Zoeken in Het Zoeklicht

Openbaring 1

Openbaring van Jezus Christus

Bijna alle Bijbelvertalingen noemen dit Boek ‘de Openbaring van Johannes’. Terwijl de oorspronkelijke titel ´Openbaring van Jezus Christus’ is. In de tweede eeuw werd de titel veranderd in de naam van ‘de discipel die Jezus liefhad’ (Johannes 21:20). Waarschijnlijk om dit profetische Boek te onderscheiden van allerlei andere, zogenaamd apocriefe ‘Openbaringen’ die er in de vroege Kerk bestonden. Laat er geen twijfel over bestaan, God is de auteur van de gehele Bijbel, zo ook van het laatste Bijbelboek.

Toen Johannes verbannen werd naar het eiland Patmos was het Joodse volk al 26 jaar verstrooid. Ook waren de tempel en de stad Jeruzalem verwoest door het leger van de Romeinse vorst Titus (70 n.Chr). Als enige van de twaalf leerlingen van Jezus stierf de apostel Johannes een natuurlijke dood. Hij kreeg de Openbaring toen hij ongeveer 100 jaar oud was en was toen als enige apostel nog in leven. Hij is ook de schrijver van het Evangelie naar Johannes en van de drie brieven van Johannes. Dat blijkt wel als we de volgende drie teksten met elkaar vergelijken: Openbaring 1:2; Johannes 1:1 en 1 Johannes 1:1.

Dienstknecht van God
De profeet Johannes heeft hetzelfde gezag als de profeten uit het Oude Verbond. Openbaring lijkt, ook inhoudelijk, op een aantal profetische Boeken uit het Oude Testament, zoals die van Jesaja, Ezechiël en Daniël. Als volkomen toegewijde dienstknecht van de Heer werd de ziener op Patmos waardig bevonden, om hetgeen hem getoond werd aan Jezus’ volgelingen door te geven (Openbaring 1:11). Het is een profetische boodschap van bemoediging, vermaning en oordeel, waarin Jezus Christus de aarde terugvordert en Zichzelf aan Israël en de volken openbaart.
Openbaring blijft fascinerend. Het toont ons namelijk het scenario van de ‘laatste dagen’, wat niets minder is dan van te voren geschreven geschiedenis door God. Je raakt er nooit over uitgelezen. Het blijft meeslepend en vernieuwend!

De Goddelijke sluier weggenomen
Openbaring betekent ‘onthulling’ of ‘tevoorschijn’ komen. In dit Boek gaat het niet alleen over de Openbaring van Jezus Christus, want ook de duivel en zijn trawanten zullen zich dan moeten openbaren. Tegen Daniël werd nog gezegd: ‘houd de woorden verborgen, en verzegel het boek tot de eindtijd’ (Daniël 12:4). Maar tegen Johannes het tegenovergestelde: ‘Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij’ (Openbaring 22:10; vgl. met 1:3).
Het is belangrijk dat de Gemeente het profetische Woord onderzoekt en dat verkondigt (Openbaring 1:3). Zij hoort in de verwachting te leven dat de Here Jezus elk moment kan komen. De opname! Jakobus zegt: ‘Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur’ (Jakobus 5:9; vgl. 1 Tessalonicenzen 1:10). Zijn komst is nabij, dat vraagt om een heilige levenswandel en waakzaamheid (1 Johannes 3:2-3; Marcus 13:29).

Christus staat centraal
Niet alleen in Openbaring, in het gehele Woord staat Christus centraal, bijvoorbeeld als het gaat om Zijn komst en wederkomst en Zijn lijden, sterven en opstanding. Ook Zijn ambten, zoals die van Profeet, Hogepriester en Koning, komen rijkelijk aan bod in Gods Woord. Bijzonder is dat wij nu al mogen delen in Zijn koninklijk priesterschap en levende stenen zijn van een woonstede Gods in de Geest (Openbaring 1:6; 1 Petrus 2:5-9; Efeziërs 2:21). Als Jezus wederkomt met de wolken en elk oog Hem zal zien, dan komt Hij niet als Lam, maar als Koning en zullen ook wij met Hem regeren (Openbaring 20:6).

De Dag des Heren
De apostel kwam in vervoering des geestes in ‘de Dag des Heren’. Dit is niet de zondag, of de Sabbat, of een dag van 24 uur. Het is namelijk een periode waarin Gods oordelen openbaar worden. In Jesaja 13:6 staat: ‘Jammert, want de Dag des Heren is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige’ (vgl. Sefanja 1:14-16; Amos 5:18-20). Profetisch heeft deze Dag alles te maken met Jezus’ wederkomst en het Duizendjarig Rijk. Christus’ Koninkrijk kan niet eerder gesticht en gegrondvest worden, voordat Hij deze aarde heeft bevrijd en gereinigd van de grote bezetter. God zij dank, het is nog steeds genadetijd, omdat God wil ‘dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen’ (1 Timoteüs 2:4).

De verheerlijkte Zoon des mensen
Toen de profeet Johannes de verheerlijkte Zoon des mensen zag, kwam er grote vrees over hem. Johannes zag dat Christus’ heerlijkheid in de hemel anders is dan toen Hij op aarde was. Paulus zegt: ‘Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer’ (2 Korintiërs 5:16b). In Openbaring 1:12-16 omschrijft de ziener Zijn Koninklijke verschijning en waardigheid op een indrukwekkende wijze:
• Te midden van de gouden kandelaren
• Als een Mensenzoon
• Met een voetenreikend gewaad
• De borsten omgord met een gouden gordel
• Met haren, wit als wol
• Met ogen als een vuurvlam
• De voeten gelijk koperbrons
• Een stem als het geluid van vele wateren
• Met zeven sterren in Zijn rechterhand*
• Een tweesnijdend zwaard kwam uit Zijn mond
• Het aanzien, gelijk de zon schijnt in haar kracht
* Het is een mogelijkheid dat de zeven sterren de voorgangers van de zeven gemeenten uitbeelden. Het Griekse woord voor engel is ‘boodschapper´.

Hoe te verdelen?
De sleuteltekst van Openbaring vinden we in hoofdstuk 1:19. Johannes moest opschrijven:
‘Wat u hebt gezien’ dat gaat over de verschijning van de Zoon des mensen tussen de zeven kandelaren, die de voltallige Kerk op aarde uitbeelden (Openbaring 1).
‘Wat is’ is gericht tot de toenmalige zeven plaatselijke gemeenten. De zeven zendbrieven hebben waarschijnlijk ook betrekking op zeven opeenvolgende periodes van de Kerkgeschiedenis. In geestelijk opzicht kunnen we van elke gemeente leren en zijn de zeven zendbrieven voor alle tijden toepasbaar: ‘Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt’ (Openbaring 2:7,11,17,29 en 3:6,13,22).
‘Wat hierna zal gebeuren’ is toekomstig, voor de tijd na de opname van de Gemeente. Daarom is Openbaring na hoofdstuk 4 zoveel Joods (Openbaring 4-22).

In de zeven brieven richt de Heer Zich Persoonlijk tot de zeven plaatselijke gemeenten van toen, terwijl er in die tijd meer waren. Dit heeft een diepere betekenis. Een bekende gemeente die er toen ook was is bijvoorbeeld die van Kolosse, waar Paulus een brief aan heeft geschreven. Deze wordt in Openbaring niet genoemd, omdat die vanwege haar ‘karakter’ niet toepasbaar was in de profetische tijdlijn van de Kerk in de loop der eeuwen.
In mijn volgende artikel zal ik het gaan hebben over de zeven gemeenten.

Jeep van der Schoot