De Leeuw, het Lam en de 144.000

Jan van Barneveld • 84 - 2008 • Uitgave: 10
De Leeuw, het Lam en de 144.000

Sleutels

Er zijn twee sleutels die het profetische woord uit de Bijbel voor onze tijd openen. De eerste sleutel is de stelling: ‘We leven nu in de tijd van het herstel van Israël’. Als we dit inzien, vinden we veel gebeurtenissen en ontwikkelingen in onze tijd terug in de Bijbel. We herkennen Gods hand in de moderne geschiedenis van Israël. De tweede sleutel opent Gods woord over wereldwijde politieke, religieuze, klimatologische en economische ontwikkelingen. Deze sleutel opent eerst het boek Daniël. Hij voorzag de opkomst en neergang van machtige wereldrijken. Actueel in profetische zin is de Europese Unie, die steeds meer gaat lijken op het laatste wereldrijk dat door Daniël beschrijft. Daniël geeft ook details over gebeurtenissen die in de eindtijd zullen plaatsvinden. Hij voorzag ook dat een ‘gruwel die verwoesting brengt’ (9:27, 11:31 en 12:11) zal worden opgericht. De Here Jezus, in Zijn rede over de laatste dingen, brengt deze profetie over naar de eindtijd (Matt. 24:15). Zo ‘past’ deze tweede sleutel via de woorden van de Here Jezus en een profetie van Paulus over de antichrist (2Tess. 2:4) op het boek Openbaring. We zullen nagaan waar en hoe Israël in Openbaring voorkomt en hoe dit aansluit bij andere profeten.

Adres
De geadresseerden van dit Bijbelboek: ‘Zend het aan de zeven gemeenten’ (1:11) en ‘Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden, om u dit te betuigen voor de gemeenten’ (22:16). Dus in de eerste plaats aan ons, gelovigen-uit-de-volken. Johannes ‘ziet’ gebeurtenissen op en rond ‘de dag van de HERE’ (1:10). In de geest wordt Johannes naar de eindtijd ‘vervoerd’. Hij ziet gebeurtenissen die in de hemel plaatsvinden en vreselijke rampen die de hele aarde teisteren. Hij ziet Babylon, het afschuwelijke, totalitaire wereldrijk van het beest, de antichrist. Hij voorziet zware vervolgingen voor gelovigen die weigeren mee te gaan met de religie van de antichrist. Wij beperken ons tot enkele passages waar Israël wordt vermeld.

1. De Leeuw uit de stam van Juda
Na de brieven aan de Zeven Gemeenten begint het! De boekrol wordt in Openbaring 5 geopend. Eindtijdgebeurtenissen en de heerlijkheid van de Here Jezus worden onthuld. Wie opent de boekrol? De Leeuw uit de stam van Juda. Verder in Openbaring wordt Jezus 28 maal aangeduid als het Lam. Waarom allereerst als de Leeuw uit de stam van Juda? De Verlosser is heengegaan als Koning der Joden. Dat stond boven Zijn kruis. Hij komt terug als Koning der Joden. ‘Als Verlosser zal Hij voor Sion komen’ (Jes. 59:20). Ook aan het eind van Openbaring is Hij ‘De wortel en het geslacht van David’ (22:16). Dus het Joodse kader waarin de Messias optreedt, blijft ook in de eindtijd gehandhaafd.

2. De zielen onder het altaar
Zes zegels van de boekrol worden in hoofdstuk 6 geopend. Wij geloven dat dan de tijd van de antichrist is aangebroken. Eerst komt er een periode van (schijn)vrede, het witte paard onder het eerste zegel. Daarna komen er oorlogen, opstanden, rampen en honger. Vooral ‘door-de-mens-veroorzaakte’ rampen. Zoals altijd krijgen de Joden weer de schuld. Zij en ook Bijbelgetrouwe christenen, zullen zwaar worden vervolgd. In Daniël 7:19-27 wordt die periode ook beschreven. Het rijk van het beest wordt hier door ‘een kleine horen’ voorgesteld (7:8). Hij, de antichrist, ‘voerde krijg tegen de heiligen en overmocht hen’ (7:21). Hij zal de ‘heiligen’ (Israël) drieënhalf jaar onderdrukken. Dus een enorme vervolging, waarvan we in Openbaring 6:9-11 een echo zien. Daar lezen we over ‘de zielen onder het altaar’. Deze martelaren roepen om wraak: ‘Tot hoelang, o, heilige en waarachtige Heerser wreekt Gij ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?’ (6:10). Dat zijn niet de woorden van de Here Jezus en van Stefanus, toen zij de marteldood stierven! Het is een oudtestamentische roep om vergelding. Wij geloven dat die ‘zielen onder het altaar’ Joodse martelaren zijn uit de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jer. 30:7). Er zullen onder hen ook gelovigen zijn die om het getuigenis van de Here Jezus zijn omgebracht.

3. De 144.000
De God van Israël is bezig om tot Zijn doel te komen met Israël. ‘Gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn, een heilig volk’ (Ex. 19:6). En ‘het woord van de HERE zal uit Jeruzalem uitgaan’ (Jes. 2:3). Daarbij zullen de 144.000 Israëlieten die in Openbaring 7 verzegeld worden en ‘die het Lam zullen volgen waar Hij ook heengaat’ (Op. 14:4) een belangrijke rol spelen. Voor het zover is, zullen er tenminste twee zaken ‘op orde’ moeten zijn.
1) Alle stammen zullen bekend moeten zijn. Dit proces in momenteel aan de gang.
2) Er zullen tenminste 144.000 ‘messiaanse Joden moeten zijn. Ook hierin zien we hoe Gods Geest aan het werk is.

4. Jeruzalem
In Openbaring 11:1-14 ‘ziet’ Johannes allerlei dingen die zich in die eindtijd in Jeruzalem zullen afspelen. Voorzichtig trekken we een paar conclusies uit dit gedeelte.
• Johannes moet de Tempel meten. Behalve de voorhof. Die is bezet door ‘de heidenen’. Dus de Tempel is herbouwd.
• Jeruzalem is bezet door vijandige troepen. Wel drieënhalf jaar lang. Behalve de Tempel!
• Twee machtige godsmannen treden in die tijd op. Zij doen grote wonderen en machtige tekenen. Waarschijnlijk zullen zij door Gods kracht de tempel beschermen tegen de volken.
• Dan komt de antichrist en hij doodt die twee getuigen. Dat maakt voor hem de weg vrij om de Tempel van God binnen te gaan ‘om aan zich te laten zien dat hij een god is’ (2Tess. 2:4).
• Deze twee getuigen worden opgewekt en in de hemel opgenomen. Daarna komt er een grote aardbeving.

5. De ark van het verbond
In de hemelse Tempel wordt de ark van het verbond zichtbaar. Teken van het feit dat de HERE, de God van Israël, Zijn trouw aan de verbonden die Hij met Israël heeft gesloten, niet is vergeten en al Zijn beloften zal vervullen.

6. De vrouw en de draak
In Openbaring 12 ziet Johannes een ‘groot teken in de hemel’. Een prachtige, hoogzwangere vrouw. Haar Kind, de Messias, wordt geboren. Een ander teken, ‘een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens’ wil het Kind verslinden. Let erop dat dit ‘hemeltekens’ zijn. Dus symbolisch voor dingen die in een van de hemelse gewesten plaatsvinden. Die draak wordt naar de aarde gejaagd en hij, de satan, gaat Joden en Bijbelgetrouwe christenen vervolgen. Die vrouw staat voor Israël. Interessant is dat ‘de maan onder haar voeten’ is. De godheid van de islam is een maangod. Op de minaretten staat een halve maan! De maan onder de voeten van Israël. Vandaar de intense haat van de islam tegen Gods volk, Israël. Tijdens die drieënhalf jaar vervolging krijgt ‘de vrouw’, dus Israël, een schuilplaats in de woestijn. Met behulp van ‘een grote arend’ zal de vrouw naar die woestijn vliegen. Interessant is in dit verband dat Israël bezig is de grootste landingsbaan van het Midden-Oosten in de Negev aan te leggen. Het komt allemaal heel dichtbij!

7. Harmageddon
Harmageddon betekent ‘Berg van/bij Megiddo’. Vaak wordt gesproken over de ‘Slag bij Megiddo’. Maar we lezen: ‘En Hij verzamelde hen op de plaats, die in het Hebreeuws genoemd wordt Harmageddon' (16:16). Waarschijnlijk zullen ‘alle volken van de aarde zich daarheen verzamelen’ (Zach. 12:3) zich bij de berg Megiddo, in het dal van Jizreël, verzamelen en dan naar Jeruzalem optrekken. Om daar, in het dal van Josafat, onder het oordeel van God te vallen (Joël 3:2,3).

8. Het nieuwe Jeruzalem
De strijd is voorbij. De Here Jezus, het Woord van God, heeft het Beest en zijn profeet overwonnen. Het Duizendjarig Rijk, waarin de Here het koningschap voor Israël heeft hersteld, is zover. Dan daalt het hemels Jeruzalem neer uit de hemel. Opvallend hoe ‘Joods’ dat er uitziet. Op de fundamenten staan de namen van de twaalf apostelen. Op de poorten staan de namen van de twaalf stammen. De HERE blijft bij Israël, Zijn keuze. Tot in eeuwigheid!

Jan van Barneveld