Het Evangelie van Matteüs (16)

Gert van de Weerd • 87 - 2011 • Uitgave: 16
Profetie in het Nieuwe Testament

De Gelijkenis van de Talenten
In de oudheid was een talent de grootste rekeneenheid in geld. Het vertegenwoordigde een gewicht van 34,2 kg in goud. De waarde in hedendaagse munt was ongeveer 1 miljoen euro.

‘Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij’ (Matteüs 25:14-15).

De hoofdpersonen
De man die op reis ging beeldt God uit of Jezus Christus; daarover zijn de meningen onder theologen verdeeld. Een keuze is niet beslist noodzakelijk, omdat de strekking van de gelijkenis er niet door wordt aangetast. Maar, wie zijn de drie dienaren? Zeker niet de eerste de beste, want de één wordt een bedrag van 5 miljoen euro toevertrouwd, de tweede 2 miljoen en de derde 1 miljoen. Gezien de hoogte van de bedragen waren de drie dienaren goed opgeleide mensen van hoge rang (zoals Jozef aan het hof van de farao). Ieder krijgt een bedrag dat past bij zijn capaciteiten.

‘Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het’ (Matteüs 25:16-18).

100% winst!
Dienaren één en twee doen wat hun heer van hen verwacht en zijn zeer succesvol. Ze verdubbelen het hun toevertrouwde bedrag. Dienaar drie begraaft het geld en doet verder niets. Hij is ongehoorzaam aan zijn meester, want hem was opgedragen met dat geld handel te drijven (vers 16). Hij neemt zelfs niet de moeite om het op de bank te zetten en zo het kapitaal te vermeerderen met rente (vers 27).

‘Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap’ (Matteüs 25:19).

Oordeelsprofetie
De gebruikte uitdrukking - vroeg hun rekenschap (Grieks: sun-airein logon) - is zeldzaam en komt alleen nog in Matteüs 18:23 voor. Ook dat is een gelijkenis en uit de context blijkt dat de term op het laatste oordeel ziet. Dat is hier ook het geval en zo wordt duidelijk wat deze gelijkenis ons wil zeggen. De talenten beelden gaven uit - in dit geval grote gaven - en Jezus spreekt over mensen (dienaren) die in dienst van God zijn. In Jezus’ tijd waren dat bijvoorbeeld de Schriftgeleerden en Farizeeërs. Wellicht moeten we ook de discipelen erbij betrekken. Dat waren wel eenvoudige mensen, maar zij ontvingen grote gaven van God (Lucas 24:45), die hen ver boven hun normale niveau uittilden.

‘Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei:“Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer’ (Matteüs 25:20-23).

Een uitzonderlijke eer!
De twee trouwe dienaren hebben het voortreffelijk gedaan. De één heeft vijf talenten winst gemaakt, de ander twee. Beiden ontvangen dezelfde beloning. Die wordt dus niet door de hoogte van de winst bepaald. God beoordeelt onze inspanning ten behoeve van Zijn koninkrijk naar de mate waarin hij ons heeft begiftigd. Beide dienaren hebben het bedrag verdubbeld. Beiden worden aan de tafel van God genodigd en ontvangen zo uitzonderlijke eer.

Beloning naar inspanning?
Jazeker! De daden van een gelovige op aarde bepalen de hoogte van zijn beloning in het hiernamaals. 2 Korintiërs 5:10 (NBV) is daar heel duidelijk over: ‘Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht.’ En 1 Korintiërs 3:11-15 ‘Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt - Jezus Christus zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen.’

‘Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen”’ (Matteüs 25:24-27).

Wie niets doet maakt geen fouten!
De derde dienaar geeft zijn heer het talent ongebruikt terug. Zijn falen maskeert hij met mooie, vrome woorden, die echter een diepere betekenis verkrijgen. Het zijn namelijk tevens woorden ten oordeel. Want als God maait en oogst waar Hij niet gezaaid heeft, dan wordt niet het graan bedoeld (de goede vruchten). Dan wordt het onkruid bedoeld, dat is opgeschoten uit het zaad van de vijand - satan - (Matteüs 13:24-30) dat verbrand wordt.
De derde dienaar weet van het dreigende oordeel en wil uit zelfzuchtige motieven geen enkel risico lopen iets fout te doen. Daarom doet hij niets. Hij weigert zijn gave voor God in te zetten en daarmee verklaart hij zich tot Gods vijand. Hier klinkt Matteüs 12:30 ‘Wie niet met mij is, is tegen mij!’
Het is natuurlijk niet moeilijk in de derde man de Farizeeën en Schriftgeleerden te herkennen. Zij hielden zich angstvallig aan Gods wet en beroemden zich daarop. Zij misbruikten de letter van de wet om zich boven anderen te verheffen. De liefde tot God en de naaste was hun vreemd. Maar… de derde man staat ook model voor alle falende christelijke leiders van onze tijd.

‘“Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed. Maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”’ (Matteüs 25:28-30).

Afgesneden
De falende dienaar wordt zwaar gestraft. Zijn gaven worden hem ontnomen en hij wordt afgesneden van Gods licht. Als alle invloed van God de mens ontvalt, is alle schoons en alle liefde verdwenen. Dat is de hel.

In dit artikel is de NBV-vertaling gebruikt, want die is duidelijker.

Gert van de Weerd