Geruchten van oorlogen

Henk Schouten • 85 - 2009 • Uitgave: 20
De Here Jezus spreekt in Zijn rede over de laatste dingen over oorlogen en geruchten van oorlogen (Matteüs 24:6). Deze opmerking is een teken van de eindtijd, de Here Jezus somt immers een groot aantal zaken op die Zijn wederkomst en de oprichting van Zijn koninkrijk aankondigen. In die tijd zal ook de gemeente worden opgenomen, al Gods kinderen zullen voor altijd bij de Here zijn. Op aarde vinden echter vreselijke dingen plaats en ontegenzeglijk maken Gods kinderen daar best nog veel van mee. We zitten er midden in.

Oorlogen
Het Griekse woord voor oorlogen, polemos, kennen wij ook uit het woord polemiek. Een polemiek is ook een soort strijd, meestal met de pen gevoerd. Tegenstanders komen in beweging om hun gelijk aan te tonen. De grondbetekenis heeft dan ook te maken met beweging. Wanneer mensen niet meer de woorden hebben om hun verschillen vreedzaam op te lossen en daarin machteloosheid openbaar wordt, dan gaan mensen op de vuist en grijpen naar de wapens.
Ook wat dat betreft mogen we echt zorg hebben over onze samenleving. Steeds sneller komen mensen woorden te kort, raken geïrriteerd, kunnen niet relativeren en wanneer dan hoofd en hart verhit zijn door drank, drugs of hebzucht, gaan mensen op de vuist. Er zijn ook mensen die bewust de confrontatie zoeken en als hooligans de plekken kiezen om hun ziekelijk geweld uit te leven. De oorlogen en de geruchten van oorlogen waarover de Here Jezus spreekt, mogen we gerust breder opvatten dan alleen een oorlog tussen gewapende militairen.

Geruchten
Ook het woord ‘geruchten’ is opmerkelijk. Dat zit zeker de betekenis in van het woord gerucht. Dat betekent ‘van horen zeggen’. Vandaag hebben we veel ‘van horen zeggen’. Daarbij is het zo dat wanneer we goed geïnformeerd willen zijn, we afhankelijk zijn van ‘wat’ we horen zeggen. In dat hele circus speelt de journalistiek een belangrijke rol. De journalist moet vrij onderzoek kunnen doen en ons vrij kunnen informeren. Het is voor journalisten een enorme opgave om ons goed te informeren en alle dingen in zuiver licht voor te stellen. Journalisten zijn mensen, maken fouten en zo ontstaat er veel desinformatie. Hoe groot is het risico dat we onjuiste informatie krijgen via journalisten die op zichzelf heel integer zijn?
Daarnaast wordt ook de journalist opgejaagd door de deadline. Op dát tijdstip moet het artikel klaar zijn. Haast versnelt het proces van onnauwkeurigheid. Haast bewerkt ook dat men gemakzuchtig inzichten ‘leent’. Zo ontstaat een fabriek van elkaar naschrijvende media. Sterker nog, wanneer een journalist goed werk geleverd heeft, maar zijn inbreng haaks staat op wat breed leeft, dan wordt zo iemand als een paria gezien. Een tegenstem is lastig. Geruchten worden nog ernstiger wanneer in de pers bewust leugens gehanteerd worden. Dat zien we niet alleen onder totalitaire regiems. De geruchtenstroom zwelt aan, ieder heeft zijn eigen mening, het debat verruwt. Woorden, ook in het publieke debat, worden grover en schieten te kort. De polemiek groeit, het wapengekletter dringt zich op.

Apathisch
Het is niet verwonderlijk dat mensen een terugtrekkende beweging maken. Ze geloven het allemaal wel, ze keren zich af en leven alleen nog voor hun gezin, hun kinderen, hun club of kerk. Ze zoeken het in Den Haag, Brussel of New York maar uit. Een enkele keer staat er iemand op die de juiste woorden spreekt, de gevoelens van machteloosheid, onvrede of woede weet te kanaliseren. De man met dat nieuwe geluid krijgt applaus. Steeds bleek dat zulke mannen uiteindelijk hele volken en culturen diep in het ongeluk hebben gestort.
Nog geen tien verzen verder schrijft de Here Jezus over de ‘gruwel der verwoesting’. Dan gaat het om de antichrist die de macht zal grijpen, de handen op elkaar zal krijgen en de wereld uiteindelijk in de vernietiging zal werpen. Dit alles heeft te maken met apathie. Mensen hebben geen zin om de waarheid ter harte te nemen. Mensen staan wagenwijd open voor het geruchtencircuit, maar zijn volstrekt apathisch voor het levend makende woord van de Here Jezus.

Oorlog was er altijd al
Wanneer we wijzen op het profetische woord, wanneer we spreken over de laatste dingen, wanneer we de woorden van de Here Jezus zelf (!!) laten klinken dan is daar steevast de opmerking: oorlogen waren er altijd al. Niet zelden krijgen gelovigen dan nog een tik. Die oorlogen hebben altijd te maken met godsdienst, de religies verdelen de wereld. Ook dat is zo’n populaire leugen die het goed doet. Er zijn relatief nauwelijks godsdienstoorlogen geweest. Totdat de islam op het toneel kwam, waren er feitelijk nog nooit godsdienstoorlogen gevoerd. De islam is de uitvinder van zending met het zwaard. De kruistochten waren van later datum en hoe schandelijk ook dat ze gevoerd zijn, nergens leert de Bijbel en de Here Jezus nog veel minder, wat de kruisridders deden. Feit blijft dat verreweg de meeste oorlogen niets met godsdienst van doen hadden.
Dat oorlog er altijd al was, hoeft ons niet te verbazen, de zonde bracht het geweld in Gods schepping. De opmerking van de Here Jezus betekent echter dat er een explosie van oorlogsbeweging/geweld (polemos) zal zijn. En dit teken van de eindtijd moet gezien worden naast vele andere tekenen. Wie de statistieken erop naslaat, ziet ook een onrustbarende stijging van het aantal gewapende conflicten.

Geruchten van vrede
Voor ons die geloven zijn al die berichten van toenemend geweld, waarop dikwijls weer schijnvrede volgt geen wanhoopssignalen. Juist het tegenovergestelde geldt voor ons die geloven. Het zijn geruchten van vrede. Het zijn de steeds duidelijker wordende voetstappen van de Here Jezus, het leert ons: Hij nadert snel.

Jezus zal zeker komen, heel spoedig, Maranatha.

Ds. Henk Schouten