Zoeken in Het Zoeklicht

Wat weerspiegelen de Bijbelse feesten voor christenen?

In eerdere Zoeklichtartikelen werden een aantal Bijbelse voorjaarsfeesten besproken, niet als ‘cultureel interessante’ feesten, maar omdat ze een diepe betekenis hebben voor Nieuwtestamentische gelovigen in Christus.

De voor- en najaarsfeesten blijken geen Joodse feesten te zijn, maar feesttijden des Heren. Veel christenen zijn niet opgegroeid met deze feesten, omdat de kerk in de vroege eeuwen de schaar zette in de relatie tussen Israël en de Kerk, tussen het Oude en Nieuwe Testament en dus ook tussen het Oude en Nieuwe Verbond. Die zeven feesten werden beschreven in het Oude Testament en daarom heerste de gedachte dat ze niet hoorden bij de gelovigen in de Kerk.

Scheidsmuur
Historische geschriften leren ons dat die christelijke feesten nadrukkelijk door de machthebbers en geestelijken van de eerste eeuwen werden ontkoppeld van wat zij hardnekkig de Joodse feesten noemden. Alleen al uit hun uitdrukkelijke verwerping vanaf de 2e en 3e eeuw blijkt dat ze in de vroege gemeenten wel aanwezig waren. Mede onder de invloed van bepaalde ‘kerkvaders’, die aanvoerden ‘dat de Joden de Messias hadden gekruisigd’, werd de scheidsmuur tussen ‘Jood en Griek’ opnieuw opgetrokken en wilde men op geen enkele wijze geassocieerd worden met alles wat Joods was.
Wie dacht er in die eeuwen nog aan dat God het struikelen van Israël juist gebruikte om Zijn heil ook naar de heidenen buiten Israël te brengen, om zo Israël tot jaloersheid op te wekken? Maar een dwaas en onverstandig volk (Deuteronomium 32:12, Romeinen 10:19) dat deel kreeg aan dat Heil, ging zich vervolgens beroemen tegen de natuurlijke takken op de Edele Olijf en zag essentiële elementen over het hoofd, waardoor onder andere de betekenis van Gods feesttijden voor discipelschap en toekomstverwachting eeuwenlang vervaagde. Tegelijkertijd konden allerlei heidense of subjectieve theologieën ongehinderd de kerken binnenkomen, veelal zonder (Bijbels) weerwoord.

Vijf kenmerken
Om de feesten hun juiste plaats terug te geven in het leven van christenen willen we ons een aantal waarheden achter deze feesten herinneren:
1. Elk feest in de reeks is een schaduw van een Bijbelse toekomstige gebeurtenis.
2. Alle zeven feesten die in Leviticus 23 worden beschreven stellen Jezus Christus centraal.
3. De voorjaarsfeesten weerspiegelen de eerste komst van Jezus Christus.
4. De najaarsfeesten wachten op vervulling rondom de wederkomst van Christus.
5. Elk volgend feest laat een volgende en noodzakelijke schakel zien in de geloofsgroei van een christen.

Johannes de Heer schreef er in de donkerste dagen van de vorige eeuw al een uitgebreide brochure over, waarin hij haarscherp en bloemrijk verhaalde over de diepe betekenis van deze feesten, waarmee de Gemeente van Christus zicht kon krijgen op Gods Reddingsplan.1 We lopen de hierboven genoemde vijf kenmerken in hun volgorde af.

Schaduw van een Bijbelse toekomstige gebeurtenis
Opmerkelijk is dat God de opdracht gaf deze feesten te vieren. Niet als een wet, niet als een doel op zich, maar omdat elk feest een repetitie is van een specifieke toekomstige gebeurtenis in Zijn Reddingsplan. Elke van God gegeven Instructie heeft Zijn doel, soms boven ons verstand uit. God wilde diepe geloofswaarheden openbaren door deze feesten heen, niet alleen aan Israël bij de berg Sinaï, maar zeker ook aan de Nieuwe Verbondsgelovigen in Christus. De gelovigen konden op die manier het patroon van Gods Reddingsplan ontdekken en dat inscherpen in hun geloofswandel en om de feesten juist daardoor voortdurend te vieren.2 Dit zou hen behoeden voor onjuiste theologie.
God gaf ook nadrukkelijk opdracht om Zijn feesttijden op welbepaalde kalenderdagen te gedenken, omdat Hij door de geschiedenis heen bijzondere dingen op die speciale kalenderdagen deed. Op die manier zou Zijn Reddingsplan extra krachtig opvallen voor de gelovigen. Zo is Nisan 14 de dag dat:
• Izaak werd gebonden op het hout;
• het Pesachlam werd geslacht;
• Jezus Christus werd gekruisigd.

De feesten stellen Jezus Christus centraal
Al deze gebeurtenissen, die op dezelfde kalenderdagen plaatsvonden, pasten weer in schaduwpatronen die uiteindelijk hun werkelijkheid vonden in Christus. De Bijbel laat zien dat Jezus Christus al voor de grondlegging van de wereld ‘is’ (zie ook Johannes 8:58, Openbaring 13:8), maar daarmee ook dat Hij al aanwezig was in het Oude Testament. Alle patronen wezen op Hem en Hij was de Werkelijkheid van al die schaduwen!
Dat deze patronen ook aantoonbaar op gelovigen in Christus van toepassing zijn, leert ons dat christenen niet ‘gelovigen van het Nieuwe Testament’ zijn, waarbij het Oude Testament tot ‘illustratie’ is verworden, maar dat dit Oude Testament het fundament is van het Nieuwe Testament. In de tijd van Jezus op aarde en in de tijd van de apostelen was er trouwens nog geen Nieuw Testament. Jezus ontleende Zijn legitimiteit volledig aan wat er over Hem was gezegd in het Oude Testament, inclusief de feesten. Zo mag ook de Gemeente gebouwd zijn op het fundament van de apostelen én de profeten, met Christus Jezus als Hoeksteen, terwijl het fundament van de apostelen zeker te vinden is in het Oude Testament. Gods Woord is ondeelbaar.

De voorjaarsfeesten: Zijn eerste komst
Zodra we de voorjaarsfeesten (Pesach, Ongezuurde Broden, Eerstelingen en het Weken- of Pinksterfeest) gaan bestuderen, ontdekken we dat ze allemaal betrekking hebben op gebeurtenissen die echt duidelijk werden bij Zijn eerste komst. Het Pesachfeest gaat over het aanbrengen van het bloed aan de deurpost zodat de engel des doods voorbijging. Het was de basis voor uitredding uit de slavernij van Egypte. Jezus vervulde dit feest later precies op dezelfde kalenderdag en Hij liet zien dat Hij dat Pesachlam was en dat wij Zijn bloed moeten aanbrengen. Door Zijn dood en opstanding is de straf op de zonde – de dood – overwonnen, tenminste als wij achter die Deur blijven.
Jezus Christus bracht geen verbeterde versie van het Pesachfeest, Hij was al aanwezig in dat Pesachfeest. Toen Ongezuurde Broden aanbrak, ging Hij als een smetteloos Offer de dood in. Niet toevallig vond Zijn opstanding uit de dood precies plaats op de vroege ochtend van het Eerstelingenfeest. Op het bestaande Pinksterfeest kwam ook de Heilige Geest die het (hele) Woord zou schrijven in hart en verstand. De werkelijkheid in Christus is op die manier zichtbaar in de vier voorjaarfeesten.

Najaarsfeesten wachten nog op hun vervulling
Toch komt soms het argument naar voren dat christenen die feesten niet meer hoeven te vieren of te gedenken, omdat ze immers vervuld Zijn in Christus. Dat is opmerkelijk. Voor de voorjaarsfeesten geldt dat hun werkelijkheid bij de komst van Jezus Christus inderdaad duidelijk is geworden, maar nog steeds helpt de schaduwinformatie ons om hun diepe betekenis beter te begrijpen én te doen, in samenhang met de werkelijkheid die in Jezus Christus zichtbaar is geworden. Gods Woord laat zien hoe de beide betekenissen elkaar juist versterken.
Maar voor degene die van mening is dat deze feesten dan toch geen werking meer hebben omdat Christus op aarde deze voorjaarsfeesten heeft vervuld, blijft de vraag hoe het dan zit met de najaarsfeesten (Bazuinenfeest, Grote Verzoendag, Loofhutten) die nog steeds op hun volledige werkelijkheid wachten vanaf het moment dat ze door God werden ingesteld. Hier gaat de eerdere argumentatie niet op en we zitten daar dus nog in de fase van de ‘repetities’. Zo plaatst God het bazuinenfeest, dat alle schaduwinformatie in zich draagt over de opname van de Gemeente, in een specifieke Bijbelse context.
Zou dit ook met een reden zijn geweest? Mogen wij, zolang de opname van de Gemeente en de wederkomst van Christus nog op de toekomstige agenda staan, niet uitzien naar dat moment en leren van het patroon dat God daarvoor gegeven heeft? Moge daarom Zijn ‘inscherping’ van Zijn Woord, inclusief de feesttijden, gecombineerd met een voortdurende verwachting en toepassing van het geleerde, de gelovigen helpen om een helder zicht te houden op velerlei eindtijdleer en op Zijn doel met hen.

Schakels in de geloofsgroei
Dat ieder feest de Zoon van God centraal stelt mag dan duidelijk zijn, maar elk feest benadrukt ook een bijzonder aspect van Gods Reddingsplan in Jezus Christus. De exodus die het volk van Israël meemaakte, inclusief de tocht door de woestijn naar het Beloofde Land, wordt ook voor de discipel herkenbaar als hij de feesten in hun door God gegeven volgorde plaatst en vooral doorleeft.
Onze bevrijding start bij het Pesachlam dat voor ons stierf. Dat is het eerste feest dat wij persoonlijk meemaken. Jezus Christus is de Deur en wij mogen Zijn Bloed aanbrengen. Wij kunnen onszelf niet bevrijden uit ons ‘Egypte’. Er is een Sterke hand nodig die ons bevrijdt uit de handen van de farao van deze wereld.
Op Gods bevrijding van slavernij volgt dat wij als antwoord ook de zonden uit ons leven wegdoen. Dat is het beeld van het feest van de Ongezuurde Broden, toen Jezus Christus na Zijn kruisiging zonder zonde in het dodenrijk was.
Maar gelukkig, als wij Ongezuurde Broden vieren door de hartsgesteldheid om dood te zijn voor de zonde, dan nemen wij deel in Zijn opstanding, om in nieuwheid des levens op te staan en niet meer voor onszelf maar voor Hem te leven. Dat is de betekenis van het Eerstelingenfeest, waarop Jezus Christus opstond om de Eersteling te zijn van de grote Oogst die zou volgen. Dat feest verhaalt ook over de dag dat de Hebreeërs door de Schelfzee in nieuwheid des levens – en bevrijd van de farao – buiten Egypte werden geplaatst. Zij werden door het ‘waterbad’ in vrijheid overgeplaatst.
Maar wat is ‘vrij zijn’ als het nergens toe dient? Dat was dan ook de reden dat de Hebreeërs optrokken naar de berg Sinaï om daar een Verbond aan te gaan met hun God, Die hen dat Verbond aanbood. Het Weken- of Pinksterfeest neemt op die manier een belangrijke plaats in bij het sluiten van het Verbond. God schreef daar nog door Zijn Geest Zijn Instructie op stenen tafelen, maar eeuwen later zou Hij door Zijn Heilige Geest de Wet van Christus op de harten van mensen schrijven.
Het is echter ook aan ons om na onze bevrijding het Nieuwe Verbond te vieren doordat wij Gods Geest voortdurend toelaten om het hele Woord van God in ons verstand en op ons hart te schrijven, zodat Hij deze Wet van Christus vruchtbaar kan gebruiken in onze levenswoestijn, op weg naar het Beloofde Land.
De volgorde van de feesten is erg belangrijk, omdat dit Gods volgorde is. Wij kunnen niet Gods Instructie houden als wij niet eerst bevrijd zijn, maar wij kunnen ook niet stoppen bij het moment ‘dat wij uit de Schelfzee zijn gekomen’. Hoeveel betekenissen zitten er verweven in de (volgorde van) deze voorjaarsfeesten!

Moeten we de feesten echt vieren?
Veel christenen kunnen wel de schoonheid van deze feesten inzien en het patroon dat God in deze feestenreeks heeft geweven. Maar voor velen geldt toch nog dat niemand hen moet zeggen dat die feesten gevierd zouden ‘moeten’ worden, want dat zou lijken op een vorm van wettisch geloven. Dat gevoel is vooral begrijpelijk vanuit de wetenschap dat deze feesten zeker 17 eeuwen geen deel hebben uitgemaakt van de kerkelijke kalender. Maar we hadden toch zojuist vastgesteld dat deze feesten over Jezus Christus gingen en niet een wet op zich zijn? Des te opmerkelijker. Het pijnpunt ligt er ook vaak in dat sommige groepen een teruggang naar het Jodendom voorstaan en de neiging hebben te judaïseren en zich volledig op de Joodse rituelen te richten. Niet zelden nemen deze gelovigen afstand van hun kerkgemeenschap en leidt dit tot scheuringen, vergetende dat bijvoorbeeld het ritueel van het eten van ongezuurd brood niet het doel was, maar het zijn van ongezuurd brood en dat kan alleen als wij door Hem gered zijn.
Wij moeten nooit vergeten dat Paulus het voorbeeld van de Edele Olijfboom aanreikt om aan te geven dat niet-Joodse gelovigen niet als wilde olijftakken op Israël zijn geënt, maar op dezelfde stam naast naar het hart besneden Israël zijn geplaatst en dat wij geestelijke kinderen van Abraham zijn geworden, waarbij de Wet van Christus en daarmee het gehele Woord onze leidraad is geworden. Die Wet kent een hogere standaard, daarbij inbegrepen de vruchten van Zijn Geest!
Bovendien moeten we ons de vraag stellen wat ‘vieren’ nu eigenlijk inhoudt. Ja, gedenken op Zijn vaste kalenderdag kan zeker helpen om ons zicht op het Koninkrijk te verscherpen. Maar God had deze gedenkmomenten niet ingesteld als een doel, maar als een middel om Zijn Reddingsplan voortdurend in het vizier te houden, in de juiste volgorde. Vieren is dus vooral het voortdurend opnemen van de betekenis van deze zeven feesten in onze discipelschapswandel, waarbij Hij door ons heen zichtbaar mag worden. Of anders gezegd: discipelschapswandel bestaat niet uit het plichtmatig ritueel vieren, maar uit het persoonlijk doorleven van de diepe betekenis van deze feesten. We moeten dit nooit willen omdraaien. Tegelijk geven de najaarsfeesten ons een geweldig en juist perspectief op een hoopvolle toekomst. Heft uw hoofden omhoog, want de Bruidegom komt!

Arno Lamm & Miel Vanbeckevoort