Zoeken in Het Zoeklicht

Henk Koelewijn: 'Hij is in alles bij mij!'

Jaargang: 84 - 2008, Nummer: 18
Hij was een tiener en begon net belangstelling te ontwikkelen voor het christelijk geloof en voor de kerk: de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt), toen zijn vader onder censuur kwam. Vader had een brief geschreven aan de kerkenraad. Ik weet nu nog hoe kwaad ik was: mijn vader onder censuur. Na ruim veertig jaar kwam het een keer ter sprake en toen merkte ik tot mijn verbazing hoe emotioneel ik er nog steeds over was. Ik had het weggestopt. Maar toen moest ik huilen. Henk Koelewijn (59) vertelt.

Mijn vader was hoofd van een school in Putten, waar op mij na al mijn broers en zussen zijn geboren. Ik werd als jongste in ons gezin van negen kinderen als enige in Spakenburg geboren, dat zegt de naam natuurlijk ook al. Vader is in de oorlog meegevoerd met de zeshonderd mannen van Putten. Hij kwam gelukkig na zes weken terug uit kamp Amersfoort, waar de beruchte Joseph Kotälla - ook wel de beul van Amersfoort genoemd - zijn schrikbewind voerde. Mijn vader is als bij toeval vrijgekomen. Men mocht in Putten namen aan de Duitsers opgeven van mensen die wellicht zouden worden vrijgelaten. Daar is veel gebruik van gemaakt, maar slechts achttien mannen zijn werkelijk vrijgelaten. Daar was ook mijn vader bij. Zijn naam werd opgegeven door een politieagent die toevallig mijn zusje zag toen hij het gemeentehuis uitkwam. Hij vroeg hoe het met vader was en zij begon te huilen. Toen is de agent het gemeentehuis weer binnengegaan en heeft mijn vader op de lijst laten zetten. Hij stond er nog niet op. Na zes weken kwam hij thuis, onder de luizen. Alle anderen kwamen nooit meer terug. In 1947 is ons gezin naar Spakenburg teruggekeerd, waar mijn vader een ULO opzette. Daar ben ik opgegroeid in de Vrijgemaakt Gereformeerde kerk.

Toen in 1967 de scheuring kwam in onze kerk, is dat met veel pijn gegaan. Het liep dwars door families en vriendschappen heen. Ook ons gezin raakte buiten het kerkverband. Ik herinner me heel duidelijk nog de zondag dat wij voor het eerst in een grote zaal bij elkaar kwamen voor de eerste dienst na de scheuring. Er waren wel zo’n duizend mensen. Er was een totaal andere sfeer dan voorheen. De dominee preekte heel anders dan vroeger, er was iets van een opwekking, een vernieuwing in de kerk. Het was voor iedereen nieuw en fris. Ons gezin was in zijn geheel meegekomen, maar veel andere gezinnen braken in stukken. In die woelige tijd, voor de scheuring, moest ik wel eens voor mijn vader rondzendbrieven bezorgen bij de leden van onze kerk. Ik was een stoere tiener, maar herinner me nog goed dat de deur soms voor m’n neus werd dichtgesmeten en dat ik ook wel eens een klomp naar m’n hoofd geslingerd kreeg. Dat vergeet je kennelijk nooit meer. Want nog niet zo lang geleden hadden we in de oudstenraad van onze gemeente een gesprek over de term ‘heilige verontwaardiging’ en toen kwamen ineens die ervaringen van bijna veertig jaar geleden naar boven. Dat werd op dat moment zo pijnlijk en het ging zo diep, dat ik er om moest huilen. Ik heb vroeger wel eens de term gelezen ‘Lijden aan de kerk’ en heb toen heel goed begrepen wat dat betekent. Ik heb het aan den lijve ondervonden. Ik denk dat heel veel mensen zulke ervaringen hebben in allerlei soorten van kerken en kringen.

Ik heb destijds in onze kerk - de Nederlands Gereformeerde kerk - veel jongerenwerk mogen doen. We hadden toen ook een tijd lang de zorg voor een door de oorlog zwaar gehavende Oegandese jongen, die hier verschillende keren moest worden geopereerd. Maar alles moest steeds weer door strijd heen. Dat merkte ik ook met onze dominee, die jarenlang met zijn gezin onder behandeling was geweest van een occulte genezer. Hij is daaronder vandaan gekomen, zeg maar rustig ervan bevrijd. Hij verkondigde die vrijheid ook vanaf de kansel, ook als een persoonlijke ervaring. Velen werden erdoor gezegend, de hele gemeente werd erdoor gezegend, maar toen kwam ook de tegenstand, de vijandschap. Het lijkt wel of dat erbij hoort, maar je went er nooit aan. Misschien wel omdat het van je eigen broeders en zusters komt.

We mogen al jaren werken in de evangelieverkondiging via de media. Dat is heel eenvoudig begonnen. Met de hulp van de Here mochten we een bestaande bediening voortzetten van iemand die om gezondheidsredenen moest stoppen. Het ging om kopiëren van cassettebandjes met kerkdiensten, toespraken van conferenties, uitzendingen van de EO en noem maar op. Later is dat overgegaan op cd’s. Ons werk - EVO-Media - is uitgegroeid en we zijn enige tijd geleden ook gestart met het maken en verkopen van luisterboeken. We richten ons uitsluitend op de christelijke markt, want ons doel moet evangelieverkondiging blijven. Aanbiedingen en opdrachten uit de wereld hebben we steeds afgewezen. We zien ons werk meer als een zendingsopdracht. Juist omdat de Here er steeds bij heeft geholpen, soms op heel verrassende wijze. In het begin hadden we dertigduizend gulden nodig om te kunnen starten. Die hadden we niet. En dan staat er zo maar een broeder op de stoep die dat komt brengen, zonder rente en “als je wat hebt verdiend, kijk je maar hoe je het terugbetaalt.” En dan mijn zwager en compagnon Peter, die er als technicus steeds zijn schouders onder heeft gezet en de perfecte aanvulling was voor dit werk. Het waren allemaal voor mij de goedkeuringen van God en de verhoring van ons gebed.

Twee jaar geleden vertelde de dokter mij dat ik blaaskanker had. Ik was voor onderzoek bij de specialist geweest en ging op die dag terug om deze uitslag te horen. ’s Morgens, voordat we gingen, kwam mijn zoon van 23 jaar naar beneden met zijn Bijbel in de hand. Hij zei: “Pap, ik heb een woord voor je…” en hij las mij voor: “God is ons een toevlucht en sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden”, Psalm 46:2. Het ontroerde me zo’n cadeau van mijn zoon te mogen ontvangen op deze zware dag. Hij noemde met name vers 11: “Wees rustig en weet dat Ik God ben.” Met dit woord in ons hart hoorden we de uitslag aan, met de mededeling van een tumor zo groot als een tennisbal. De rust die ik mocht ervaren was bijna bovennatuurlijk. Dat zou ik nooit hebben kunnen dromen, als ik het niet zelf ervaren zou hebben. In alle moeite die er ook is - we hebben ook wel eens gehuild, hoor - is daar die wonderlijke rust van onze hemelse Vader. Ik moet steeds onder controle blijven, maar ik weet dat alle dingen in Zijn hand zijn. Ik mocht steeds meer leren vanuit de Bijbel om het lijden te zien als leerperiode voor jezelf. Het lijden aan je kerk, het lijden aan je lichaam en welk lijden dan ook.

Toen mijn schoonouders in 1988 bij een verkeersongeluk stierven, was dat een grote klap in ons gezin. Ze waren op weg naar ons toe, maar ze kwamen nooit aan. Aangereden door een vrachtauto. We hebben direct na de begrafenis die chauffeur gesproken. We hebben hem uitgenodigd bij ons thuis en hij kwam direct, samen met zijn vrouw. Een jongeman, ze hadden net hun eerste kindje gekregen en die week zat hij voor het eerst op de vrachtwagen. We hebben er een goed gesprek over gehad. Hij zat er heel zwaar mee en veroordeelde zichzelf bijna. We hebben hem kunnen vergeven, echt uit de grond van ons hart. We hopen dat hij er weer bovenop is gekomen.

Als je weet zelf vergeving te hebben ontvangen en dagelijks uit Gods genade mag leven, dan zijn zelfs zulke ervaringen - hoe verschrikkelijk ook - nog weer tot zegen in je eigen leven. Wie Jezus voor mij is? Mijn alles… mijn God en mijn Vriend! Mijn God, omdat Hij alles in Zijn hand houdt en alles onder controle heeft: in deze wereld, maar ook in mijn persoonlijk leven. Mijn vriend, omdat Hij alles voor mij heeft gedaan wat nodig is voor mijn eeuwig heil. In Zijn lijden, Zijn sterven en Zijn opstanding. In heel mijn leven en al mijn lijden is Hij bij mij, naast mij en in mij, door Zijn Geest. Hij is alles voor mij!

Feike ter Velde