De hemelvaart

Feike ter Velde • 82 - 2006/07 • Uitgave: 5
Heeft die werkelijk plaatsgevonden?

Een wonderlijke gebeurtenis. De Here Jezus wordt opgeheven van de aarde en vaart omhoog naar de hemel. Zijn leerlingen staan er verbijsterd bij te kijken. Engelen verkondigen Zijn wederkomst.
Maar… is het werkelijk gebeurd?


Er wordt heel wat beweerd in de wereld van de theologen. Niet zelden vinden we er wijsheid van de wereld de boventoon voeren, waarbij de waarheid van de Schrift wordt uitgehold. Na de opstanding van Christus is Zijn hemelvaart de volgende onmogelijkheid die in theologische redeneringen moet worden ingepast. Bij dr. H.M. Kuitert (voorheen Gereformeerd) is opstanding van Christus slechts een verhaal. De discipelen hebben het graag gewild, ze hebben ervan gedroomd en ze hebben iets van visioenen gezien, waarbij Hij aan ze verscheen. En zo zijn ze gaandeweg in de opstanding gaan geloven.
Vermoedelijk zijn er vandaag heel wat predikanten op de kansel die deze opvatting onderschrijven. Niettemin spreken zij in de preek over ‘het geloof in de opstanding’, zodat veel mensen in de kerk niet horen dat hij niet in de opstanding gelooft. Hij gelooft er wel in, maar hij gelooft niet in het lege graf. “Je moet ook helemaal niet vragen, of dat graf echt leeg was, want dat doet er niet toe,” zo beweren deze verlichte predikanten. Dat is nu een typisch ‘Westerse’ probleemstelling,
zeggen ze. En dan komen er de geleerdheden die zeggen dat men vroeger in het Oosten – in de Bijbelse tijden dus – dit soort vragen helemaal niet stelde. Maar, zo gaat de redenering verder, als de discipelen geloofden dat Jezus was opgestaan dan zeggen wij hun dat na. Het gaat, zo zeggen ze, om de betekenis van de opstanding voor deze discipelen, de verhalen erover kwamen later. Die verhalen – de evangeliën dus – hebben de betekenis aangekleed. Met onze wetenschappelijke kennis van vandaag weten we natuurlijk wel dat het graf niet leeg was. Iemand kan na drie dagen niet uit de dood terugkeren, zo stelt men.
En dan komt het verhaal van de hemelvaart. Kuitert zegt: “Ik denk dat er weinig mensen zijn die de hemelvaart voor ‘echt gebeurd’ houden, ook weinig christenen. Hemelvaartsdag is een vrije dag en dat is meegenomen, dan kun je heerlijk fietsen. Een kerkelijke hoogtijdag is het niet meer en waar de dominee over zou moeten preken, hij weet het niet meer. Zo lost zich vanzelf een probleem op, het probleem van een verbeelding die opgevat werd als historische gebeurtenis.” *)

Het is waar dat de hemelvaart van Christus weinig ‘leeft’ onder christenen. Velen zullen vandaag moeite hebben met het geloven in het ‘wonder’ van de hemelvaart. Natuurlijk was het een wonderbaarlijke gebeurtenis. Jezus stapt over de beperking van de zwaartekracht heen. Wie niet in het wonder kan geloven, kan niet geloven in de levende God, die alleen wonderen doet. Omdat vandaag alles verklaard moet worden binnen de grenzen van wat we wetenschappelijk kunnen beoordelen, heeft de letterlijke opneming in de hemel niet letterlijk plaatsgevonden.
Daarom moeten we, zo zegt men, het Bijbelverhaal ontdoen van de mythes waarin ze zijn gehuld, teneinde het echte verhaal over te houden. Voor hen die geloven in de God van de Bijbel, de Schepper van hemel en aarde, Die bóven de dingen staat, is het wonder geen enkel probleem. Die hebben er geen behoefte aan om Lucas in de schoenen te schuiven dat hij een leugenachtig literair trucje uithaalde door “een plastische beschrijving te geven van Jezus’ plotselinge verdwijnen van de aardbodem” [Kuitert]. Met dit soort beschuldigingen probeert men kennelijk het eigen ongeloof enig fundament te geven. Men staat echter op drijfzand. De beschrijvingen van het Nieuwe Testament over dood, opstanding en hemelvaart zijn te nauwkeurig om als getuigenverklaring te worden ontkend, zo ook de hemelvaart.

Alle wonderen van Jezus zijn ons te wonderbaar om te begrijpen. Zijn wandeling over het water, de broodvermenigvuldiging, de opwekking van Lazarus zijn net zo bovennatuurlijk als Zijn hemelvaart. Hij oversteeg de zwaartekracht, door Hemzelf ‘geschapen’, omdat Hij heerst over alles wat uit Zijn hand is voorgekomen. Lucas beschrijft de hemelvaart nuchter en sober als historische gebeurtenis, zonder enige ophef of opsmuk. Hij verwijst nog wel even fijntjes naar de ooggetuigen: ‘…terwijl zij het zagen’, …een wolk onttrok Hem aan hun ogen…, …’toen zij naar de hemel staarden’…’wat staat gij daar en ziet naar de hemel’…’ als gij Hem ten hemel hebt zien varen’. Vijf maal wordt erop gewezen dat men het zag met eigen ogen. Jezus’ hemelvaart markeert veertig dagen van tastbare verschijning aan Zijn geliefde leerlingen, ná de opstanding, met een schat aan onderwijs (Hand. 1:3). Die veertig dagen eindigen met Zijn zichtbare hemelvaart.

Aan de zichtbare hemelvaart wordt de zichtbare wederkomst verbonden (Hand. 1:11). Jullie hebben Hem zien gaan, jullie zullen Hem ook zo zien terugkomen, wordt er nadrukkelijk gezegd. Jezus leeft eeuwig met een lichaam, dat door de dood en de opstanding is heengegaan en is opgenomen in de hemel.
Een bepaalde plaats! Aan de rechterhand van God. We kunnen Hem niet zien, omdat onze ogen daartoe ontoereikend zijn, maar Hij is in die hemelse werkelijkheid, niet ver weg, maar vlakbij!

Die onzichtbare werkelijk wordt zo nu en dan zichtbaar, zoals bij die knecht van de profeet Elisa, of bij Stefanus, toen hij werd gestenigd.
Hemelse engelen omringen ons, maar we kunnen ze niet zien. Soms wel, als God ons even de ogen opent voor die werkelijkheid.
Die eerste Russische kosmonaut zag niets en meldde: ‘Boga Njet’ – Geen God. Dat maakte wel indruk, maar is ontoereikend en daarom onjuist. De hemel is de werkelijkheid in onze werkelijkheid van tijd en ruimte. Het is alleen van een volstrekt andere aard, niet zichtbaar voor onze natuurlijke ogen. Daarheen is de Heiland opgevaren en van daaruit zal Hij zichtbaar terugkomen.

Net als de opstanding van Christus is Zijn hemelvaart van eminent belang voor ons geloofsleven. Het onderstréépt de opstanding én de wederkomst! De ware gelovige is in alle opzichten met Christus verbonden.
In Zijn dood, in Zijn opstanding en straks ook in Zijn verheerlijking. In alles moeten we aan Hem gelijk worden, dat sluit ook de ten hemel opneming in. Hij is in ‘het huis van de Vader’ (Joh. 14:2) en vandaar komt Hij Zijn gemeente halen om haar te volmaken tot haar taak, namelijk om met Hem te heersen over alles (Hebr. 2:5-8). Onze toekomstige verheerlijking wordt als ’t ware in één adem genoemd met Zijn verheerlijking als Hij als overwinnaar de hemel binnengaat.

Kuitert en anderen mogen dan denken dat over de hemelvaart van Christus niets te preken valt, de ware gelovige is er vól van. We zien Jezus, gekroond met eer en heerlijkheid. De Heilige Geest doet ons hart opspringen van vreugde als we denken, spreken en zingen over Jezus. Als we studeren in de Schrift en de eenheid zien in de getuigenissen van hen die erbij waren, dan kunnen we niet anders dan de opgestane en verheerlijkte Heiland loven en prijzen. Dan nemen we afstand van allerlei lieden die vandaag zo ten onrechte onze kansels hebben bezet en die mensen hun warrige brij van opvattingen over de dood, de opstanding en de hemelvaart van Christus voorschotelen. Niet allen die zich christen noemen, maar zij die wederom geboren zijn en leven door de Heilige Geest, geloven in de lichamelijke hemelvaart van Christus, zoals door de apostelen werd gezien en werd verkondigd.
Niet als verhaal, maar als echt gebeurd en als historisch feit. Daarom zeggen en zingen we vandaag uit volle borst: ‘Hij is Heer!’ En voor straks: ‘Hij komt weer!’

*) JEZUS, Nalatenschap van het christendom – pag. 243

Feike ter Velde