Ezechiël - introductie

Gert van de Weerd • 82 - 2006/07 • Uitgave: 2
Schatgraven in de Bijbel
De Profeet Ezechiël

Ezechiël is voor de joden één van de belangrijkste boeken van het Oude Testament. Voor christenen ligt dat anders. Velen mijden het en dat komt vooral omdat het boek moeilijk te begrijpen is.
De tekst die u in uw Bijbel leest, is gebaseerd op verschillende grondteksten. Door de onderlinge verschillen, maar ook vanwege moeilijkheden met de vertaling, namen veel vertalers de vrijheid om de tekst naar de eigen uitleg om te buigen. Zo vervaagde de boodschap van Ezechiël. Houden we ons echter nauwgezet aan de oudste grondtekst, dan blijkt dat de profeet duidelijke taal spreekt en dat dit bijzondere boek een schat aan informatie bevat. In de komende tijd hoop ik u – eens per vier weken – een aantal van die schatten te tonen.


In Ezechiël gaan twee tijdperken in elkaar over. Het oude (Sinaïtisch) verbond wordt verbroken en zo komt er een eind aan Gods aanwezigheid in de tempel. In de periode die volgt (en tot op heden voortduurt), is het volk Israël op weg naar een nieuwe toekomst. Die is verbonden met de komst van de Messias, het Messiaanse Rijk en een toekomstig nieuw verbond tussen God en Israël.
In de oude tijd liep het contact tussen God en zijn volk via middelaars: richters, koningen, priesters en profeten. Zij regeerden in Gods naam en aan hen moest verantwoording afgelegd worden. Na de verwoesting van Jeruzalem werd dat anders. De profetische boodschap wordt niet meer aan een tussenpersoon gericht, maar spreekt zowel de gelovige als de zondaar direct aan. Dat was nieuw en met die theologie legt Ezechiël de basis voor de komst van Jezus Christus, want Zijn boodschap is diep geworteld in dit boek.

Ezechiël is ook het boek dat de nieuwe relatie tussen God en mens gestalte geeft. Ezechiël 18 en 33 spreken van regels ten leven en de weg naar rechtvaardigheid. Daarin wordt ieder van ons aangesproken, niet alleen Israëlieten. Want de wortels van de prediking van Jezus Christus, waarmee de basis van de Gemeente van Christus gelegd werd, vinden we in het boek Ezechiël.

Het is daarom een boek van hoop, dat de betrouwbaarheid van Gods beloften bevestigt.
En tenslotte spreekt Ezechiël gedetailleerd over de Eindtijd. Daarin beschrijft hij het herstel van Israël, de ondergang van Gog/satan, de bouw van de laatste tempel en de wonderbaarlijke tempelbeek.

Deel 1: De Majesteit van God
In Ezechiël 1 vinden we een wonderlijk visioen. Het beschrijft de komst van een hemels voertuig, waarin God zich verplaatst. Het is een onaards tafereel dat niet gemakkelijk in woorden is te vangen.
Nemen we dan nog mee dat veel vertalingen matig van kwaliteit zijn, dan is het al helemaal moeilijk te begrijpen. Indien we ons laten leiden door de Hebreeuwse grondtekst*, dan ziet de profeet het volgende: Een immens grote wolk met flikkerende bliksemstralen komt met grote snelheid uit het noorden (vers 4). Daarin een vurig voertuig, dat gedragen wordt door vier wezens (Grondtekst: Chayos*). Dat blijken cherubs te zijn (Ezechiël 10:1 en 20), machtige hemelwezens. In vers 15 verschijnt een tweede wezen op het toneel. In de NBG-vertaling wordt het met rad/raderen omschreven, maar dat is een verlegenheidsvertaling.
Er staat Ofan/Ofanim* en ook dat zijn waarschijnlijk hemelwezens. Het voertuig komt tot stilstand (vers 25) en boven het voertuig ontstaat een uitspansel (vers 26), dat is een soort koepel. Daaronder verschijnt een troon, die van kostbaar saffiersteen gemaakt is. Op die troon zit de Almachtige in een menselijke gestalte, die door vuur omhuld wordt (vers 27). Om het vurige omhulsel heen verschijnt een stralend licht dat er uitziet als de verschijning van een regenboog (vers 28a). Dan begint God te spreken (vers 28c): Toen viel ik op mijn aangezicht en ik hoorde de stem van Één die sprak. Met de indrukwekkende opkomst van de Almachtige opent het boek Ezechiël. Het koninklijke schouwspel maakt duidelijk dat er belangrijke profetie volgt. De woorden daarna zijn dus ‘woorden van God’ en daarom van het hoogste belang.

De opdracht van Ezechiël
De profeet wordt gelast om het oordeel over het volk Israël uit te spreken. Er is geen sprake van een oproep tot bekering. Daarvoor is het te laat. Haast koud klinkt het: “Hij die luistert, hij luistere en de weigeraar, laat hem weigeren, want zij zijn een rebellerend huis” (Ezechiël 3:27, grondtekst*). De profeet moet zijn landgenoten meedelen dat God de tempel verlaat en dat het oordeel over Jeruzalem en Juda voltrokken gaat worden.
Met nadruk wordt Ezechiël opgedragen elk woord van God zorgvuldig op te nemen. Daarna vertrekt de troonwagen (Ezechiël 3:12 en 13). De profeet is verpletterd door de goddelijke boodschap en zit zeven dagen als verlamd in zijn huis (Ezechiël 3:15). Geen Israëliet hield er rekening mee dat Jahweh de tempel ooit zou verlaten. Zijn aanwezigheid was een garantie voor het voortbestaan van Israël. Die zekerheid vervalt nu enkort daarna wordt Jeruzalem door koning Nebukadnezar verwoest. Daarmee komt er een einde aan het Sinaïtisch verbond.

De Rebellie van Israël
Ezechiël 2:3 (grondtekst*) spreekt van rebellie tegen God en uitdagend zondigen. Dat is meer dan alleen maar de wet overtreden. Het houdt in dat Israël zich massaal, vijandig tegen de Almachtige opstelde. Daarmee verbraken zij het Sinaïtisch verbond. Zo verspeelden zij Gods bescherming en zegen. In hoofdstuk 4 vinden we de acte van afstand, waarin de Almachtige het Sinaïtisch verbond opzegt. Daarmee begint een lange perikoop van gruwelijke oordelen, de hoofdstukken 4 tot 7.

Jahweh verlaat Jeruzalem
In Ezechiël 8:1-3 lezen we dat God de profeet Ezechiël uit zijn huis in Babylon wegvoert naar Jeruzalem. De reden blijkt al gauw. De profeet dient getuige te zijn van de verschrikkelijke zonden die daar bedreven worden. Het heeft iets van ‘de laatste druppel’ die de emmer van Gods woede doet overlopen. De profetie spreekt van buitengewoon afschuwelijke dingen die zij doen (hoofdstuk 8:6, 13 en 15; grondtekst*). In de tempel wordt namelijk gruwelijke afgoderij bedreven. Dat verdraagt zich niet met de aanwezigheid van God, Die dan ook vertrekt. Kort voor Zijn vertrek worden nog zes verderfengelen Jeruzalem ingezonden om Gods oordelen ten uitvoer te brengen (Ezechiël 9). Dan beveelt God de troonwagen en deze verschijnt in de tempel. Daar gekomen stijgt Gods glorie op uit de tempel (Ezechiël 10). Nog eenmaal spreekt Jahweh. Dan neemt Hij plaats op de troonwagen (Ezechiël 11:22) en vertrekt uit Jeruzalem, oostwaarts. Buiten de stad rust de troonwagen een ogenblik op de Olijfberg – als een teken voor de dingen die komen zullen – en vertrekt van de aarde. Het is alsof God zich terugtrekt in de hemel. Pas met de geboorte van Jezus gaat deze weer open.

Gert van de Weerd

* Zie mijn verklaring van Ezechiël 1 en 2 (verkrijgbaar bij Het Zoeklicht).