Zoeken in Het Zoeklicht

De opname (4)

In het vorige nummer kon u lezen over de ‘zalige hoop’ (Titus 2:13). Dat betekent dat we in de sfeer van God, het Vaderhuis gebracht zullen worden. Deze enorme troost werd voor velen ervaring toen het stervensuur naderde. Het gaf honderden tot duizenden martelaren hoop en troost toen ze geslagen werden door hun vervolgers, of zelf onder wrede omstandigheden uit het aardse leven gebannen werden. Dat gebeurde allemaal op verschillende momenten in de kerkgeschiedenis. De opname zal op één moment, zo snel als het knipperen van het oog, plaatsvinden. Weten we wanneer dat zal zijn?

Grote Verdrukking
De Here Jezus spreekt van de ‘grote verdrukking’ die over de wereld komen zal (Matteüs 24:21-22). Andere uitdrukking voor deze verschrikkelijke tijd zijn:
‘De dag van hun ondergang’ (Deuteronomium 32:35; Obadja :13)
‘De dag van de wraak van onze God’ (Jesaja 61:2)
‘Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jeremia 30:7)
‘Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang’ (Daniël 9:27)
‘Het zal een benauwde tijd zijn’ (Daniël 12:1)
‘Een dag van verbolgenheid is die dag, een dag van benauwdheid en angst’ (Sefanja 1:15)
‘De komende toorn’ (1 Tessalonicenzen 1:10)
‘Het uur van de verzoeking die over de hele wereld komen zal’ (Openbaring 3:10)
We willen in een later stadium ook schrijven over deze verschrikkelijke periode en haar nauwkeuriger onderzoeken. Voor ons is nu de vraag aan de orde of we als gemeente die dag of periode, of een deel daarvan moeten meemaken? Mijn antwoord op die vraag is kort en helder: Neen, de gemeente zal de periode van Grote Verdrukking niet meemaken. Daarvoor heb ik verschillende argumenten.

Doel van de toorn
Veel mensen verwarren het doel van de Grote Verdrukking met het feit dat de wereld gebroken is, waardoor er veel lijden is gekomen. Het lijden in de tegenwoordige tijd is gevolg van de zonde. Mensen doen elkaar vreselijke dingen aan. De aarde zelf is vervloekt, ze levert doornen en distels. De aarde beeft, de zon steekt, de koude is soms ‘killing’. En veel boosheid die in harten van mensen is gekomen, richt zich vooral op hen die in deze wereld een getuige zijn van die betere wereld die komen gaat: Gods kinderen en Gods volk Israël. Zo kennen we de geschiedenis van de kerk als een geschiedenis met veel vervolging en met martelaren op brandstapels en het Joodse volk heeft nog een veelvoud aan lijden moeten ondergaan.
De Grote Verdrukking heeft echter een heel andere oorzaak. Deze is gelegen in het directe straffend handelen van de Here God in het bijzonder door de Here Jezus! Opvallend is dat de mensen in die tijd wanneer dat gebeurt, dat ook weten. In Openbaring 6:16,17 staat geschreven: ‘en zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?’ (HSV).
Zoals de mensen straks weten dat Gods hand in de verschrikkelijke dingen gezien moet worden, zo mogen gelovigen vandaag weten dat zij daarvoor bewaard zullen blijven. Waarom? Niet op grond van werken, of omdat we het verdiend zouden hebben. We hebben niet verdiend dat God in het vlees tot ons kwam. We hebben geen Heiland verdiend, evenmin Gods Geest die in ons woont. We hebben niet verdiend straks een plaats te krijgen in het Vaderhuis. Alles is op grond van Gods liefde en genade en daar hoort ook bij dat we bewaard zullen worden vóór de ure der verzoeking die over de hele wereld komen zal. Laten we luisteren naar wat Paulus schrijft: ‘Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid, door onze Heere Jezus Christus’ (1 Tessalonicenzen 5:9, HSV). Dit wordt geschreven aansluitend op het hoofdstuk over de opname. Hoe prachtig is dit alles. En duidelijker dan Paulus hier schrijft, kan het niet gesteld worden: ‘God heeft ons niet gesteld tot toorn’! De toorn, Gods straf die voor u en mij bestemd was, werd op Golgotha door onze Heiland gedragen. Geen rechter op aarde spreekt tweemaal een vonnis uit voor hetzelfde vergrijp, zal de hemelse rechter dan onrechtvaardig zijn? Zo heeft de Here God ons in en door het werk van Jezus Christus genade geschonken, eens voor altijd. De wereld die deze genade afwijst, zal op de dag van Zijn toorn en de toorn van het Lam vreselijk gestraft worden. De bedoeling van de toorn is dus om de aarde en haar bewoners te straffen voor ongeloof in het Lam van God. Wij zijn daar vrij van.

Openbaring 3:10
De Bijbel is helder over deze dingen. Johannes mag ons in Openbaring 3:10 schrijven: ‘Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal ook Ik u bewaren voor het uur van de verzoeking die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken’ (HSV).
Lees dit nog eens rustig en laat het tot u doordringen wat er staat. Het is een belofte aan gelovige mensen: mensen die het woord van God bewaard hebben, mensen die het heilsaanbod in de Here Jezus door geloof als zekerheid in hun hart hebben mogen sluiten. Voor hen is de belofte bewaard te worden voor het uur van de verzoeking die komen zal. Er zit zelfs impliciet een tegenstelling in deze zin, we horen de woorden: ‘hen die op de aarde wonen’. Die aardbewoners moeten blijkbaar onderscheiden worden van hen die niet meer op de aarde wonen, dat zijn zij die voor de ure der verzoeking zijn weggenomen. Voor hen die op de aarde wonen komt dus die vreselijke verzoeking.
We letten ook op het woordje ‘voor’ in het zinsdeel ‘voor het uur van de verzoeking’. Dit woordje ‘ek’ (Grieks) komt meer dan 800(!) keer voor in het Nieuwe Testament. Het wordt vertaald door ‘uit’, ‘van’ of ‘voor’, dan wordt gedoeld op een scheiding die bewerkt wordt bijvoorbeeld: ‘balk uit het oog’ (Matteüs 7:5); ‘uit de graven’ (Matteüs 27:53); ‘uit mijn mond spuwen’ (Openbaring 3:16).
In de Studiebijbel lezen we (1379) ‘Een apart geval is het als ‘ek’ niet zozeer een oorsprong aangeeft als wel een invloedssfeer waar men buiten blijft (nadruk HS), in uitdrukkingen als: bewaren ‘voor’ de ure der verzoeking (Openb. 3:10), zich bekeren ‘van’ hoererij (Openb. 2:21), vrij zijn ‘van’ allen of alles (1Kor. 9:10)’ (einde citaat).
Duidelijk is dat gelovigen geen deel hebben aan de verkeerde dingen die genoemd worden, daar blijven zij voor bewaard, daar blijven zij buiten. Allen die bij de wereld horen zullen niet buiten die vreselijke tijd van Grote Verdrukking blijven. Om er buiten te blijven moet men uit de wereld weggenomen worden. Bent u bewaard voor de toorn van God die komen gaat? Zult u buiten die verschrikkelijke oordelen blijven. Zal de toorn van het Lam u niet treffen? Dan hoort u met mij tot allen die vol verwachting uitzien naar het moment dat de hemel voor ons open zal gaan. Dan zullen we onze Heer ontmoeten, wat een zalige hoop.
Maranatha, Jezus zal zeker komen.

Ds. Henk Schouten