Zoeken in Het Zoeklicht

Wat maakt het uit?!

In de zomerserie van De mensen van de kerkbladen (EO, 747 AM) was er ook een uitzending bestemd voor de hoofdredacteur van ons Zoeklicht.

Andries Knevel was wel tegemoetkomend,
maar op één vraag was er aan het eind onvoldoende tijd om het antwoord te geven. De strekking van de vraag was: “Wat maakt het nu uit voor je persoonlijk geestelijk leven of je nu wel of niet in het Duizendjarig Rijk gelooft?” Voor Feike maakte dat wel uit, maar voor Andries niet. Dit was op zichzelf niet zo verwonderlijk. Er zullen reformatorische gelovigen zijn, die zich een persoonlijk geestelijk
leven niet kunnen voorstellen buiten het kader van het Verbond, terwijl er buiten Nederland talloze gelovigen zijn, die er geen idee van hebben wat dat te betekenen heeft. Zo zijn er ook heel wat Zoeklichtlezers
die zich een rijk persoonlijk geloofsleven niet kunnen voorstellen
buiten het kader van een concrete
toekomstverwachting. Zij, die ooit door het contact met de Maranatha-
boodschap een radicale omkeer
hebben ervaren, kregen een directe
relatie met de komende Heer. Ze kregen een beter inzicht in de Bijbel en de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament. Ook duidelijkheid aangaande Israël en de Gemeente. Ze kregen zicht op al die concrete rijke toekomstbeloften,
zonder deze te moeten vergeestelijken.

Dat vergeestelijken wordt beschouwd als een verdoezelen en dat is nadelig voor je persoonlijk geloofsleven.


Voor vele traditionele gelovigen ging de Bijbel open toen men in aanraking kwam met de Zoeklicht-
boodschap. Men kende een vast patroon van Bijbellezen aan tafel, maar toen kwam het moment van een persoonlijke ontdekkingstocht.
Mijn vader, die tot in de dertiger jaren allerlei Schriftkennis
via catechesatie en jongelingsvereniging
in kant-en-klare hapjes voorgeschoteld had gekregen, ging na de tentzentzending van Johannes
de Heer c.s. en de Maranatha-conferenties in Leeuwarden zelf op zoektocht. Samen met anderen ging men toen de Bijbel in Bijbelstudiegroepen
lezen. Het was nu niet alleen maar een concentratie
op het heil in Christus, dat je toegeëigend kon worden. Niet iets waar je passief op de belofte van God kon steunen en in een overlijdensadvertentie gewag van kon maken. Het werden beloften, (ook in de vorm van profetieën), waar je dankbaar kennis van kon nemen en deel aan kon hebben. In de woorden van Johannes de Heer: ”Wie leest wat er staat en gelooft wat er staat, die heeft wat er staat.” Beloften voor de Gemeente van Christus, maar ook beloften voor Israël. Als je zo de Bijbel benadert, is dat niet alleen een overstelpende
rijkdom, maar bewaart het je voor allerlei misverstanden. Het komende koninkrijk van Christus
waarin de Satan gebonden zal zijn, kan beslist niet hetzelfde zijn als de bedeling van de Gemeente van Christus, waar wij thans in leven.
Onze bedeling ligt nog onder de macht van de Vorst der duisternis.
De hunkering om daarvan bevrijd te worden, evenals het geloof
in de toekomstige heerschappij
van Christus over deze aarde, heeft ook zijn uitwerking op ons persoonlijk geloofsleven.


Hoe heilzaam onze aanwezigheid als Gemeente van Christus in onze tijdsbedeling ook kan zijn, het zal het bij lange na niet halen bij het Vrederijk. Dat bewustzijn plaatst ons persoonlijk geloofsleven in het juiste kader. Het is zo anders als van al die gelovigen die denken dat zij het koninkrijk in het hier en nu, met de kerk tot stand moeten brengen. Door schade en schande hebben politieke partijen ontdekt
dat er in onze bedeling geen ruimte zal komen voor een theocratisch
koninkrijk. De gedachte dat de Satan nu reeds gebonden zou zijn, heeft in twintigste eeuw door o.a. de oorlogen een geweldige
deuk opgelopen. Het lezen van de Bijbel in het kader van de toekomstverwachting
heeft invloed op het persoonlijk geloofsleven. Dat persoonlijk geloof wordt versterkt
door de dingen die je om je heen ziet gebeuren. Die je in het licht van de Bijbel een plaats kunt geven. Mijn geloof in het Vrederijk maakt heel wat vraagtekens bij het lezen van de Bijbel tot uitroeptekens.
Heel wat puzzelstukjes zou je niet kunnen plaatsen als je niet zou geloven in het komende Koninkrijk.

Wat zou je veel als onbevredigend
naast je neer moeten leggen als je niet in het komende Vrederijk zou geloven. Niet in het minst als het de beloften aangaande
de toekomst van Israël betreft.