Image

Serie: ‘De impact van de maranatha-verwachting’

...

Deel 1

De maranatha-verwachting brengt ons dichter…

- bij Gods Woord (1)

- bij God Zelf (2)

- tot Gods volk (3)

- bij de verloren-gaande wereld (4)

Terwijl wij ons losser maken van…

- de wereld (5)

- de zonde (6)

- het onrecht (7)

- het eigen ik (8)

Serie: ‘De impact van de maranatha-verwachting’

In deze serie ontdekken we dat de maranatha-verwachting, de komst van de Heere Jezus, effect heeft op ons leven hier en nu en ons verandert! Dat was ook de kern van de boodschap van Johannes de Heer, de oprichter van Het Zoeklicht. Hij vatte het als volgt samen:

De maranatha-verwachting brengt ons dichter bij Gods Woord (deel 1)

Wat een groot voorrecht dat wij vandaag de Bijbel hebben in onze eigen taal. Soms beseffen we niet hoe bijzonder dat is. De Bijbel is geen gewoon boek, maar het levende Woord van God. Op elke bladzijde spreekt Hij tot ons. Wie de Bijbel leest, ontdekt het wonder van Gods openbaring. De Schepper van hemel en aarde laat Zich kennen. In Psalm 19 staat: ‘De hemel vertelt Gods eer, het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen.’ De schepping laat iets zien van Zijn grootheid, maar in de Bijbel horen we als het ware Zijn stem. Alleen daar openbaart Hij Zich zoals Hij werkelijk is.

De Bijbel vertelt ook Gods geschiedenis met de wereld, want door de Bijbel zien we Gods weg met de wereld. Al in Genesis 3 belooft Hij een Redder. Hij spreekt tot Abraham, Mozes en de profeten. En in de komst van de Heere Jezus zien we het hart van dat plan, want alles komt samen in Hem. Hij is het Woord dat vlees werd (Johannes 1:14). In Hem zien we God Zelf.

Het Woord is Gods stem

De Bijbel is dus niet een verzameling oude verhalen of mooie gedachten van mensen. De apostel Paulus schrijft: ‘Heel de Schrift is door God ingegeven’ (2 Timotheüs 3:16). God heeft er Zijn adem ingelegd (letterlijk ‘ingeblazen’). Daarom spreekt Hij wanneer wij lezen. Zijn Woord laat niet alleen zien wat waar is, maar vooral Wie Hij is. De Heere Jezus zegt: ‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt’ (Johannes 17:3). De Bijbel is dus geen aanvulling op het geloof, maar de Bron ervan. Wie God wil kennen, moet luisteren naar Zijn Woord.

Het Woord vertelt Wie er komt

Alles wat we weten over Jezus’ wederkomst komt uit de Bijbel. Hij Zelf heeft beloofd dat Hij terugkomt: ‘Want nog een korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven’ (Hebreeën 10:37). Dezelfde Jezus Die aan het kruis stierf en opstond uit de dood, zal terugkomen als Koning. Door de Bijbel leren we Zijn trouw, Zijn liefde en Zijn beloftenkennen. Zonder het Woord zouden we alleen maar gissen Wie de Heere Jezus is en hoede toekomst eruitziet. Daarom is het zo nodig dat de Bijbel openligt. Niet alleen opzondag, maar ook thuis, aan de keukentafel, in een stil moment of samen met anderen.

Het Woord voedt ons verlangen

Soms merken we weinig van het geloof. Drukte, zorgen of vermoeidheid kunnen de hoop op de toekomst wegnemen. Juist dan helpt de Bijbel ons. Paulus zegt: ‘Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God’ (Romeinen 10:17). Wanneer we lezen, spreekt God opnieuw tot ons hart. Een psalm in de ochtend of een tekst ’s avonds herinnert ons aan Zijn trouw. Zo houdt Hij ons geloof levend. Door Zijn daden in het verleden, groeit ons vertrouwen voor de toekomst. De Bijbel wekt het verlangen dat Hij werkelijk komt.

Het Woord houdt ons nuchter

Rond de wederkomst van de Heere Jezus bestaan veel meningen en voorspellingen. Maar de Heere zegt: ‘Van die dag en dat uur weet niemand’ (Mattheüs 24:36). Het Woord brengt rust. Het leert ons niet rekenen, maar verwachten. Niet bang zijn, maar klaar zijn. Het gaat er niet om dat we alles precies begrijpen, maar dat we dicht bij de Heere blijven. Dit helpt ons nuchter te blijven in een tijd vol nieuws, meningen en theorieën. Niet wat mensen zeggen, maar wat God zegt, geeft zekerheid. ‘Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig’ (Jesaja 40:8). Dat Woord blijft betrouwbaar, ook als alles om ons heen verandert.

Het Woord leert ons anders kijken

Wie met de Bijbel leeft, leert met andere ogen kijken. De dingen van nu blijven belangrijk, maar krijgen hun juiste plaats. Paulus schrijft: ‘En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is’ (Romeinen 12:2). Dat gebeurt wanneer we tijd nemen voor Gods Woord. Dan leren we wat echt telt: liefde, geloof, gerechtigheid, trouw. En we beseffen dat dit leven niet het eindpunt is. Een vers dat je ’s morgens leest, kan je de hele dag bijblijven. Bijvoorbeeld in een moeilijk gesprek, op je werk, of in een moment van zorg. Zo vormt de Bijbel ons denken, stap voor stap. Wie leert kijken met de ogen van de Schrift, leeft met meer rust en hoop.

Het Woord bereidt ons voor

De Heere Jezus roept ons vaak op om te ‘waken’. Hij zegt: ‘Zalig zijn die slaven die de heer bij zijn komst wakend zal vinden’ (Lukas 12:37). Waken betekent niet gespannen afwachten, maar leven in verbondenheid met Hem. Dat leren we niet vanzelf, maar wel door dagelijks naar Gods stem te luisteren. Door Zijn Woord bemoedigt Hij, vergeeft Hij en wijst Hij ons de weg. Wie leeft met het Woord, leeft met verwachting. Zo bereidt God ons voor op de dag dat Jezus komt.

Het Woord eindigt met belofte

Van Genesis tot Openbaring getuigt de Bijbel van Gods trouw. ‘Zie, Ik kom spoedig; houd vast wat u hebt’ (Openbaring 3:11). Dat zegt de Heere Jezus Zelf. Zijn Woord is een levend getuigenis van wat Hij nog zal doen. Elke keer dat we de Bijbel openen, horen we opnieuw Zijn belofte. Elke keer dat we lezen, komt Hij als het ware dichterbij. De maranatha-verwachting leidt ons dus niet weg van de Bijbel, maar juist ernaartoe. Wie Zijn komst verwacht, zal Zijn Woord openen. En wie Zijn Woord opent, zal Zijn komst verwachten. Laten we daarom vasthouden aan Zijn Woord!

Gespreksvragen

 Paulus zegt dat we niet aan deze wereld gelijkvormig moeten worden (Romeinen 12:2). Wat betekent dat concreet in jouw werk, gezin of omgang met anderen?

 In 2 Timotheüs 3:16 staat dat de Schrift ‘door God is ingegeven’. Wat zegt dit over de manier waarop wij met de Bijbel omgaan?

 Hoe helpt het Woord jou om uit te zien naar Zijn komst, zonder te verdwalen invoorspellingen of angst?

 Wat kun jij doen om vaker of bewuster tijd te nemen voor het lezen van Gods Woord?

De volgende keer: de maranatha-verwachting brengt ons dichter bij God Zelf.

Joël Oosterhagen

Deel 2

De maranatha-verwachting brengt ons dichter bij God Zelf (deel 2)

Wie uitziet naar de komst van de Heere Jezus, denkt al snel aan iets wat nog moet gebeuren. Toch laat de Bijbel zien dat deze verwachting niet alleen over later gaat, maar juist ook over vandaag. De maranatha-verwachting wekt in ons een verlangen naar een Persoon. Het brengt ons dichter bij God Zelf.

Geloof is niet alleen een overtuiging, maar een dagelijkse omgang met de Heere Jezus. De vraag is niet alleen of wij geloven dát Hij komt, maar ook of wij met Hem leven terwijl wij op Zijn komst wachten.

Verwachting groeit door relatie

In gewone menselijke relaties herkennen we dit direct. Als je iemand echt kent en liefhebt, leef je anders toe naar een ontmoeting dan wanneer het om een onbekende gaat. Wie iemand mist, denkt regelmatig aan die persoon. En wie weet dat een geliefde komt, kijkt daar bewust naar uit, maakt tijd vrij en verlangt naar de ontmoeting. Zo werkt het ook in het geloof. De verwachting van Jezus’ komst groeit niet uit nieuwsgierigheid of interesse in de toekomst, maar uit relatie. Jezus zegt: ‘Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt’ (Johannes 17:3). Dat kennen is niet afstandelijk. Het is leven met Hem. Wie de Heere Jezus nu leert kennen, bouwt aan een vertrouwde relatie. Juist daarom maakt de verwachting van Zijn komst het contact van vandaag intenser. We leven bewuster met Hem, zoeken Hem vaker en laten onze keuzes door Hem bepalen.

God wil niet op afstand blijven

De Bijbel laat steeds opnieuw zien dat God dichtbij wil zijn. Hij openbaart Zich niet als een God Die op afstand toekijkt, maar als een God Die meegaat met Zijn volk. Dat begint al in het Oude Testament: God wandelt met Adam en Eva, trekt met Israël door de woestijn en spreekt door de profeten. In Jezus Christus komt God Zelf naar deze wereld. Hij deelt het leven van mensen, hun vreugde en hun verdriet. En wanneer Hij teruggaat naar de hemel, belooft Hij Zijn discipelen: ‘Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld’ (Mattheüs 28:20).

Wachten met een verlangend hart

De Heere Jezus noemt Zichzelf de Bruidegom. Dat beeld zegt veel. Een bruidegom verlangt naar de ontmoeting met zijn bruid. Hij kijkt ernaar uit om bij haar te zijn. Zo verlangt Christus naar Zijn gemeente. Het verwachten van Zijn komst gaat niet alleen over Zijn majesteit, oordeel of allerlei grote wereldgebeurtenissen. Het gaat over de ontmoeting met de Heere Jezus Die bij Zijn volk wil wonen. Openbaring 21 verwoordt dat zo: ‘Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen’ (vers 3b). Deze verwachting maakt het persoonlijk. We wachten niet op iets, maar op Iemand. Dat heeft invloed op hoe we vandaag leven. Wie uitkijkt naar een ontmoeting met iemand die hij liefheeft, leeft daar nu al naartoe.

Verwachting verandert de omgang met God

Jezus’ komst leert ons ook anders bidden. Niet omdat het moet, maar omdat het verlangen er is. Soms is dat verlangen sterk, soms zwak. Soms is het gebed eenvoudig en zoekend. Maar juist dat hoort bij een levende relatie. De Psalmen laten dat zien. Daar klinken geen perfecte woorden, maar echte woorden: ‘Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God’ (Psalm 42:3a). Je hoeft niet altijd sterke gevoelens te hebben. Het gaat erom dat je met alles wat je bezighoudt naar God toe gaat.

De Heilige Geest houdt ons verbonden

De Heere Jezus is niet alleen gekomen en zal niet alleen terugkomen. Hij is nu daadwerkelijk bij ons door Zijn Heilige Geest. Deze Geest woont in het leven van ieder die in Christus gelooft en verbindt ons blijvend met Hem. Die aanwezigheid ervaren wij niet altijd even sterk. Soms is het duidelijk merkbaar, soms nauwelijks. Dat neemt niet weg dat de Heilige Geest voortdurend werkzaam is. Hij brengt de woorden van de Heere Jezus in herinnering, overtuigt ons van onze redding, wekt verlangen naar God en richt ons hart op de toekomst die komt. Paulus noemt de Heilige Geest daarom het onderpand van onze erfenis: een concrete zekerheid dat God Zijn beloften zal voltooien. Vanuit die werkelijkheid klinkt aan het einde van de Bijbel die indringende roep: ‘De Geest en de bruid zeggen: Kom!’ Dat is geen losse uitspraak, maar een door de Geest gewerkt gebed, dat leeft in het hart van iedere gelovige die uitziet naar de komst van Christus.

Verwachting maakt ons niet bang

Johannes schrijft: ‘Ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1 Johannes 3:3). Wie werkelijk uitziet naar de komst van de Heere Jezus, kan niet doen alsof alles hetzelfde blijft. De nabijheid van God brengt eerlijkheid in ons leven. Dat betekent niet dat we foutloos worden, maar wel dat we leren kijken naar ons leven in het licht van Zijn komst. Waar betrekken we God te weinig bij ons leven? Waar zijn we gemakkelijk geworden? Waar hebben we Zijn vergeving nodig? Deze eerlijkheid maakt ons niet bang, maar geeft vrijheid. Dat komt omdat wij ons niet hoeven te verbergen als we zondigen. De Heere Jezus komt namelijk met vergeving en genade.

De ontmoeting begint nu

Als we leven met de verwachting dat de Heere Jezus komt, worden onze harten steeds meer naar Hem toegetrokken. We leren Hem zoeken, niet alleen om wat Hij voor ons doet, maar om Wie Hij is.

 Zijn heiligheid helpt ons om afstand te nemen van wat niet goed voor ons is.

 Zijn liefde verdrijft onze angst.

 Zijn waarheid brengt helderheid waar verwarring is.

 Zijn trouw geeft ons hoop, ook wanneer het leven onzeker voelt.

Deze verwachting maakt onze relatie met God persoonlijker en dieper. In stilte en gebed, in aanbidding en in het toevertrouwen van ons leven aan Hem, leren we Hem steeds beter kennen. Zoals Paulus het zegt: ‘opdat ik Hem mag kennen’ (Filippenzen 3:10).

Gespreksvragen

 Wat betekent het voor jou persoonlijk dat Jezus komt? Merk je dat vooral in de toekomst, of ook in je dagelijks leven?

 Hoe beïnvloedt de verwachting van Zijn komst jouw manier van bidden?

 Zijn er dingen in je leven die je voor God mag belijden of opruimen?

 Welke concrete stappen kun je nemen om dichter bij God te leven?

Joël Oosterhagen

Deel 3

De maranatha-verwachting brengt ons dichter tot Gods volk (deel 3)

Kijk ik uit naar de komst van de Heere Jezus? Die vraag stel ik mezelf wel eens. Want als ik eerlijk ben, merk ik dat deze hoop mij niet alleen bij Hem brengt, maar ook bij de mensen om mij heen in de gemeente, andere gelovigen. Geloof is persoonlijk, maar nooit iets van mij alleen. Als ik leef met de verwachting dat Jezus terugkomt, ontdek ik dat ik deel ben van een groter geheel. Ik hoor bij een volk dat Hem verwacht. We zijn samen onderweg. In de Bijbel vergelijkt Paulus de gemeente met een lichaam: ‘Samen bent u namelijk het lichaam van Christus’ (1 Korinthe 12:27). Dat beeld helpt ons. Een lichaam bestaat uit verschillende delen die elkaar nodig hebben. Zo is het ook in de gemeente. We verschillen in leeftijd, karakter, achtergrond en gaven. Soms merken we hoe groot die verschillen zijn en vinden we het lastig. Maar toch horen we bij elkaar, omdat we Dezelfde Heer hebben en naar dezelfde toekomst uitzien.

Het Joodse volk

Wanneer we het hebben over Gods volk, moeten we allereerst breder kijken dan alleen naar onze (plaatselijke) gemeente. Gods geschiedenis begon met Israël. Aan dit volk gaf Hij Zijn beloften, Zijn wet en Zijn profeten. En uit dit volk is de Heere Jezus, de Messias, geboren. We lezen de Bijbel die via het Joodse volk tot ons gekomen is. Dat betekent dat we dankbaar mogen zijn en mogen leven van de zegeningen die God al lang geleden begonnen is. Daarom moet het ons verlangen zijn om ook voor het Joodse volk te bidden en mogen we uitzien naar de dag dat God Zijn werk met hen voltooit.

Samen wachten

Als we zo met elkaar als christenen verbonden zijn, betekent dat ook dat we samen leren wachten op Jezus’ komst. Dat is niet altijd makkelijk. Er zijn momenten dat we twijfelen, of vermoeid zijn of dat we gewoon druk zijn waardoor onze hoop naar de achtergrond verdwijnt. Juist dan merk je eigenlijk hoe belangrijk andere gelovigen zijn. In Hebreeën staat dat we elkaar moeten aanmoedigen en de samenkomsten niet moeten nalaten. Dat herken ik. Alleen red ik het niet goed. Ik heb anderen nodig die mij herinneren aan Gods beloften en mij bemoedigen. Dat heeft gevolgen voor hoe je met mensen omgaat in de gemeente. Als je beseft dat wij straks samen voor Christus staan, dan worden kleine irritaties of meningsverschillen minder groot. Dan wordt vergeving belangrijker en groeit het verlangen om in vrede met elkaar te leven.

De gemeente als leerplaats

De gemeente is daarom een plek waar we leren wat het betekent om Jezus te volgen. Dat gaat niet vanzelf. Samenleven met andere gelovigen is soms mooi, maar soms ook moeilijk. We kunnen elkaar teleurstellen, elkaar verkeerd begrijpen of verschillend denken over wat belangrijk is. Toch kunnen we de gemeente niet los zien van ons geloof. Als Jezus Zijn volk komt verzamelen, kunnen we niet doen alsof andere gelovigen er niet toe doen. De Bijbel zegt dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben. Dat moet ons toch raken, juist wanneer we geneigd zijn om afstand te nemen? De hoop op Jezus’ komst helpt mij om niet weg te lopen als het lastig wordt. Om niet te denken dat ik het geloof wel in mijn eentje kan leven. Ik heb de gemeente nodig ook als dat soms schuurt. En ik begrijp heel goed dat dit lastig kan zijn. 1

De bruid van Christus

De Bijbel noemt de gemeente de bruid van Christus. Dat betekent dat de Heere Jezus niet terugkomt voor losse individuen, maar voor Zijn gemeente. Dat verandert hoe we naar de gemeente kijken en naar elkaar. Het gaat niet alleen om mijn voorkeuren of mijn plek. Als ik uitzie naar de Bruidegom, kan ik niet onverschillig zijn tegenover de bruid. Dan wil ik me inzetten om op te bouwen in plaats van af te breken. Dan wil ik bidden voor anderen. Dan wil ik helpen dat geloof kan groeien bij mezelf en bij de ander.

Hoop delen

De hoop in ons wordt sterker wanneer we die delen met anderen. Als we samen spreken over de toekomst die God belooft, dan krijgt het geloof meer betekenis voor het leven van vandaag. Juist in moeilijke situaties blijkt hoe belangrijk dat is. Wanneer iemand ziek is, verdriet heeft of worstelt met vragen, gaat het niet alleen om praktische hulp. Het gaat ook om het samen vasthouden aan de hoop, namelijk er is hoop: Jezus komt en Hij maakt alles nieuw. Dat zie je ook terug in de eerste gemeente. Hun hoop bracht hen samen in gebed, in zorg voor elkaar en in gemeenschap. De toekomst gaf richting aan hun leven.

Verschillen

Nu weet ik dat er in elke gemeente verschillen zijn, zoals verschillen in inzicht, karakter en beleving. Dat geeft spanning. Toch helpt het ons om te bedenken dat we samen onderweg zijn naar een toekomst met Christus. Zo mogen we leren om geduldiger te zijn en minder snel te oordelen. De verschillen verdwijnen daarmee niet, maar ze krijgen wel een andere plaats. Laten we elkaar daarom vasthouden. In Openbaring 3 zegt de Heere Jezus: ‘Zie, Ik kom spoedig. Houd vast aan wat u hebt’ (vers 11). Dat vasthouden doe je niet alleen, maar samen. We hebben anderen nodig die ons helpen vast te houden aan het geloof, de hoop en de waarheid. De gemeente voelt soms als een reisgezelschap: mensen die niet allemaal hetzelfde zijn, maar wel dezelfde bestemming hebben. Soms gaat het geloven vanzelf. Soms moeten we er juist doorheen gesleept worden. Juist dan merken we hoe nodig het is dat we elkaar vasthouden.

Een voorproefje

De toekomst die God belooft, is niet alleen iets tussen mij en Hem. In Openbaring 19:6-7 zie je een grote menigte die samen God aanbidt. Dat helpt om de gemeente nu anders te zien. Wanneer we samen zingen, bidden, luisteren en dienen, is dat meer dan een gewoon moment op zondag. Het is een klein vooruitzicht of voorproefje op wat komt. Wat nu nog gebroken is, zal straks volmaakt zijn!

Gespreksvragen

 Ervaar jij de verwachting van Jezus’ komst als iets persoonlijks of juist als iets wat je samen met anderen beleeft?

 Wat vind jij mooi en wat vind je moeilijk aan het leven in de gemeente?

 Hoe kan de hoop op Jezus’ komst helpen bij spanningen of verschillen tussen gelovigen?

 Op welke manier kun jij bijdragen aan onderlinge bemoediging binnen Gods volk?

Joël Oosterhagen

Deel 4

De maranatha-verwachting brengt ons dichter bij de verloren wereld (deel 4)

Vandaag de dag zie je dat de wereld en de kerk steeds verder uit elkaar groeien. Veel mensen geloven niet meer in God. Anderen weten nauwelijks nog wat het Evangelie inhoudt. Dat laat zien dat we als christenen een kleine minderheid zijn geworden in een samenleving die steeds verder van God afstaat. Toch roept de Bijbel ons niet op om ons terug te trekken uit de wereld. Integendeel. Juist het vooruitzicht dat de Heere Jezus terugkomt, laat ons anders kijken naar de mensen om ons heen. Niet alleen als collega’s, buren of voorbijgangers, maar als mensen die door God gezocht worden. De verwachting van Zijn komst maakt ons daarom niet afstandelijk, maar maakt ons juist bewogen.

De wereld door Gods ogen

Het is niet moeilijk om kritisch te zijn op de wereld. We zien onrecht, spanningen tussen mensen en veel ongeloof. Soms kan dat ons moedeloos maken. Maar de Bijbel leert ons verder te kijken. God ziet niet alleen wat er misgaat. Hij ziet vooral mensen. Mensen die Hij Zelf gemaakt heeft en die Hij niet wil verliezen. Dat wordt duidelijk in het leven van de Heere Jezus. Toen Hij op aarde was, zocht Hij juist mensen op die door anderen werden vermeden. Tollenaars, zondaars en mensen die aan de rand van de samenleving stonden, kregen Zijn aandacht. Hij sprak met hen, luisterde naar hen en riep hen om God te volgen. Daarin laat Hij iets zien van Gods hart. God heeft geen plezier in het verloren gaan van mensen. Hij wil dat zondaren tot Hem terugkeren. Het is zelfs de grote opdracht die Hij ons meegeeft in Mattheüs 28: ‘Ga dan heen, onderwijs al de volken…’ (vers 19).

De eerste christenen

Soms kan de gedachte aan Jezus’ komst een verkeerde uitwerking krijgen. Als deze wereld toch voorbijgaat, waarom zouden we ons er nog druk over maken? Dan kan de neiging ontstaan om ons vooral te richten op de kerk en de eigen kring. Maar zo leefden de eerste christenen niet. Zij verwachtten sterk dat de Heere Jezus terug zou komen. Toch trokken zij zich niet terug uit de samenleving. Ze leefden midden tussen andere mensen. Ze werkten, zorgden voor hun gezinnen en waren zichtbaar in hun omgeving. Tegelijk spraken ze over hun geloof. Ze hielpen mensen die in nood waren en vertelden over de hoop die zij hadden. Vaak ging dit zelfs gepaard met vervolging en haat vanuit de samenleving. Het maakte hen dus niet passief, maar ze leefden juist met het besef dat de tijd kostbaar was. Er waren nog zoveel mensen die het Evangelie moesten horen.

Een tijd van genade

De Bijbel laat zien dat de tijd waarin wij leven een bijzondere betekenis heeft. Gods plannen zijn nog niet voltooid. Dat betekent niet dat Zijn beloften onzeker zijn. Het laat juist zien hoe groot Zijn geduld is. In de tweede brief van Petrus staat dat God geduldig is en niet wil dat mensen verloren gaan, maar dat zij tot bekering komen (2 Petrus 3:9). Daarom is de dag van Christus nog niet gekomen. Dat betekent dat de deur van genade nog openstaat. Mensen kunnen God nog leren kennen en het Evangelie mag nog verkondigd worden. Dat geeft ook betekenis aan de tijd waarin wij leven. Het zijn geen lege jaren die alleen maar voorbijgaan. Het zijn dagen waarin God nog mensen roept. Dat besef kan ons helpen om anders naar onze omgeving te kijken.

Bewogenheid

In het dagelijks leven kan het gemakkelijk gebeuren dat we weinig nadenken over het geloof van de mensen om ons heen. Werk, gezin en allerlei andere bezigheden vragen al genoeg aandacht. Toch leven er in onze omgeving veel mensen zonder God. Sommigen hebben nooit echt gehoord wat het Evangelie betekent. Anderen kennen het wel een beetje, maar begrijpen het nauwelijks. Hoe kunnen we bewogen worden met mensen en hoe kunnen we praktisch het Evangelie delen?

Praktische handvatten om te getuigen

1. Bid gericht. Gebed is onmisbaar. We mogen bidden voor familieleden, vrienden, collega’s en buren die God niet kennen. Gebed verandert niet alleen situaties, maar ook ons eigen hart. Wie voor mensen bidt, gaat hen vaak met meer geduld en liefde bekijken. Maak een lijst van mensen in je omgeving die Jezus nog niet kennen. Bid dagelijks voor hen. Vraag om open deuren en moed om te spreken.

2. Wees beschikbaar. Laat God je leven gebruiken. Getuigen begint vaak eenvoudig: door te luisteren, mee te leven en betrouwbaar te zijn. Het gebeurt meestal niet in grote woorden of bijzondere acties, maar in gewone momenten. Bijvoorbeeld een gesprek met een collega, een ontmoeting met een buur of wanneer iemand iets vertelt over zorgen of vragen. Dan kan er ruimte ontstaan om iets van het geloof te delen, bijvoorbeeld door te vertellen wat God voor je betekent of door te laten merken dat je voor iemand bidt. Ook de manier waarop iemand leeft kan iets van het Evangelie laten zien. Geduld, eerlijkheid, vergevingsgezindheid en aandacht voor anderen vallen vaak meer op dan we denken. Het lijken kleine dingen, maar ze kunnen veel zeggen.

3. Vertel je verhaal. Jouw getuigenis is krachtig. Wat heeft de Heere Jezus in jouw leven gedaan? Hoe ervaar jij de hoop van Zijn komst? Veel mensen ervaren vandaag onzekerheid over de toekomst. Oorlogen, spanningen en persoonlijke zorgen maken dat de wereld voor velen onstabiel aanvoelt. In zo’n tijd kan ‘christelijke’ hoop opvallen. Niet omdat gelovigen alle antwoorden hebben, maar omdat zij vertrouwen dat God de geschiedenis leidt. De Bijbel belooft dat Jezus terugkomt en alles nieuw zal maken. Het kwaad zal niet het laatste woord hebben. Wanneer die hoop zichtbaar wordt, kan dat vragen oproepen. Mensen vragen zich af waar dat vertrouwen vandaan komt. Zo kan er ruimte ontstaan voor een gesprek over het geloof.

4. Deel het Woord. Gods Woord is levend en krachtig. Geef daarom een Bijbel aan iemand, wijs een podcast aan of nodig iemand uit voor een dienst.

5. Laat liefde spreken. De Heere Jezus zei dat Zijn volgelingen herkenbaar zouden zijn aan hun liefde. Wanneer christenen oprecht om anderen geven, helpen zonder er iets voor terug te verwachten en trouw blijven in moeilijke omstandigheden, wordt iets zichtbaar van Gods karakter. Het Evangelie wordt dan niet alleen gehoord, maar ook gezien. We leven in een bijzondere tijd. De Bijbel belooft dat Christus zal terugkomen, maar die dag is nog niet gekomen. Dat betekent dat het Evangelie nog klinkt en dat mensen God nog kunnen leren kennen. Daarom leven wij als volgelingen van de Heere Jezus met verwachting van wat God zal doen, terwijl wij tegelijk met bewogenheid oog houden voor de mensen om ons heen.

Gespreksvragen

 Denk je weleens na over de mensen in je omgeving die God nog niet kennen? Wat doet dat met je?

 Vind je het gemakkelijk of juist moeilijk om over je geloof te spreken met anderen? Waarom?

 Op welke manier kun je in het dagelijks leven iets laten zien van het Evangelie?

 Voor welke mensen in je omgeving zou je bewust kunnen bidden?

Joël Oosterhagen

Deel 5

De maranatha-verwachting maakt ons losser van de wereld (deel 5)

Soms vraag ik mij af hoe stevig mijn hart eigenlijk vastzit aan deze wereld. Niet alleen aan verkeerde dingen, maar ook aan alles wat het leven hier prettig en vertrouwd maakt. De Bijbel laat ons duidelijk zien dat wie uitziet naar de komst van de Heere Jezus, ontdekt dat deze wereld niet alles is. Er komt namelijk een dag waarop Christus terugkomt en Zijn Koninkrijk zichtbaar wordt.

In het vorige artikel zagen we dat de verwachting van Jezus’ komst ons juist bewogen maakt met mensen om ons heen. We worden niet onverschillig voor de wereld. Integendeel: weblijven omzien naar mensen die de Heere Jezus nog niet kennen. Tegelijk leert de Bijbel ook iets anders. We worden geroepen om niet vast te zitten aan de wereld zelf. Niet aan alles wat deze wereld belangrijk vindt. Dat kan best een spanningsveld zijn. De apostel Johannes schrijft het zo: ‘En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid’ (1Johannes 2:17). Dat is een duidelijke boodschap. Alles wat deze wereld zo belangrijk vindt, zal eens voorbijgaan. Maar wat met God te maken heeft, blijft.

Vreemdelingen op aarde

In de Bijbel worden gelovigen soms ‘vreemdelingen’ of ‘bijwoners’ genoemd. Dat betekent niet dat we hier niet thuishoren. Wel dat ons echte thuis ergens anders ligt. Zo leert Filippenzen: ‘Ons burgerschap is echter in de hemelen’ (Filippenzen 3:20). Een bekend voorbeeld uit Gods Woord is Abraham die met dat besef leefde. Hij woonde in het land dat God hem had beloofd, maar toch leefde hij in tenten. De Hebreeënbrief zegt dat hij uitzag naar een stad met fundamenten, waarvan God de Bouwer is. Abraham leefde dus op aarde, maar zijn hoop lag verder dan dit leven. Dat helpt ook ons omhet leven in het juiste licht te zien. Ons leven hier is echt en waardevol, maar het is niet hetlaatste hoofdstuk. Het is heel menselijk om je te hechten aan wat je kent. Mensen bouwen hun leven op, werken hard, zorgen voor hun gezin en maken plannen voor de toekomst. Daar is op zichzelf niets mis mee. De Bijbel moedigt ons juist aan om verantwoordelijk te leven. Maar soms kan ons hart zo vastzitten aan het hier en nu dat we nauwelijks nog nadenken over wat komt. Werk, drukte en allerlei mogelijkheden kunnen ons zo bezighouden dat de verwachting van Jezus’ komst naar de achtergrond verdwijnt. Juist dan herinnert de Bijbel ons eraan dat deze wereld niet alles is.

Wat echt blijft

De Heere Jezus spreekt vaak over het verschil tussen wat tijdelijk is en wat blijft. Hij zegt bijvoorbeeld dat we geen schatten op aarde moeten verzamelen, maar schatten in de hemel. Daarmee bedoelt Hij niet dat alles van het gewone leven verkeerd is. Maar wel dat sommige dingen uiteindelijk verdwijnen, terwijl andere dingen blijvende waarde hebben. Liefde, geloof, gehoorzaamheid aan God en zorg voor mensen zijn dingen die blijven. Daar gaan we als gelovigen uiteindelijk meer waarde aan hechten. Terwijl het in de wereld veel draait om succes, bezit en zekerheid, is het gemakkelijk om daarin mee te gaan. Het lijkt soms alsof geluk vooral afhangt van wat iemand bereikt of bezit. Maar het Evangelie laat een andere werkelijkheid zien. Werkelijke zekerheid ligt niet in bezit of status, maar in de relatie met God. Als je dat ontdekt, kun je ook vrijer omgaan met wat je hebt. Bezit wordt dan minder het doel van het leven en meer een middel om goed te leven tot eer van God.

Niet afstandelijk, maar vrij

Losser van de wereld leven betekent dus niet dat christenen zich terugtrekken uit het gewone leven. We blijven werken, zorgen voor ons gezin en leven midden tussen andere mensen. En juist daar blijven we ook bewogen met mensen die God nog niet kennen, zoals we in het vorige artikel zagen. Het verschil zit ergens anders. Niet in afstand tot mensen, maar in vrijheid ten opzichte van de wereldse manier van denken. Ons hart zit dan niet vast in wat voorbijgaat. Wanneer de komst van Christus een plaats krijgt in ons geloofsleven, kan dat ook richting geven aan onze keuzes. Niet elke ambitie hoeft gevolgd te worden. Niet elke mogelijkheid hoeft benut te worden. Soms helpt het om de vraag te stellen: wat heeft werkelijk waarde in het licht van Gods toekomst? Die vraag kan ons helpen om eenvoudiger te leven en keuzes te maken die passen bij het volgen van Christus.

Leven met open handen

De verwachting van Jezus’ komst helpt ook om het leven met open handen te leven. Veel dingen waar mensen zich zorgen over maken, zoals gezondheid, zekerheid en toekomst liggen uiteindelijk niet in onze handen. Maar eenieder die weet dat God de geschiedenis leidt en dat Christus terugkomt, mag leren vertrouwen dat het leven uiteindelijk in Gods hand ligt. Dat maakt het mogelijk om het leven dankbaar te ontvangen, zonder alles vast te hoeven houden.

Praktische tips om losser van de wereld te leven

1. Kijk eerlijk naar je hart Neem af en toe de tijd om jezelf een eerlijke vraag te stellen: waar ligt mijn hart eigenlijk? Waar zoek ik mijn zekerheid, vreugde en betekenis? Jezus zegt: ‘Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn’ (Mattheüs 6:21). Die woorden kunnen helpen om opnieuw na te denken over wat voor ons echt belangrijk is.

2. Leer eenvoudiger omgaan met bezit In onze samenleving draait veel om geld, spullen en zekerheid. Het kan helpen om daar bewust mee om te gaan. Door eenvoudiger te leven en ook te delen met anderen, merken we dat bezit minder grip krijgt op ons hart.

3. Let op wat je dagelijks voedt Wat we zien, horen en lezen heeft invloed op ons denken. Films, series, muziek en sociale media vullen vaak een groot deel van onze tijd. Het is goed om af en toe stil te staan bij de vraag: helpt dit mij om dichter bij God te leven of trekt het mij juist meer naar de wereld?

4. Investeer in wat blijftDe Bijbel wijst ons steeds weer op dingen die blijvende waarde hebben. Daarom is het goed om tijd te nemen voor gebed, Gods Woord te lezen, anderen te dienen en het Evangelie te delen.

5. Zoek elkaar op Het helpt om met andere christenen op te trekken. Je kunt samen luisteren naar Gods Woord, met elkaar praten en voor elkaar bidden. Op deze manier kunnen we elkaar bemoedigen op de weg die God met ons gaat. Zo mogen we als christenen leren leven met een andere blik. Losser van wat tijdelijk is en veel meer gericht op wat blijft. Totdat Christus komt!

Gespreksvragen

 Merk je dat het gemakkelijk is om sterk gehecht te raken aan het leven hier? Waarom wel of niet?

 Op welke manier kan de hoop op Jezus’ komst helpen om anders naar bezit, succes of zekerheid te kijken?

 Wat betekent het voor jou om ‘vreemdeling en bijwoner’ te zijn op aarde?

 Hoe kan de verwachting van Gods toekomst helpen wanneer het leven moeilijk wordt?

Joël Oosterhagen

Deel 6

De maranatha-verwachting maakt ons losser van de zonde

Vaak wordt de maranatha-verwachting gezien als een mooie en troostrijke gedachte voor de verre toekomst. Wellicht zelfs als een hobby voor de theologische futuristen, maar wat heeft het te maken met de tijd van nu? Weinig, zo denken velen. Toch heeft de verwachting dat Jezus gaat komen allesmet het hier en nu te maken. Zo maakt het ons losser van de zonde intoewijding en heiliging.

De kern van de verwachting van de komst van Jezus is dat we mogen vooruitzien in hoop. Het is een blijde verwachting dat Jezus gaat komen om ons thuis te halen. Hij zal uiteindelijk de nieuwe hemel en de nieuwe aarde vestigen, waarop gerechtigheid woont. Dat is het einddoel: een plek waar er geen dood, rouw, ziekte of ellende meer is, omdat de zonde is overwonnen en het kwaad is weggedaan.

Als de werkelijk hiervan diep in je hart leeft, dan verandert dat het leven volledig. Niet alleen voor je visie op de toekomst, maar ook voor het hier en nu. Alles in je leven komt dan in een ander licht te staan, namelijk in het licht van wat komt. Want daar wil je klaar voor zijn: voorbereid en gereedgemaakt. In 1 Johannes 3:3 staat het zo: ‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is.’ Als je weet dat Christus gaat komen en wij ‘Hem zullen zien zoals Hij is’ (vers 2), dan groeit als vanzelf het verlangen om je leven daar nu al op in te richten. Dan wil je jezelf heiligen, om rein te zijn zoals Hij ook rein is, om het met de woorden van Johannes te zeggen.

Bruid

In de Bijbel vinden we hiervan twee Bijbelse beelden. Het eerste is dat van een bruid. De gelovigen die samen de gemeente van Jezus op aarde vormen, worden in het Nieuwe Testament de bruid genoemd. De kerk is als een bruid die wacht op haar Aanstaande Diehaar komt ophalen. Zij leeft in de verwachting van Zijn komst. De bedoeling is dan natuurlijk dat die bruid zich mooi maakt, rein en stralend, en dat zij zich niet bevuilt, of zich inlaat met andere mannen. Hoe dit werkt, lezen we concreet in 2 Kor. 11:2, waar Paulus zegt: ‘Want ik beijver mij voor u met een ijver van God. Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen.’ Dit beeld wordt verder uitgewerkt in Ef. 5:22-33, waar in de parallellen met het aardsehuwelijk tussen man en vrouw, nog duidelijker wordt neergezet wat de bedoeling is. Opofferende liefde en toewijding staan daarin centraal.

Kinderen van de dag

Het tweede beeld dat de Bijbel schetst van onze verwachtende houding van Zijn komst, is dat we kinderen zijn: de zogenaamde kinderen van de dag. In Rom. 13:11-14 lezen we daarover. Daar gaat het over wakker worden en zijn, omdat Jezus gaat komen. Letterlijk staat er: ‘De nacht is vergevorderd en de dag is nabij gekomen. Laten wij dus de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen.’ Dit hoort bij de kinderen van de dag, die niet van de nacht of de duisternis zijn. Of zoals het in 1 Tess. 5:5 en 6 staat: ‘U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis. Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn.’

Actief (ver)wachten

Verwachten is dus niet passief afwachten. Het is je actief klaarmaken! Het is wakker zijn en niet in slaap sukkelen. Het is jezelf reinigen als onderdeel van de bruid. Dat heeft alles te maken met je afkeren van wat tegen de wil van God ingaat. Kortom: je afkeren van zonden. In plaats van ons uitstrekken naar onze begeerte, willen we ons laten vullen met de dingen van Hem, willen we ons richten op onze geliefde Heer Jezus en willen we ons bezighouden met het goede en de dingen van de dag. En dat alles terwijl we hoopvol blijven verwachten. Want we zijn een kind van de dag geworden en dat mag zich uiten in je dagelijks leven en bestaan, in de vruchten die bij die dag horen. Zo wordt de verwachting van Jezus’ komst dus een aansporing om nu je leven te reinigen en te heiligen. Niet omdat het moet. Niet omdat je anders niet mee zult gaan als Jezus komt voor Zijn bruid. Niet omdat je anders niet goed genoeg bent. Maar wel omdat je Hem verwacht met blijdschap en naar Hem uitziet als een bruid naar haar geliefde. Dat houdt je bezig in je hart en ziel, dat geeft je focus en dat maakt dat je klaar wil zijn voor Zijn komst in reinheid. De maranatha-verwachting maakt ons daarmee losser van zonden.

Gespreksvragen:

- Herken jij jezelf in het verlangen om jezelf te reinigen, zodat je er klaar voor bent als Jezus voor jou komt?

- Hoe doe je dat concreet die reiniging en heiliging? Hoe geef je dat vorm op je geloofsweg?

- Hoe ziet de wereld om jou heen dat jij ‘een kind van de dag’ bent geworden door de Heer Jezus?

- Hoe zou je een andere gelovige kunnen helpen om ook zo te leven? Hoe kun je hun verwachting aanwakkeren (als ze die bijvoorbeeld niet zo hebben), zodat ook zij daar nu al de vruchten van plukken?

Roelof Ham

Deel 7

De maranatha-verwachting maakt ons losser van het onrecht (7)

Vaak wordt de maranatha-verwachting gezien als een mooie en troostrijke gedachte voor de verre toekomst. Wellicht zelfs als een hobby voor theologische futuristen, maar wat heeft het te maken met de tijd van nu? Weinig, zo denken velen. Toch heeft de verwachting dat Jezus gaat komen alles met het hier en nu te maken. Zo maakt het ons losser van het onrecht.

Als we willen spreken over recht en onrecht, dan moeten we dat doen binnen het Bijbelse kader. Het is belangrijk hiermee te beginnen, want het Bijbelse kader is anders dan hoe de wereld over recht en onrecht denkt. Vandaag de dag gaat het bij recht en onrecht over juridische vragen en soms komen daar filosofische kaders aan te pas. Wij kijken naar de wet om te weten wat wel en niet mag en dat bepaalt de definitie van recht. Ook vragen we ons filosofisch af wat concepten als recht en rechtvaardigheid betekenen.

Bijbelse kaders

Als de Bijbel echter spreekt over deze thema’s dan gaat het altijd over het concreet doen van recht. Niet abstract, niet juridisch, maar praktisch. Recht, onrecht en rechtvaardigheid hebben immers te maken met relaties tussen mensen en daar moet je concreet aan werken om die te onderhouden. Binnen Bijbelse kaders staat onrecht voor het aandoen van geweld aan die relaties, in de meest extreme vorm in het uitbuiten van de zwakkeren. Met name vier categorieën van mensen komen daarbij in de Bijbel steeds terug: de armen, de weduwen, de wezen en de vreemdelingen. Deze worden door machthebbers uitgebuit in het onrecht, door bijvoorbeeld corrupte rechtspraak of economische exploitatie. Een voorbeeld hiervan vind je in Ezechiël 34, waar de leiders van het volk worden aangeklaagd voor het onrecht dat ze plegen. Zij worden geïllustreerd als herders die de kudde uitbuiten voor hun eigen gewin: ‘U eet het beste op en kleedt u met de wol; u slacht het vetgemeste, maar de schapen weidt u niet. Het zwakke versterkt u niet, het zieke geneest u niet, het gebrokene verbindt u niet, het afgedwaalde brengt u niet terug en het verlorene zoekt u niet, maar u heerst met geweld en met harde hand over hen.’ De Thora is hier dan ook volstrekt helder over: je mag de zwakken niet uitbuiten. Aan dat onrecht hangen consequenties. Zo zegt Exodus 22:21- 23: ‘U mag een vreemdeling niet uitbuiten en hem niet onderdrukken… U mag geen enkele weduwe of wees onderdrukken. Als u hen maar enigszins onderdrukt en zij maar enigszins tot Mij om hulp roepen, zal Ik hun roep zeker verhoren.’

Rechtvaardigheid

Tegenover dit onrecht staat het recht en rechtvaardigheid in gerechtigheid. Dit kent in de Bijbel twee dimensies: in de ene dimensie gedraag je je in het sociale verkeer zodanig dat de ander tot bloei kan komen en in de andere dimensie is het concrete handelingsplan om het recht te laten zegenvieren. Achter dit Bijbelse kader zit het idee dat rechtvaardigheid samenhangt met de waardigheid van ieder leven, ook en vooral van de zwakkeren die niet voor zichzelf kunnen opkomen. Recht is als gelovige kiezen voor mensen in alle radicaliteit, want God kiest voor die mensen. Hij vindt elk leven de moeite waard en dus wij ook. Johannes schrijft het zo in zijn eerste brief: ‘Als u weet dat Hij rechtvaardig is, dan weet u dat ieder die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is’ (1 Joh. 2:29). En: ‘Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij diezijn broeder niet liefheeft’ (1 Joh. 3:10).

Losser van onrecht?

Hoe maakt de maranatha-verwachting ons dan losser van het onrecht en meer toegewijd aan recht en rechtvaardigheid? Dit kader is in de Bijbel toch immers niet direct gekoppeld aan de terugkomst van de Heer Jezus? Denk dan aan de woorden van onze Heer als Hij Zijn Joodse volgelingen aanspoort tot waakzaamheid. In Mattheüs 24:45-49 zegt Hij: ‘Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die zijn heer over zijn personeel aangesteld heeft om hun het voedsel op de juiste tijd te geven? Zalig die slaaf die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Voorwaar, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen.’ Jezus contrasteert deze woorden daarna met het beeld van de slechte slaaf die in zijn hart zegt: ‘Mijn heer blijft nog lang weg, en zou beginnen zijn medeslaven te slaan en te eten en te drinken met de dronkaards, dan zal de heer van deze slaaf komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet weet...’ (vers 49-51). Deze verzen schetsen wat de terugkomst van Jezus doet met een gelovige. Weten dat de Heer komt, maakt dat je wilt leven tot Zijn eer, dat je heilig en rein wilt zijn, als Hij verschijnt om ons op te halen. Onderdeel van deze heiliging is ook het juiste handelen in rechtvaardigheid, zoals Jezus het hier letterlijk omschrijft.

Getuigenis

Het recht doen en het onrecht verlaten, is op deze manier een praktisch getuigenis van ons geloof, van onze verwachting en uiteindelijk ten diepste van onze Heer. Het laat het Evangelie in de volle reikwijdte tot bloei komen. Zo maakt de maranatha-verwachting ons losser van het onrecht.

Roelof Ham

Gespreksvragen:

- Kun je voorbeelden geven van onrecht in Bijbelse zin in deze tijd?

- Hoe zou jij daar iets tegen kunnen doen binnen het Bijbelse streven naar rechtvaardigheid en recht?

- Merk je dat de verwachting van Jezus je drijft om werk te maken van recht en onrecht? Inspireert het je handelen? Waarom wel of waarom niet?

- Recht en rechtvaardigheid is kiezen voor mensen, zegt het artikel. Bedenk eens drie concrete voorbeelden hiervan voor jouw leven.

Deel 8

De maranatha-verwachting maakt ons losser van het eigen ik (8)

Vaak wordt de maranatha-verwachting gezien als een mooie en troostrijke gedachte voor de verre toekomst. Wellicht zelfs als een hobby voor theologische futuristen, maar wat heeft het te maken met de tijd van nu? Weinig, zo denken velen. Toch heeft de verwachting dat Jezus gaat komen alles met het hier en nu te maken. Zo maakt het ons losser van het eigen ik.

De wereld om ons heen richt zich voornamelijk op het ontwikkelen en verbeteren van ons eigen ik. Bedenk maar eens hoeveel zelfhulpboeken er geschreven worden, hoeveel sportscholen er in jouw woonplaats te vinden zijn, of hoeveel trends viraal gaan op sociale media die je leren ‘de beste versie van jezelf’ te worden. Wordt dat ook van ons, als kinderen van God, gevraagd? Of moet ons eigen ik juist sterven?

Hoewel we naar Gods beeld zijn geschapen (Genesis 1), lijken we door de zondeval van nature allesbehalve op de Heere Jezus. Er zit een diepe gebrokenheid in ons hart die alleen opgevuld kan worden met de heerlijkheid van God. En naar dat herstel verlangt de Heere vurig. Hij wil niets liever dan ons weer heel dicht in Zijn aanwezigheid hebben, zoals eenliefdevolle Vader Die Zijn kind in de armen sluit. Als kinderen van God mogen we ons er dagelijks naar uitstrekken om dicht bij Hem te zijn. Doordat Hij met Zijn Heilige Geest in onze harten woont, zijn we op aarde al zo dicht bij Hem als mogelijk is.

Toch blijft het leven op aarde een voorproefje. Er komt een moment dat we ook fysiek echt bij Hem zullen zijn (1 Tessalonicenzen 4:17) en dat we de Heere zullen zien zoals Hij is (1 Johannes 3:2). Die verwachting doet iets wonderlijks met ons innerlijk. Het roept een zuiver verlangen op om ons te laten vormen naar het beeld van de Heere Jezus. Is die vorming een krampachtig gebeuren? Nee, zeker niet. Het is een genadevol proces dat door de Geest van God in ons wordt bewerkt. Het is een verandering die van binnenuit ontstaat: met oneindig veel liefde, geduld en maatwerk vormt God ons stukje bij beetje naar het beeld van Zijn Zoon.

Moeilijke keuzes

Wellicht herken je het in je eigen wandel met God dat je veranderd bent sinds je ervoor gekozen hebt om Jezus te volgen. Wat onze achtergrond ook is: Jezus volgen vraagt van ons allemaal om keuzes te maken die soms schuren en pijn doen. Denk aan de keuze om niet meer mee te gaan naar een festival of feest waar je vanuit je geloof niet langer achter kunt staan. Of de ingrijpende keuze om over te stappen naar een andere christelijke gemeente, omdat je verlangt naar een plek waar het Woord van God (volgens jou) zuiverder en Bijbelser verkondigd wordt. Zulke keuzes vragen een offer, hetzij in plezier, hetzij in verbondenheid met mensen om ons heen. Maar de moed om ze te maken ontstaat doordat we onze ogen gericht houden op Jezus. In 2 Timoteüs 2:15 worden we opgeroepen om onszelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen. Dat mag onze grondhouding worden bij alle beslissingen die het dagelijks leven van ons vraagt. Als we onszelf steeds de vraag stellen 'Hoe treft onze Meester ons aan als Hij komt?', helpt dat ons om keuzes te maken die Hem behagen.

Zulke keuzes gaan echter dwars in tegen ons 'eigen ik'. Dit eigen ik wordt in de Bijbel ook wel 'het vlees' genoemd. Ons vlees is zwak en begeert steeds tegen de Geest in (Matteüs 26:41 en Galaten 5:17). Terwijl de Heilige Geest ons altijd in liefde aanspoort om de smalle weg te bewandelen, wil ons vlees zijn eigen verlangens doordrukken. Het is dan ook niet vreemd dat de apostel Paulus onze geloofswandel in 1 Timoteüs 6 omschrijft als een strijd - een 'goede strijd' weliswaar. Het doel waar we ons in die strijd naar uitstrekken, is het eeuwige leven met de Heere Jezus. Dit vraagt van ons dat we de verlangens van het vlees doden en actief de goede dingen najagen: gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. Paulus benadrukt dat dit een gebod is om nauwgezet in acht te nemen. Niet vanuit een wettische kramp, maar gefundeerd in een vurig verlangen naar de verschijning van onze Heere Jezus Christus: de Zalige, de Koning der koningen en de Heere der heren.

Verwachting van ons nieuwe lichaam

Het 'eigen ik' kan ons niet alleen op geestelijk vlak dwarszitten, maar ook op lichamelijk terrein ervaren we de gebrokenheid. Ons lichaam wordt ziek, we kampen met verkoudheden, kwalen of chronische pijn. In sommige gevallen leidt ziekte tot ernstig lijden en uiteindelijk tot het afleggen van dit tijdelijke leven. Ongetwijfeld hebben we dit soort ingrijpende situaties allemaal in onze nabije omgeving gezien of meegemaakt. Juist in die gebrokenheid geeft de verwachting van de komst van de Heere Jezus een flinke dosis hoop en troost als ons dit overkomt. Zolang we ons leven hier op aarde maar niet groter achten dan een pelgrimsreis, wonend in een tent. In 2 Korinthe 5 vergelijkt Paulus ons aardse lichaam met zo'n tent. Hij maakt ons duidelijk dat het huidige leven - waarin we getroffen kunnen worden door ziekte, zorgen en moeilijke omstandigheden - slechts tijdelijk is. Er staat ons een eeuwig, hemels huis te wachten bij de Heere. We mogen er vanuit een diep verlangen naar uitkijken om ons kwetsbare lichaam, waarin we nu soms zuchten onder de last van het lijden, achter ons te laten en overkleed te worden met onze hemelse woning. Dat perspectief geeft ons moed, kracht en volharding om stand te houden, ons los te maken van het aardse en Zijn wil te blijven doen ongeacht de omstandigheden waarin we ons vandaag bevinden.

Gespreksvragen:

Tip: Zing of beluister ‘Volle verzeek’ring’ (JdH 197 / Opw. 220)

 Welke moeilijke keuze heb jij moeten maken die tegen het vlees in ging?

 Krijg je wel eens reacties op de keuzes die je maakt omwille van het volgen van Jezus?

 Ervaar jij dat Jezus’ spoedige komst jou boven je omstandigheden uittilt?

Jelle Kop