Zoeken in Het Zoeklicht

Wetteloosheid en de geest van de antichrist


Ons onderwerp heeft volgens 2 Tessalonicenzen alles te maken met de openbaring van de antichrist in de periode voorafgaande aan de openbaring van Christus om Zijn heerlijk rijk van vrede en gerechtigheid op te richten. In de periode van de antichrist zal het een periode zijn van een uitbarsting van ‘ongerechtigheid’. In de statenvertaling lezen we van de ‘verborgenheid der ongerechtigheid’.

Ook al wordt de geest van de antichrist steeds duidelijker merkbaar in onze wereld, toch is de antichrist zelf nog niet geopenbaard. Er schijnt een macht te zijn, die de volle openbaring van de antichrist onmogelijk maakt. Paulus spreekt van een weerhouder. Jesaja spreekt van de Heilige Geest, als een banier die zich opricht tegen vijandelijke invloeden, die als een golfstroom binnen wilen dringen (Jes. 59:19, St.vertaling). De Gemeente als tempel van de Heilige Geest is dus een tegenkracht.


Er wordt Het Zoeklicht nogal eens verweten dat ze bepaalde hobbyteksten gebruikt om aan te tonen dat wij, christenen, niet door de Grote Verdrukking hoeven te gaan. Heel erg zou ik het niet vinden als ze mij zouden kunnen overtuigen met wat zij er tegenover stellen. Ik hoorde via een bandje een preek over Matteüs 24, waarbij de Zoeklichtvisie bestreden werd. Maar dat heeft mij niet kunnen overtuigen. Meer om wat er buiten beschouwing werd gelaten dan om wat er gezegd werd.

Men gelooft veelal nog wel in een toekomst voor Israël, maar een toekomst die bestaat uit een soort samensmelting van een bekeerd Israël met de Gemeente van Christus, aan de vooravond van de komst van Christus. Er wordt dan niet geloofd in een aparte toekomst voor Israël, dat door een massale bekering in een afzonderlijke periode klaar gemaakt wordt voor een bijzondere plaats in het Duizendjarig Vrederijk.



Je kunt Matteüs 24 toch niet lezen los van al de profetische voorzeggingen uit het Oude Testament. Of dat nu gaat om de onheilsvoorspellingen van een Grote Verdrukking of van de heilsbeloften aangaande het Vrederijk. Waar zou het huidige religieuze Jodendom haar Messiasverwachting elders aan ontlenen dan aan de overvloedige heilsbeloften in de Tenach.

Uit het artikel over het geheimenis van de Gemeente zal het u waarschijnlijk duidelijk zijn dat de profetische gedeelten van het Oude Testament geen voorspellingen kunnen zijn over de Gemeente.

De Gemeente als tempel van de Heilige Geest te beschouwen als de weerhouder van 2 Tessalonicenzen 2 maken het mogelijk om inzicht te krijgen in de mogelijkheid van gescheiden wegen tussen Israël en de Gemeente in de eindtijd. Als die gescheiden wegen hier niet liggen, waar zouden ze dan anders moeten liggen. Er wordt hier voor de christenen gesproken over de komst van Christus en “onze vereniging met Hem”. Het is geen vlucht van bange christenen, die via een bepaalde bijbelinterpretatie een oplossing zoeken om aan verdrukking te ontkomen. Wie weet, wat ons nog allemaal aan verdrukking te wachten staat alvorens deze wereldcrisis aanvangt, waarbij God de draad weer helemaal opneemt met Israël.



De Here God laat in deze periode van de Grote Verdrukking de ongerechtigheid van de wereld tot een hoogtepunt komen en hierbij worden de wereld en Israël voorbereid op het Vrederijk. In de profetische gedeelten van het Eerste Testament wordt deze periode veelal de ‘Dag des Heren’ genoemd, als inleiding op het toekomstig Vrederijk. Andere benamingen voor deze periode zijn de ‘dag van Jacobs benauwdheid’; ‘de komende toorn’; ‘de ure der verzoeking’ die over de hele wereld komen zal. Paulus had hen al in de eerste brief gezegd dat Jezus zou terugkomen om hen te verlossen van de komende toorn. Dit is onze vereniging met Hem en nog niet de komst van Christus in macht en heerlijkheid van na de verdrukking uit Matteüs 24.

De Tessalonicenzen moeten niet denken dat zij zich in die periode van de Dag des Heren bevinden, want die heeft de kenmerken van de oudtestamentische ‘Dag des Heren’, waar pas sprake van zal zijn na hun vereniging met Christus (2Tess 2:2). In die periode krijgen de vijanden van God nog even de gelegenheid om hun ongerechtigheid ten volle uit te leven.

De antichrist zal zich openbaren ‘op zijn tijd’, terwijl het geheimenis van de wetteloosheid nu reeds in werking is. Er zijn heden ten dage talrijke religieuze en minder religieuze invloeden, die als wezenlijk kenmerk hebben het ontkennen van de ‘Christus die in het vlees’ verschenen is. De Bijbel noemt dat de geest van de antichrist, die sedert de eerste komst van Christus reeds werkzaam is onder de kinderen der ongehoorzaamheid (1Joh. 4:3). We vinden die geest in vele hedendaagse bewegingen. In het bijzonder daar waar men verborgen inwijdingsrites kent. De toenemende religieuze belangstelling wordt veelal positief gewaardeerd, maar we kunnen in vele hedendaagse gebeurtenissen ontwikkelingen zien van situaties, die veel verwantschap tonen met de manifestatie van de antichrist. Veelal wordt de invloed van ‘het geheimenis der wetteloosheid’ vanuit die verborgen wereld onderschat.



Joop Schotanus