Daniël 7 - Inleiding en 7:1-3

Gert van de Weerd • 83 - 2007 • Uitgave: 14
Schatgraven in de Bijbel
De Profeet Daniël (7a)

Inleiding en Daniël 7:1-3


Met Daniël 7 begint het tweede en moeilijkste deel van dit profetische boek. Nergens in de Bijbel wordt zoveel onthuld over de toekomst als in hoofdstuk 7. Het grote belang van de profetie vereist uiterste zorgvuldigheid. Het is dan ook onmogelijk om in vogelvlucht door dit hoofdstuk heen te wandelen, zoals in voorgaande artikelen gebeurde. Daarom gaan we nu veel dieper in op dit Bijbelgedeelte. Dat doen we in vijf artikelen.

De visioenen van Daniël 7 zijn onlosmakelijk verbonden met het beeld uit de droom van koning Nebukadnezar uit Daniël 2. Er zijn twee hoofdthema’s: 1) De geschiedenis van de grote koninkrijken der mensen, voorzover die te maken hebben met het volk Israël. 2) Profetie over de komst van de rotssteen (hoofdstuk 2:34). Die steen stelt het Messiaanse Rijk en haar koning, Jezus Christus, voor.

Daniël, een omstreden boek
Over het boek Daniël is veel strijd tussen theologen; vooral over de hoofdstukken 7-12. Dat is niet altijd zo geweest. De vroegchristelijke kerk had helemaal geen moeite met het boek. Zij lazen er eindtijdprofetie in, dat staat wel vast. Die Eindtijd was, volgens de algemene mening, aanstaande. Daarom verheugde het boek Daniël zich in een grote belangstelling onder de gelovigen. Maar, Jezus Christus kwam maar niet terug. Daarom ontstond twijfel of de profetie van Daniël wel goed begrepen was. Om dit ‘probleem’ op te lossen, zochten theologen naar een andere uitleg. Die noemen we de allegorische verklaring. Daarin was voor de Eindtijd nauwelijks plaats meer en werd de tekst betrokken op het verleden. Zo werd het profetische woord ontkracht. Die manier van uitlegging klopte echter niet met de letterlijke betekenis van de grondtekst. Dat bleek (heel vreemd eigenlijk!) helemaal geen belemmering te zijn.
Zo onderging het boek Daniël een radicale verandering. Van oorsprong was het een troostboek, dat uitzicht bood op de glorieuze wederkomst van Christus. Maar in de ‘nieuwe uitleg’ was daar geen sprake meer van. Wat overbleef was een boek dat, volgens de algemene mening, in het eerste deel een serie spannende verhalen bevatte. Zo werd de held, Daniël, de Robin Hood van de christelijke kerk. Het tweede gedeelte echter, zag men als een wat rommelig Bijbeldeel dat onnauwkeurig verslag gaf over de verdrukkingen onder Antiochus IV Epifanes (rond 160 v.Chr.). Ook las men er verwijzingen in naar vergeten oorlogen uit de tijd van de Maccabeeën die vooral voor Joden van belang waren.
Slechts weinig Bijbelonderzoekers hielden de lamp door de eeuwen heen brandende en bleven, vasthoudend, de tekst letterlijk verstaan. Voor het overgrote deel van de christelijke kerk had het boek Daniël zijn eens zo belangrijke positie verloren.

Toen het Maranatha niet meer klonk
Het is opvallend én kenmerkend dat de teloorgang van de boodschap van Daniël parallel liep aan het verflauwende verlangen van de christenheid naar de wederkomst van Christus. Toen het Maranatha niet meer klonk, of hooguit heel zacht en aarzelend, was het boek Daniël op dat punt op slot gevallen. In onze tijd is dat beeld drastisch veranderd. Onder invloed van de Heilige Geest gaan de sloten van het boek los (Dan. 12:9-10) en krijgen we in toenemende mate inzicht in de Eindtijd die nabij is.

De grondtekst geeft duidelijkheid
Daniël 7 is in de Bijbel één van de meest aansprekende voorbeelden van hoe verbluffend precies voorzeggende profetie wel kan zijn. Vrijwel elke nuance van de tekst heeft een reden. Bijna alle door Daniël verstrekte gegevens passen in een logisch patroon.
De grondtekst spreekt heel duidelijk, mits we ons aan de letterlijke betekenis houden. Dat is op zich al een bewijs, dat die manier van uitleg de juiste is. Daarnaast zijn er nog vele ondersteunende teksten uit andere Bijbelboeken, die dat fundament nog sterker maken.
Het resultaat is, dat niet de studie naar allerlei verschillende manieren van uitleg van belang is. Neen; de meest zuivere grondtekst is de sleutel!

Het visioen van Daniël 7 bestrijkt een periode vanaf koning Nebukadnezar (in het verre verleden) tot aan de stichting van het Messiaanse Rijk (in de toekomst). Het loopt, qua structuur, grotendeels parallel aan het visioen van het beeld van koning Nebukadnezar uit Daniël 2. Twee perioden binnen dat tijdsbestek krijgen extra aandacht. Dat zijn: 1) Het tijdvak vanaf de regering van koning Nebukadnezar tot ruim een eeuw voor de geboorte van Jezus Christus en 2) De turbulente periode van zeven jaar die aan de stichting van het Messiaanse Rijk voorafgaat. Deze zogenaamde jaarweek noemen we ook wel De Grote Verdrukking. Die periode wordt afgesloten met de wederkomst van de Messias, Jezus Christus, op de Olijfberg (Zach. 14:4), waarna Hij koning wordt in Jeruzalem. Dat is nog onvervulde profetie, ook voor ons.

De verklaring
We gaan nu vers voor vers door Daniël 7 heen. Daarbij geven we steeds de grondtekst, omdat we anders belangrijke details zouden missen. Die kunt u dus naast uw eigen Bijbelvertaling leggen en daarmee vergelijken.

Vers 1 In het eerste jaar van Belsazar, koning van Babylon, had Daniël een droom en visioenen trokken door zijn geest, terwijl hij op z’n bed lag. Daarna werd de droom opgeschreven, waarvan het verslag nu begint.
Uit de tekst krijgen we sterk de indruk, dat een tweede persoon het visioen optekende. Waarschijnlijk was dat de schrijver van Daniël. Deze blijkt, in lijn met zijn opdrachtgever, heel nauwgezet te werk te gaan. Zowel het begin als het einde van het visioen worden met nadruk vermeld.

Vers 2 Daniël sprak aldus, zeggende: Ik schouwde in mijn visioen terwijl het nacht was. Plotseling, zie: vier winden des hemels brachten de grote zee in beroering.
In de Bijbel wordt de term ‘grote zee’ dikwijls gebruikt als een symbolische aanduiding voor de zee of massa der volkeren (bijvoorbeeld in Op. 17:15). Ook het feit dat uit die ‘zee’ vier dieren komen (vers 3) die de koninkrijken der mensen symboliseren, doet vermoeden dat de grote zee de massa der volkeren voorstelt.
De tekst spreekt over chaos (in beroering) die onder de volkeren (grote zee) uitbreekt, vanwege het geweld van chaos veroorzakende krachten (winden). De beschreven chaos is de broedplaats van een nieuw wereldrijk dat met veel bloedvergieten de macht tot zich trekt.

Vers 3 Toen kwamen vier enorme beesten op uit de zee, ieder verschillend van het andere.
Vrijwel alle grote wereldrijken zijn ontstaan in die periodes van de wereldgeschiedenis waarin chaos heerste. Dat trad gewoonlijk op na de ondergang van de vorige dominante macht, of in de nadagen daarvan. Het alzo ontstane machtsvacuüm gaf ruimte aan nieuwe machthebbers. Daaruit triomfeerde er vervolgens één, die dan de volgende overheersende macht werd. Dat blijkt ook hier het geval, want Daniël ziet vier enorme beesten uit het water oprijzen. Niet tegelijkertijd, maar achter elkaar. Later in dit hoofdstuk blijken deze beesten koninkrijken te symboliseren. Dus suggereert het woord ‘enorme’, dat sprake is van wereldrijken. Daarmee grijpt deze profetie terug op Daniël 2. Dat beschrijft de droom van koning Nebukadnezar over het beeld der wereldrijken en de komst van de rotssteen, waarmee Daniël 7 nu parallel gaat lopen. Zowel in hoofdstuk 2 als in hoofdstuk 7 is sprake van vier wereldrijken, respectievelijk: het Babylonische, het Medisch-Perzische, het Griekse en het Romeinse wereldrijk.

Gert A. van de Weerd

Deze artikelen zijn gebaseerd op twee Bijbelverklaringen:
De Profeet Daniël, deel 1 en 2, van dezelfde schrijver. Heeft u vragen of wilt dieper op de profetie ingaan, dan kunt u de antwoorden daar vinden. Ook de verantwoording voor de grondtekst.