De derde dag!

Feike ter Velde • 84 - 2008 • Uitgave: 6
De derde dag!

De derde dag heeft in de Bijbel altijd een bijzondere betekenis. De Bijbel is niet alleen een historisch verslag van dingen die gebeurden, maar heeft een laag eronder, met een leerstellige betekenis. Wie daar oog voor krijgt, gaat steeds meer zien welke enorme diepten er in het Woord van God worden geopenbaard. Daarvan is de derde dag één van de meest indrukwekkende beelden. De Drie-enige God openbaart ook Zichzelf in Zijn daden. De derde dag is: Opstandingsdag!


De kerk der eeuwen belijdt de opstanding van Jezus Christus uit de dood op de derde dag, uiteraard in het naspreken van het Evangelie. Hij stond de derde dag op uit het graf, opgewekt door de kracht van God. De Nieuwe Mens stond op, de tweede Adam! De opstanding van Christus is het fundament van het christelijk geloof. Zonder de opstanding is er niets… alleen de dood. Maar die wonderbare derde dag, toen Jezus werd opgewekt, markeerde ook al die andere dagen waarop de levende God grote daden deed in de geschiedenis, zoals opgetekend in Zijn Woord. Steeds weer ontdekken we daarin een nieuw begin, nieuw leven! Het oude is voorbij gegaan en het nieuwe is gekomen! Ons geloof en ons eeuwig behoud ligt daarin besloten (2Kor. 5:17).

Het begint al direct bij de schepping. Op de derde dag. Waar eerst de dood heerste over de gehele aarde, werd het droge land opgeroepen als leven uit de dood. Dat nieuwe land is het fundament waarop alles groeit en bloeit. Maar dat water, wat op één plaats samenvloeide, heeft in Genesis al direct de betekenis van het reinigingsbad in de Joodse traditie: het mikwèh (Gen. 1:9). Daaruit is de christelijke doop van het Nieuwe Testament voortgekomen, die immers spreekt van het afleggen van het oude leven en het aandoen van het nieuwe leven. Dat leven is: leven uit de dood! Dat leven kwam op de derde dag, toen Jezus werd opgewekt, aan het licht. “Nu vangt het nieuwe leven aan, de Heer is waarlijk opgestaan”, zingen we met Pasen.

Laten we ook eens naar een andere ‘derde dag’ kijken in de Schrift, met zo’n diepe geestelijke betekenis, ook voor ons vandaag. Die vinden we in Jozua 3, waar het volk van Israël op het punt staat het beloofde land binnen te trekken om het in bezit te nemen. We staan hier op de heilige grond van Gods onderwijs aan ons. Laten we daarom aandachtig lezen en overdenken wat hier staat. Want heel de geschiedenis van Israël is voor ons heilsgeschiedenis (1Kor. 10:11).
Als Israël aan de grens van het Beloofde Land staat, is dat het einde van een periode van veertig jaar in de woestijn en het begin van het leven in het nieuwe land. Het oordeel over de oude generatie wordt afgesloten. De straf voor hun ongeloof zit erop. Een hele generatie is in de woestijn omgekomen vanwege hun ongeloof (Num. 14:1-4). Ze hadden liever het wereldse leven in Egypte, waaruit ze waren verlost, dan het nieuwe leven wat God had beloofd. Een jonge generatie staat klaar om de belofte in ontvangst te gaan nemen. Het lange leven in de woestijn was niet alleen Gods oordeel over de oudere generatie, maar ook een training voor de jonge generatie. Deze jongeren hebben gezien hoe God zorgde in de woestijn, met brood uit de hemel en water uit de rots (1Kor. 10:4). Het was tevens de openbaring van Christus, die het brood uit de hemel is en het water uit de (geestelijke) rots. De jonge generatie werd erin geoefend om zich welbeproefd ten dienste van God te stellen. Ook hun kleding en schoeisel waren niet versleten in die veertig jaar (Deut. 29:5). Wil God ook niet óns geloof ‘belonen’ in werkelijke en tastbare zegeningen? Zo had Hij ook de jonge generatie uit de woestijn opgevoed. Ze konden Hem volledig vertrouwen in alle dingen van het dagelijks leven. Hij had ze immers als de Goede Herder “in Zijn armen vergaderd en ze gedragen als lammeren in Zijn schoot” (Jes. 40:11).

Ze waren aangekomen bij de rivier de Jordaan. Drie dagen lang keken ze naar die brede rivier, die vanwege de regentijd buiten zijn oevers was getreden (Joz. 3:15). Wat een barrière! Drie dagen lang keken ze naar een probleem dat moest worden opgelost. We lezen niet van enig woord van bemoediging door Jozua of andere leiders van het volk. Daar stonden ze, met vrouwen, kinderen, vee en bagage. Hoe gaan we dat doen? Ze moesten opnieuw leren vertrouwen op God, Die voor hen had gezorgd in de jarenlange woestijntocht. Maar dit was weer nieuw: water dat overwonnen moest worden. Dat kenden ze niet. Ze moesten hun probleem eerst zelf onder ogen zien en dan opnieuw hun vertrouwen leren stellen op de God van wonderen! Wat een beproeving: zien op de Jordaan!
De Jordaan, dat is letterlijk: de néérgaande. Het water van de Jordaan ziet op de hele mensheid; begonnen met Adam, beeld van Gods reinheid en puurheid. Maar de mensheid eindigt in oordeel, in dood en verlorenheid. Zo ook de Jordaan: hij eindigt in de Dode Zee. Van spathelder en drinkbaar water naar water waar geen leven meer mogelijk is: de Dode Zee, plaats van Gods oordeel over Sodom en Gomorra. De diepste plaats op aarde, als zichtbaar teken van Gods toorn over de zonde. Dat is wat Israël hier zag. Ze moesten de doodsrivier over! Drie dagen lang niets anders dan de dood zien. Maar dan komt er een bijzondere boodschap voor het volk. Na drie dagen dood: ziet op het Leven! Ziet op de Ark van Gods verbond (Joz. 3:11)! Wat een boodschap! Het is de ‘Ark der getuigenis’ (Ex. 26:33,34). Het getuigenis van Gods Verbond met Zijn volk, op grond van de wet, die in die Ark was opgeborgen. “Zie op de Ark, Israël!”
Juist dat Verbond was door het volk grof overtreden geweest: “Zij onderhielden Gods verbond niet en weigerden in Zijn wet te wandelen en vergaten Zijn werken en wonderen, die Hij hun had doen zien” (Ps. 78:10,11). Daarin ligt hun en ook onze tragiek! Hoe vaak wandelen we juist niet in de wegen van Zijn verbond en Zijn wet. Hoe vaak gaat een mens zijn eigen weg en vergeet God en vergeet wat Hij kán en wil doen in ons leven. Dan gaan we vertrouwen op onze eigen kracht en mogelijkheden. We kiezen onze eigen wegen en weigeren Hem te raadplegen in de noodsituatie. Hoe vaak zijn er niet signalen naar ons overgekomen van Godswege en sloegen we ze in de wind? Het kwam ons beter uit onze eigen weg te gaan en onze oren toe te stoppen voor Zijn liefdevolle en tedere hints. “Des Heren vertrouwelijk omgang is met wie Hem vrezen en Hij maakt Zijn verbond bekend (Ps. 25:14). Zo komen we voor de doodsrivier te staan, die ons de toegang tot het beloofde land afsnijdt. Vanaf Adam is dat de tragiek van de hele mensheid: het loon van de zonde is de dood.
Maar wij mógen leven in het land van melk en honing! “Zegt onze Heiland niet: “Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed” (Joh. 10:10)? We moeten daarom niet zien op de Jordaan, op de dood, maar op Gods genade, op Gods beloften! Pas na de derde dag drong dat tot Israël door!
Toen werd hun een geheimenis geopenbaard: Ziet op de Ark! Dat wat ze nooit hadden gezien, nooit móchten zien, de Ark (Ex. 40:3), werd nu zichtbaar! Na drie dagen van dood en ellende, van onmogelijke en uitzichtloze problemen. De Ark baant de weg! Dwars door de doodsrivier. De Ark daalt eerst af in de rivier en dan heel het volk. Het ziet op de Ark, trekt er langs op het pad. Het water rijst op tot bij Adam(!) als een dam (Joz. 3:16). Vanaf Adam tot de Dode zee is er een doorgang naar het Beloofde Land! Wát een prediking! De weg ten leven is voor iedereen van het verloren mensengeslacht, begaanbaar geworden. Alleen: zie op de Ark van het verbond(!) met daarin de wet, maar overdekt met het verzoendeksel! De zondaar die de wet overtreedt, wordt verzoend door het bloed dat aangebracht wordt op het verzoendeksel. Die Ark baant de weg!

De Here Jezus is opgestaan op de derde dag. Hij heeft de wet volbracht in Zijn lijden en sterven op Golgotha. Wet en verzoening zijn beide in Hem verenigd. De Ark is het beeld van Hem: de Christus der Schriften. Voeg daar nog bij de staf van Aäron die had gebloeid en het manna dat uit de hemel neergedaald was - want dat vinden we allemaal in de Ark - en we hebben het complete beeld van onze Heiland, zoals Hij in de beelden van het Oude Testament tot ons komt. Dát mocht Israël toen voor het eerst (!) zien, met eigen ogen. De Ark ging vóór hen uit de doodsrivier in en met de Ark daalde heel het volk af in die rivier, om op te klimmen aan de andere kant: het nieuwe land! In die rivier en wel op de bodem, laten ze het oude leven achter in de twaalf stenen (Joz. 4:9). Die worden door het water overspoeld. Ze richten ook een zichtbaar teken op in het nieuwe land: twaalf stenen als getuigenis van het nieuwe begin, het nieuwe leven!

Israëls geschiedenis vertelt van ons heil in Christus… steeds weer!

Feike ter Velde