Image

Vrijheid christenen in Nederland mogelijk onder druk na aannemen VVD-motie

Artikel
10 december 2025

De ruimte voor christenen, met name die met een behoudende, Bijbelvaste overtuiging, lijkt in veel westerse landen af te nemen. Ook in Nederland staat deze vrijheid ter discussie: zo heeft de Tweede Kamer onlangs een motie aangenomen die direct raakt aan de vrijheid van onderwijs zoals vastgelegd in artikel 23 van de grondwet. Reden is de onverdraagzaamheid die door levensbeschouwelijke scholen zou worden geleerd.

De motie, ingediend door VVD-Kamerlid Kisteman, roept de regering op om te onderzoeken hoe het gelijkheidsbeginsel zoals verwoord in artikel 1 van onze grondwet, zich verhoudt tot het hierboven genoemde artikel 23 van diezelfde grondwet. De essentie van de motie is dat de levensbeschouwelijke grondslag van een school het gelijkheidsbeginsel nooit mag schenden. Dit komt er praktisch op neer dat levensbeschouwelijk onderwijs op bijvoorbeeld behoudend christelijke grondslag, niet mag leren dat mannen en vrouwen verschillend zijn en dat homoseksuele relaties volgens de uitgangspunten van de school niet zijn toegestaan. Daarnaast vind indiener Kisteman dat scholen hun eigen religie niet als de enige ware mogen beschouwen of leren. Hij ziet dit als discriminatie. 
Daarom komt er nu, als eerste stap van de uitvoering van de motie, een onderzoek door het minsterie van Onderwijs naar de verhouding van artikel 1 en artikel 23. Er werd trouwens hoofdelijk over deze motie gestemd, waarbij uiteindelijk 72 leden van de Tweede Kamer voor waren en 70 tegen. 

Fundamentele vrijheden onder vuur
De roep om het inperken van de onderwijsvrijheid gaat gepaard met een bredere ontwikkeling waarbij de vrijheid van christenen steeds meer onder druk komt te staan, ook in onze samenleving. Dat er nu zelfs stemmen klinken in de Tweede Kamer om het als discriminatie te bestempelen als een religieuze school claimt dat haar religie de enige ware is, is zorgwekkend. Het is een zeer verstrekkende uitspraak, die een basaal uitgangspunt van vrijwel elke monotheïstische godsdienst raakt: de claim dat zij de enige ware godsdienst is. De vraag is of een overheid zo’n fundamentele, interne overtuiging van een religie kan en mag inperken? Dat gaat heel ver in een vrije democratie.
Daarbij moet niet vergeten worden dat deze claim in zichzelf een normatieve waarheidsclaim is: de visie dat er geen absolute, universele spirituele waarheid zou bestaan, is net zo goed een normatieve claim als de veronderstelling dat die er wel is. Het is de overtuiging van de postmoderne wereldvisie die stelt dat waarheid relatief is (zeker in spirituele zaken) want: wat voor jou werkt en waar voelt, is waar, maar een ander mag iets anders vinden. Beide kunnen, aldus deze levensbeschouwelijke overtuiging, gerust tegelijk waar zijn. Dit dominante seculiere, levensbeschouwelijke standpunt wordt als we niet oppassen als een dwingende norm opgelegd aan andere levensbeschouwingen. Dat is daarmee dan op dezelfde gronden een vorm van discriminatie, maar nu van zij die een andere levensbeschouwing aanhouden. Het is wederom een bewijs van de groeiende dictatuur van de dwingende antichristelijke mening. Don Ceder van de ChristenUnie vatte deze zorg goed samen in zijn uitspraak: ‘Als de VVD verschillen in opvattingen niet meer durft te verdragen, dan maak ik mij grote zorgen over het besef van vrijheid en democratie.’ 

De eindtijdrealiteit
Dit is de realiteit waarmee wij te maken hebben op de drempel van 2026. Het plaats ons (behoudende) christenen voor een groeiende uitdaging. De Bijbel schetst een beeld van de mens in de laatste dagen die gericht is op zichzelf en meer van zinsgenot dan van God houdt (2 Tim. 3: 1-4). Daardoor zullen ze het kwade goed en het goede kwaad noemen (Rom. 1:32) en daarover zegt de profeet Jesaja al: ‘Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad…’ (Jes. 5: 20).
Dit alles geldt meer en meer in onze tijd. Verbazen hoeft het op zich niet, want Paulus zegt hierover in Timoteüs tegen zijn jonge vriend: ‘…allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden (2 Tim. 3: 12).’ Daar komen we in ons land dus ook steeds dichterbij.

Blijf staan op het Woord!
Wat staat christenen te doen nu deze druk toeneemt? Kijken we opnieuw naar Paulus in dezelfde brief aan Timoteüs: ‘Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is (2 Tim. 3: 15).’ Dat we - wat er ook gebeurt - op dat Woord van de Waarheid zullen blijven staan. 
Totdat Hij komt!

Niet alle afbeeldingen zijn met AI gemaakt

Wil je deze content helpen mogelijk te maken? Je kunt ons werk steunen door een gift te geven.