Hoe christelijk is Anselm Grün?

drs. M. Dieperink • 85 - 2009 • Uitgave: 4
De Duitse Benedictijner monnik Anselm Grün schrijft bestsellers over spiritualiteit (bijv. God ervaren) die ook door orthodoxe protestanten worden gelezen. Zijn boeken voorzien duidelijk in een behoefte en die behoefte aan spiritualiteit is legitiem. Daar hij de psychotherapie van C.G. Jung en zen-meditatie in zijn denken heeft geïntegreerd, interesseerde het me om enkele boeken van hem te lezen om te zien of de invloed daarvan te merken is. En inderdaad heb ik zijn boeken met gemengde gevoelens gelezen. Enerzijds schrijft hij mooie dingen, maar anderzijds zijn er dingen die niet kloppen. Je vindt in zijn boeken een vermenging van christelijk en new age denken.

God ervaren

Godsbeeld

Grün verzet zich tegen eenzijdige Godsbeelden, maar zijn eigen Godsbeeld is ook eenzijdig. Een almachtig God, een straffende God en God als Rechter, dat zijn voor hem valse beelden. God is voor hem simpel een Aanwezigheid. Hier herkennen we de invloed van zen. Grün neemt verder het gnostische denken over, dat men ook bij Jung vindt, dat God niet alleen helder licht is, maar ook een donkere kant heeft. De apostel Johannes bestrijdt reeds deze gnostische ketterij: “God is licht en in Hem is er in het geheel geen duisternis” (1Joh. 1:5).
Voor de gnosticus Jung en moderne New Agers is de duisternis echter een deel van God zelf, waardoor goed en kwaad worden gerelativeerd. We moeten als mens, zo zegt ook Anselm Grün, het kwaad in onszelf niet verwerpen en bestrijden, maar aanvaarden en integreren.

Godservaring
Voor Anselm Grün is er geen directe Godservaring mogelijk: “Gods stem is echter niet direct te vernemen, maar als de stem in alle stemmen van de wereld en van de mens” (p. 81) en “in ervaringen van zonsopgang of -ondergang, van windstilte te midden van onweer, van een regenboog tijdens een gesprek, onverwachte ontmoetingen met mensen die me iets belangrijks meedelen, of in een goed verlopen autoreis op een spiegelgladde weg kan ik God zelf ervaren” (p. 128). Het gaat bij hem in feite om natuurmystiek. Alle levenservaringen kunnen voor hem een weg tot Godservaring zijn. In diepste wezen maakt het hem niet uit of je aan het avondmaal of de eucharistie deelneemt, of een zoet koekje proeft.
Op zichzelf is natuurmystiek niet verkeerd. Paulus zegt ook dat we uit de schepping God kunnen kennen (Rom. 2). Maar deze weg kan wel gevaarlijk worden als we ons in onszelf afdalen.

De weg naar binnen
Zowel de psychotherapie van Jung als zen is een weg naar binnen. Deze weg vinden we bij Anselm Grün ook. Als we maar diep in onszelf inkeren, vinden we volgens hem God. God is de diepste grond van ons zijn. “Als ik neerdaal in de sectoren van mijn ziel, die ik heb toegedekt en verhuld, zal ik daar God ontdekken die zich verbergt in de diepte van mijn hart” (p. 36). In wezen heeft hij zo geen ontmoeting met de Ander, maar is hij alleen met zichzelf. “Ik ervaar dus God niet als een bepaald iets, als een concrete gestalte, maar ik beleef Hem als mijn door het licht verlichte zelf. Ik ervaar me als één met mezelf” (p. 157).
Deze weg naar binnen kan gevaarlijk zijn. Toen Jung in het onbewuste afdaalde, ging hij er bijna aan ten onder. Hij maakte kennis met demonische krachten. Als gevolg van zijn dieptepsychologisch onderzoek kreeg Jung een geleidegeest (demon) bij zich, die hij Philemon noemde.

Deze gerichtheid naar binnen staat in contrast met de spiritualiteit van de Benedictijnen die hijzelf praktiseert in zijn klooster. “Doordat de monniken de Schepper loven en zijn schepping in hymnen en psalmen bezingen, openen zij hun zintuigen om in de schepping de Schepper te ervaren” (p.146). Echte christelijke spiritualiteit richt de blik in aanbidding naar boven, naar de Transcendente God.

Algemene spiritualiteit
Zijn spiritualiteit is er voor christenen en niet-christenen. Het kan ook zonder Jezus. Volgens hem woont God in ieder mens, daar moeten we ons alleen van bewust worden. “Jezus toont aan degenen die God zoeken dat het rijk Gods al in hen is, dat er in hen al een goddelijke kern is, dat zij in God zijn en dat zij slechts in God hun ware wezen vinden” (p. 17).
Natuurlijk, Gods levensadem woont in ieder mens en ook niet-christenen kunnen uit de schepping kennis van God hebben, maar uit de Bijbel leren we ook dat de gemeenschap met God door de zondeval verbroken is en dat we, als we tot een bewuste gemeenschap met de hemelse Vader willen komen, Jezus als dé Weg nodig hebben. Over die noodzaak spreekt Grün niet. De weg tot God is voor hem het verlangen dat ieder mens heeft.

drs. Martie Dieperink

Wordt in het volgende nummer vervolgd.
(aangehaalde paginanummers uit God ervaren, Anselm Grün, Lannoo - Ten Have, 2001)