“En u zult Zijn naam noemen ‘Jezus’…”

Gieneke van Veen-Vrolijk • 82 - 2006/07 • Uitgave: 19/20
(Matt. 1:21)

In het Evangelie van Matteüs lezen wij over de geboorte van de Here Jezus. De evangelist deelt ons zorgvuldig mee welke belangrijke voorbereidende gebeurtenissen hieraan vooraf gingen. Het gaat immers over het grote gebeuren van de geboorte van Gods Zoon volgens het Goddelijk bepaalde heilsplan. Volgens dat Godsplan had de Zoon een al door de Vader gegeven naam. Hierover spreekt Matteüs in zijn verslag over Jezus’ geboorte. Hij vertelt over het Joodse meisje Mirjam - in de Evangeliën bekend als ‘Maria’. Dit meisje was door de Here God uitverkoren om de moeder van de beloofde Messias te worden, een voorrecht waarvan veel vrouwen in haar tijd droomden. Dat voorrecht hield echter veel lijden voor haar in. Hoe zou men in Nazareth hierop reageren? Wat zou men wel niet denken en welke (sociale) gevolgen zou het hebben dat zij zwanger was?
Matteüs deelt duidelijk mee dat Maria zwanger was uit/door de Heilige Geest Gods (1:18-20). De man met wie zij al ondertrouwd was - in die tijd hield dit veel meer in dan een ‘verloving’ - kreeg van Godswege de bevestiging dat de zoon die Maria zou baren uit God geboren was en via een engelenboodschap kreeg hij de opdracht: “…en u zult Zijn Naam Jezus noemen…” De bijzondere reden om de Zoon die werd geboren deze veelzeggende naam ‘Jezus’ te geven is de mededeling: “…Want Hij zal Zijn volk redden van hun zonden.”
Ook Maria zelf kreeg te horen hoe Gods Zoon moest heten (Luc. 1:31).

* Betekenis van deze naam
Zoals elk Joods kind dat werd geboren kreeg ook Gods Zoon een echte Hebreeuwse naam: ‘Jeshua’. De engel deelde aan Jozef mee: “…U zult Zijn naam ‘Jeshua’ noemen…” De Griekse vorm van deze Hebreeuwse naam luidt ‘Iesous’. En uit deze vergrieksing is de naam ‘Jezus’, zoals deze bekend is geworden, voortgekomen. Hierbij moeten wij niet vergeten dat het om een oorspronkelijk Hebreeuwse naam gaat, die een duidelijke betekenis heeft. Want die naam heeft ons veel te zeggen! In de betekenis van die naam ligt een boodschap opgesloten… Om die boodschap te ontdekken, bekijken we deze naam in zijn oudste vorm.
De naam ‘Jeshua’ heeft als oudere vorm ‘Jehosua’. Beide vormen zijn afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord ‘jasha’ dat betekent: (uit)redden, verlossen, uithelpen, bevrijden; ‘jasha’ heeft in geestelijk opzicht de betekenis van ‘heilbrengen’.
Deze oudste vorm ‘Jehoshua’ omvat de Godsnaam ‘Jeho’ (HERE) en een vorm van het genoemde werkwoord ‘jasha’ en kan zo vertaald worden als: ‘De HERE redt’ of ‘Heil van de HERE’. Deze betekenis ligt eveneens in de vorm ‘Jeshua’ en het latere ‘Iesous’. Wij ontdekken hiermee dat de naam gegeven aan Gods Zoon de stellige belofte inhoudt ‘de HERE redt’.

In het Oude Testament komt de oude vorm ‘Jehoshua’ (Jozua) al voor als naam van Mozes’ dienaar en opvolger (Ex. 24:13; 32:17; 33:11; Joz. 1:1). In latere tijd van Israëls geschiedenis komen we deze naam ook tegen in de vorm ‘Jesua’ (Neh. 8:18).
De Hebreeuwse naam ‘Jeshua’ was zeker niet onbekend toen de Here Jezus werd geboren.
Onder in Israël wonende Joden en onder Joden in de verstrooiing was deze naam algemeen bekend en werd veel gebruikt. Toen Hij werd geboren kenden de Joden ook nog goed de betekenis ervan. Men hoorde in Zijn naam de boodschap: ‘De HERE redt’. Joden vóór Jezus’ geboorte en nog enige tijd daarna, gebruikten vaak de naam ‘Jeshua’. Zo weet de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die leefde in de eerste eeuw na Christus, in zijn geschriften 19 mensen te vermelden die deze naam dragen. Zo noemt hij ook ‘Jezus’ die genaamd wordt ‘Christus’ (Joodse Oudheden XX, 9,1). Hiermee onderscheidt hij de Here Jezus met Zijn eretitel ‘Christus’ van alle andere dragers van dezelfde naam.

Paulus had een medewerker ‘Jezus’, met de bijnaam ‘Justus’ (Kol. 4:11). In de periode na Christus verdwijnt onder christenen de gewoonte om de naam ‘Jezus’ te dragen; dit uit respect voor deze naam en omdat men beseft zal hebben dat maar Eén waarlijk deze veelzeggende naam kan dragen én waar maken.

* Waarom deze bijzondere naam?
Matteüs geeft een interpretatie van de naam ‘Jeshua’/Jezus door Zijn toekomstige taak als “Verlosser van de zonden van Zijn volk” te vermelden. Israël kende deze belofte uit Gods Woord (vergelijk Ps. 130:8). Men wist dat God zonde kon vergeven en dat dit alleen Hem toekwam; maar nu wordt met de naam ‘Jeshua’ ook aan Jezus zondevergeving toegeschreven. Daarom kondigde de engel in de nacht van Jezus’geboorte, de herders aan: “U is vandaag de Zaligmaker/Verlosser geboren…” (Luc. 2:11).

* Jesaja 12
Eeuwenlang had Israël dit ‘Lied van de verlosten’ gezongen waarin Gods heil wordt geprezen. Het Hebreeuwse woord ‘heil/verlossing’ is ook ‘jeshua’. Wij horen hierin Jezus’ naam klinken:
“… Ik dank U Here … Uw toorn is afgewend
God is mijn heil/Jeshua …
…Hij is mij tot heil/Jeshua geweest
U zult met vreugde water putten uit de bronnen van heil/Jeshua…”


De naam ‘Jeshua’ houdt direct verband met de reden voor deze naam, want Hij kwam als Heilbrenger voor Israël en voor ieder mens die in Hem gelooft.
Geloof in Zijn offer aan het Kruis en zing mee “ het heil/Jeshua is van de HERE…” (Ps. 3:9).

Dr. Gieneke van Veen – Vrolijk