Spo(o)rt u wel?

Joël Oosterhagen • 97 - 2021 • Uitgave: 7
Elke keer verbaas ik mij weer hoe gedreven deze mensen zijn. Hun hele leven staat in het teken om de prijs te behalen. Ze houden rekening met hun voeding, hun conditie, hun slaapritme, etc. Ik heb het dan over sporters. Maar horen wij als christenen niet ook een gedisciplineerd leven te hebben?

Een echte sportman kun je mij niet noemen. Gekscherend haal ik altijd de tekst uit de Bijbel aan dat lichaamsbeweging van weinig nut is (1 Timotheüs 4:8). Ik vind het bijzonder dat er altijd vol bewondering naar sporters wordt gekeken. Natuurlijk vind ik het knap dat iemand supersnel kan hardlopen of kan fietsen, maar wat heb je eraan dat je de snelste of de beste in iets bent? Ja, je krijgt de roem en kunt veel geld verdienen. Maar is dit nu ten diepste waar het in het leven om gaat?

Medegelovigen
Wanneer je niet tot geloof bent gekomen, kan roem, status en geld hetgeen zijn waar je voor leeft. Maar wij die de Heere Jezus hebben leren kennen willen toch niets anders dan leven voor Hem? De houding die sporters hebben om hun doel te bereiken is bewonderenswaardig en daar kan ik nog wel iets van leren. Alleen dan wel op geestelijk gebied. Maar zodra het gaat om discipline bij een christen, dan word je door medegelovigen uitgelachen.

Lees in dit nummer wat een oud-Bijbelschoolstudent hierover geleerd heeft (pagina 24). Ook Yme Horjus heeft het in zijn artikel over geestelijke conditietraining. Wil je groeien, wees dan niet tevreden met een ‘zesje’ (zie pagina 12).

Godvruchtig leven
Daarom wil ik samen met schrijver Wilco Sliedrecht (pagina 30) u, maar ook mijzelf, oproepen om godvruchtig te leven en de Heilige Geest alle ruimte te geven in ons leven. Hierdoor wordt ons verlangen Gods verlangen, ons willen Gods willen en ons liefhebben God liefhebben.

Laat dit Zoeklichtnummer u helpen om uw eigen leven te onderzoeken, net zoals Psalm 139 ons voorhoudt: ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg’ (vers 23-24).

Joël Oosterhagen