met de vaststelling dat Jezus na Zijn intocht vier dagen in Jeruzalem was, voordat Hij gekruisigd werd, waarna Hij twee dagen in het dodenrijk was en aan het begin van de derde dag opstond. De cyclus van zeven dagen was rond.

Is het belangrijk om inzicht te krijgen in de tijden die God op Zijn Kalender heeft bepaald? Kennelijk heeft God redenen gehad om deze tijdslijnen kenbaar te maken: bijvoorbeeld om ons op te roepen waakzaam te zijn en ons voor te bereiden op Zijn komst, om de beschikbare tijd te benutten om Hem te leren kennen en anderen op Hem te wijzen, om met het oog op het najagen van Zijn roeping voor ons leven de juiste prioriteiten te stellen.

Arno Lamm & Miel Vanbeckevoort
www.wakeup.nu

1 Wie stelt dat de Joodse kalender pas in het jaar 5774 zit, die moet rekening houden met een foutieve weglating van 215 tot 243 jaar, naargelang de onderzoeker.
2 Deze bekende rabbi leefde ca. 200 voor Christus.


Meer informatie over die tijdslijnen vind u ook in het boek ‘Wake Up! Gods Profetische Kalender in Tijdslijnen en Feesten’.