Zoeken in Het Zoeklicht

Wat als we geen elektriciteit meer hebben?

De moderne samenleving vertrouwt erop dat onze hoogontwikkelde technologie en kennis garant staan voor een veilig bestaan, nu en in de toekomst. De moderne mens heeft daar God niet meer bij nodig. Maar we beseffen niet hoe kwetsbaar onze moderne wereld is.

Op 1 september 1859 ging ineens het telegraafnetwerk in Europa en Noord-Amerika plat. Telegrafisten kregen elektrische schokken, vonken schoten langs de isolatoren op telegraafpalen en op veel plaatsen ontstond zelfs brand. Tegelijk was die dag een ongekend prachtig schouwspel van Noorderlicht of Aurora Borealis tot dicht bij de evenaar te zien.

Zonnevlekken
Die gebeurtenis is de geschiedenis ingegaan als de ‘Carrington Event’. Lord Carrington, een Engelse onderzoeker van zonneactiviteit, nam tussen 28 augustus en 2 september 1859 uitzonderlijk grote ‘zonnevlekken’ waar. Deze vlekken op de zon ontstaan door sterke magneetvelden die gebieden aan de buitenkant van de zon doen afkoelen. Grote zonnevlekken resulteren in uitbarstingen van energie, waarbij straling en geladen deeltjes de ruimte in worden geslingerd. Wanneer die deeltjes de atmosfeer van onze planeet binnendringen, veroorzaakt dat het noorderlicht. Er zijn momenten van verhoogde zonneactiviteit met een cyclus van ongeveer 11 jaar. De vorige was in 2013 en de volgende dus in 2024. Maar er is ook een langere cyclus van zonneactiviteit met grotere verschillen, die naar men veronderstelt, de oorzaak was van de ‘mini-ijstijd’ in de zeventiende eeuw toen er heel weinig zonneactiviteit was. Zonneactiviteit beïnvloedt zowel het weer als het klimaat.

Schadelijke straling
De energie en de straling die op de aarde afgevuurd worden door ‘zonnewind’ zouden zeer schadelijk zijn, ware het niet dat het magnetisch veld van de aarde ons hiertegen beschermt. Maar bij een grote uitbarsting, zoals in 1859, drukt de zonnewind het magnetisch veld in elkaar aan de kant waar ze de aarde bereikt. Dat veroorzaakte de inductie in de telegraaflijnen. Dat was lastig, maar geen ramp. Niets om zorgen over te maken als het weer een keer gebeurt, kunnen we denken. Maar niets is minder waar. Voor de mensen in 1859 was het slechts een boeiend natuurverschijnsel, maar er is een groot verschil tussen onze wereld en die van toen.

Terug naar de middeleeuwen
In 1859 stond elektriciteitsgebruik nog in de kinderschoenen en was alleen het moderne telegraafnetwerk kwetsbaar voor zo’n gebeurtenis. Nú zou zo’n zonne-uitbarsting ongekend dramatische gevolgen hebben. Het zou enorme hoeveelheden stroom opwekken in onze uitgebreide elektriciteits- en communicatienetwerken. Transformatoren zouden massaal doorbranden, centrales uitvallen, communicatienetwerken, satellieten en apparatuur vernield raken. Het zou ons moderne leven totaal verlammen en delen van de wereld, zoals Europa, Azië en Amerika, in één dag terugsturen naar de middeleeuwen. Alles zou gerepareerd of opnieuw opgebouwd moeten worden, maar aanvankelijk zonder hulp van elektriciteit. Dat zou niet dagen maar eerder jaren vergen. Hoe overleeft de moderne mens in de tussentijd zonder licht, zonder computer of telefoon? Waar haal je drinkwater vandaan zonder stroom voor de pompen? Hoe verwarm je je huis en kook je het eten? Waar haal je eten vandaan als de infrastructuur platligt? Daar moest ik aan denken toen ik eerder dit jaar in Afrika was, waar men lang zo afhankelijk niet is van moderne techniek en velen bij zo’n gebeurtenis snel terug kunnen vallen op hun traditionele manier van leven.

Uiterst kwetsbaar
Maar onze moderne wereld is uiterst kwetsbaar voor zulke onvoorspelbare natuurfenomenen. We beseffen niet hoe afhankelijk we zijn van Gods bescherming, want er is constant een bijna perfecte balans tussen allerlei natuurkrachten nodig voor het voortbestaan van onze wereld. De moderne westerse mens meent voor alles een oplossing te hebben. We denken de uitdaging van de klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden door de uitstoot te verminderen en onze dijken te verhogen. Men rekent niet met wereldwijde catastrofes, tenminste niet in onze tijd. Alles is al eeuwen hetzelfde en we troosten ons met de gedachte dat grote veranderingen eeuwen in beslag nemen. En gelukkig denken wetenschappers dat zo’n grote zonnestorm als in 1859 niet in de nabije toekomst te verwachten is. Dat is echter een valse gerustheid.

Verontrustende veranderingen
De wetenschap constateert al langere tijd dat het magnetische veld van de aarde afneemt. Tussen 1850 en 2000 bedroeg die afname 15%, maar sindsdien versnelt die afname exponentieel en bedraagt het nu minstens 5% per decennium. Wat is hier aan de hand? Geologisch onderzoek toont aan dat dit eerder is gebeurd, vaak in samenhang met een omkering van het magnetische veld van de aarde. Bij zo’n omkering wisselen simpel gezegd de magnetische noord- en zuidpool van plaats. Magnetische polen vallen nooit helemaal samen met de geografische polen en verplaatsen zich altijd enigszins. De laatste decennia versnelt die verplaatsing. Elke vijf jaar wordt er een nieuwe berekening van deze positie gepubliceerd. Dat is belangrijk, bijvoorbeeld voor de scheepvaart. In februari is deze positiebepaling echter een jaar eerder gepubliceerd dan gewoonlijk, omdat de poolpositie sneller verandert dan verwacht. De magnetische noordpool gaat versneld richting Siberië. De magnetische zuidpool verplaatst langzamer richting Australië, maar ligt al buiten het Antarctisch continent. Voorheen gingen wetenschappers ervan uit dat zo’n omkering eeuwenlang vergde. Maar in 2015 ontdekten onderzoekers van de Berkeley universiteit dat een vorige omkering (die zij 780.000 jaar geleden plaatsen) in minder dan honderd jaar plaatsvond.

Door het oog van de naald
Wetenschappers zijn verdeeld over de vraag of deze fenomenen zullen leiden tot een omkering. Bij een omkering valt het magnetisch veld van de aarde korte tijd bijna helemaal weg, wat de aarde blootstelt, niet alleen aan gevaarlijk zonnewind, maar ook aan kosmische straling. Maar afname van het magnetische veld is op zichzelf al verontrustend, omdat daardoor veel kleinere zonne-uitbarstingen dan die van 1859 al grote gevolgen kunnen hebben op aarde. Daar zijn al voorbeelden van. In 1989 veroorzaakt een ‘zonnewind’ problemen voor elektriciteitsnetwerken in Noord-Amerika. In 2015 viel door zonnewind het radarsysteem van Nieuw-Zeeland plat. Hetzelfde gebeurde in 2017 in Zweden. Dit waren relatief kleine zonneactiviteiten. In 2012 gingen we door het oog van de naald, toen een zonnestorm, zo groot als die in 1859, net langs de aarde schampte. Had het enkele dagen eerder plaatsgevonden, dan zou het rampzalig geweest zijn.

Schijnzekerheid
Eigenlijk kun je weten dat de aarde in haar huidige vorm niet ‘eeuwig’ kan bestaan. Eens zal er een supervulkaan uitbarsten en ‘ooit’ zal zelfs onze zon doven. Daar durft men over te praten, omdat het ver weg geduwd wordt in de toekomst. Daar put de mens zonder God zijn hoop uit. Het zal onze tijd wel duren. ‘Sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het vanaf het begin der schepping geweest is’ (2 Petrus 3), zeiden spotters 2.000 jaar geleden. Dat is zelfbedrog en schijnzekerheid. ‘Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun… een plotseling verderf’. De aarde heeft in haar geschiedenis catastrofes meegemaakt. De meteoorinslag waarvan men denkt dat deze de oorzaak was van het verdwijnen van dinosauriërs, gebeurde plotseling. De zondvloed kwam plotseling. Aardbevingen en tsunami’s komen onaangekondigd. Houden we er rekening mee of verschuilen we ons achter ‘wishful thinking’, dat er geen wereldwijde rampen zullen plaatsvinden tijdens ons leven?

Gods oordelen
De moderne mens denkt deze wereld in handen te hebben. Terecht maken we ons zorgen over de klimaatverandering en ons aandeel daarin. De cultuuropdracht die de Here gaf aan Adam, geldt nog steeds. Bewerken we Zijn schepping op een verantwoorde manier? Het is arrogant te denken dat wij de toekomst van deze wereld in onze hand hebben.
De Bijbel spreekt ondubbelzinnig over eindtijdtekenen op- en om de aarde. In Jesaja 24 kondigt God aan dat de aarde zal waggelen en breken onder zijn oordelen. Christus verwijst daarnaar als Hij zegt: ‘Er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren en op de aarde radeloze angst’. Sommige willen dit vergeestelijken of verwerpen het als ‘pessimisme’. Nee, het is een realistische lezing, omdat het Christus op Zijn Woord gelooft. En het is juist optimisme, want het vervolg is dan ook letterlijk: ‘En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid’ (Lukas 21:27). Gods oordeelsprofetieën ontkennen of vergeestelijken is een ijdele ontsnappingsroute zonder grond in de Bijbel.

Gods beloftes: onze hoop
Niet duurzaamheid biedt ons echte hoop; dat is hoogstens een voorbijgaande zegen. Echte hoop ligt alleen in het feit dat God deze wereld in Zijn hand heeft, hoe groot ook de bedreigingen van binnenuit en van buitenaf. Hij is onze toevlucht, zegt de psalmist. ‘Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatst zich de aarde, al wankelen de bergen...’ (Psalm 46:3). We lezen en zingen het, maar geloven we het ook? Of zien we het alleen als een mooie beeldspraak, iets dat nooit letterlijk zal gebeuren? God geeft ons in Zijn Woord alle reden om te geloven dat zulke enorme benauwdheden zullen komen. We zien tekenen van de eindtijd om ons heen, in de cultuur, in de gemeente en natuurlijk in Israël. We zien ze ook in de kosmos. Maar wij mogen weten dat, als we deze dingen zien gebeuren, de verlossing nabij is. We hoeven niet te vrezen. Alleen Hij kan een waggelende aarde tot rust brengen. En Hij heeft zelfs een nieuwe aarde en een nieuwe hemel beloofd. Wat een geweldig God is Hij!

Hans Frinsel