Zoeken in Het Zoeklicht

De zaligsprekingen in de Openbaring (4)

Jaargang: 77 - 2001/02, Nummer: 26
“Zalig zij, die genodigd zijn tot het Bruiloftsmaal van het Lam”
Openbaring 19:9


De vierde zaligspreking heeft betrekking op een heel belangrijke gebeurtenis in het laatste bijbelboek, een bijzonder blijde gebeurtenis ook, namelijk de bruiloft van het Lam. Nadat het grote Babylon is geoordeeld, is er blijdschap in de hemel en wordt de ware bruid ten aanschouwen van de hemelbewoners verbonden met het Lam. d.i. Christus als de gestorven en opgestane Here (vgL openbaring 5). Hij heeft Zijn bruidsgemeente gekocht met de prijs van Zijn eigen bloed. De laatste hoofdstukken van de Openbaring concentreren zich op deze twee zo totaal verschillende 'bruiden', deze beide belangrijke 'steden': de ene de stad van de mens in al zijn religieuze verdorvenheid. de andere de stad van God in al de stralende heerlijkheid die Hij haar verleent!

Er zijn twee dingen die opvallen bij het lezen van Openbaring 19. Als wij deze gebeurtenis, de bruiloft des Lams, bezien in het verband van het hele hoofdstuk, is het duidelijk dat de bruiloft plaatsvindt in de hemel. Het is een grote menigte in de hemel die eerst de val van Babylon bezingt en daarna de bruiloft des Lams aankondigt. Daarna wordt de hemel geopend en daalt Christus neer vanuit de hemel, gevolgd door de legerscharen. 'die in de hemel zijn' (19:14). Het is waar dat zij niet neerdalen uit de hemel als bruidsgemeente en Bruidegom, maar in een andere gedaante: die van een leger en zijn Aanvoerder. Maar het is duidelijk dat het om dezelfde personen en dezelfde Here gaat. Hieruit volgt dat de bruidsgemeente voordien reeds in de hemel moet zijn opgenomen, om dan na de oordelen van de Grote Verdrukking samen met Christus in heerlijkheid te kunnen verschijnen.

Met de nódiging tot de bruiloft ligt het anders: deze vindt plaats op aarde en wel in de huidige genadetijd. De vergelijking met de uitnodiging tot het koninklijke bruiloftsmaal in Matheüs 22 ondersteunt deze gedachte (zie ook Lucas 14).

Wij moeten de uitnodiging tot het feestmaal kennelijk in verbinding brengen met de prediking van het Evangelie in deze tijd. Gaan wij in op het aanbod dat God ons doet en accepteren wij het bruiloftskleed dat Hij ons aanbiedt? Dan zijn wij 'zalig' en kunnen wij als gelukkige en vernieuwde mensen deelnemen aan de 'maaltijd' die Hij voor ons heeft bereid.

Nog is er plaats, ook voor u! Alle dingen zijn gereed, het werk van de verlossing is volbracht, maar de vraag is of u wilt komen en gehoor wilt geven aan de blijde boodschap van Gods genade! Er is ook nog een andere toepassing te maken in verband met de maaltijd die wij als Gods Gemeente mogen vieren ter gedachtenis van onze Heiland. Het aanzitten aan de maaltijd des Heren in deze tijd is een voorsmaak van de vreugde die ons te wachten staat bij het deelnemen aan het hémelse bruiloftsmaal. Onze aanbidding zal dan volkomen zijn.

Verder is het nog van belang om het onderscheid te zien tussen de bruidsgemeente zelf en de Oudtestamentische genodigden. Johannes de Doper behoorde tot deze laatste categorie volgens zijn eigen getuigenis in Johannes 3:29-30. Als de voorloper van de Messias was hij een vertegenwoordiger van de oude bedeling. Hij noemde zichzelf de vriend van de Bruidegom, d.i. de Here Jezus.

Christus is de Bruidegom en Hij heeft de bruid(sgemeente), maar er zijn ook nog anderen die délen in hun vreugde. Dat zijn de vrienden van de Bruidegom. Hierbij gaat het in feite om alle Oudtestamentische gelovigen (denk bijvoorbeeld ook aan Mozes en Elia die aan Christus verschenen en met Hem spraken over de uitgang die Hij zou volbrengen in Jeruzalem). Zij zullen eveneens deelhebben aan de eerste opstanding, daardoor zullen zij als hemelse heiligen het bruiloftsmaal van het Lam kunnen bijwonen.

H. Bouter