Straks wordt het Pinksteren!

Feike ter Velde • 85 - 2009 • Uitgave: 8
En dan…?

Straks vieren we weer het Pinksterfeest: de komst van de Heilige Geest, nadat de Here Jezus ten hemel gevaren was, zoals vermeld in de Bijbel.
Op die grote dag, toen het opstandingsleven van Jezus neerdaalde in de levens van de honderdtwintig en later op die dag nog eens in de levens van de drieduizend. De kenmerken van die dag waren de bekeringswonderen: de Gemeente van Christus werd geboren. Wat is er na die dag veel veranderd.
Zijn we de weg kwijtgeraakt?


Vandaag horen en lezen we van allerlei manifestaties die worden toegeschreven aan de Heilige Geest. Megakerken in Amerika, welvaartsevangelie in Azië, wonderen en tekenen en zelfs opstanding van doden. Ook in ons land lijken de dromen soms werkelijkheid te worden. Als het later toch niet waar bleek, hoor je niemand meer over de vermeende wonderen en gaat alles gewoon weer door. Dat er brokken worden gemaakt, lijkt niemand te interesseren. Dat de christelijke wereld steeds weer allerlei vormen van bedrog tentoonspreidt, lijkt door de meeste christenen zelf niet te worden opgemerkt. Velen zijn vandaag in verwarring, anderen maken elkaar verdacht. Overal komen scheuringen en kijken broeders en zusters elkaar niet meer aan. Wat is er met ons aan de hand?
Juist het mooie van de Pinksterdag, de komst van de Heilige Geest, lijkt het brandhout geworden voor het vuur van de verwarring. Straks vieren we weer het Pinksterfeest, maar hebben we nog wel wat te vieren? En zo ja… wat moeten we dan vieren? Ik werd diep aangegrepen door een verhaal dat iemand mij vertelde en dat nog niet zo lang geleden is gebeurd. Hier komt het:

Gerard groeide op in een gelovig en stabiel nest. Zijn ouders wandelden met God. Ze leerden de kinderen op Hem en op de Bijbel te vertrouwen en de principes die ze daarin tegenkwamen eenvoudig toe te passen.
Het was in de jaren ’90 toen er een extreme variant van pa en ma’s geloof baan brak. Gerard bleek er gevoelig voor. De diensten gingen met een hoop extase gepaard. Daardoor kwam hij in een soort emotionele achtbaan terecht die alles deed duizelen. Het eenvoudige geloof van thuis werd omgeruild voor een zucht naar beleving. De extase werkte verslavend. Een kerkdienst zonder emotie was niks. Er waren ook veel genezingen, maar de eerlijkheid gebied te zeggen, weinig was medisch aantoonbaar.

Gerard ging er helemaal in mee. Hij werd dronken van deze extase en had bovennatuurlijke ervaringen. Hij rolde over de grond in een kramp, waarbij hij ongecontroleerd schaterlachte, andere keren lag hij in trance op de grond. Op weer andere momenten blafte hij als een hond, terwijl hij over zijn hele lijf schokte. Hij voelde energieën door zijn lijf gaan. De Bijbel verdween ongemerkt maar snel naar de achtergrond. Het is toch eigenlijk maar een dode letter, tenzij de Geest iets specifiek van toepassing verklaart. Dan komt de Bijbel eigenlijk pas tot leven. Daarom moet eerst bovennatuurlijk worden aangegeven wat het woord van God is op dat moment. Al het andere is dode religie. Gerard beleefde de hemel op aarde.

Hij keek ongewild nogal neer op zijn familie die niet in deze dingen meeging. Hij snapte niet waarom ze aan hun dode religie vasthielden. Het bracht veel verwijdering. Voor de familie was het alsof Gerard in een sekte verdween. Ze hielden aan de Bijbel vast en wilden eerst dingen toetsen. Ze herkenden in de ervaringen van Gerard manifestaties uit het occulte. Ja, zei Gerard dan, dat heeft de duivel van God afgepakt, maar nu hebben we het weer terug. De verwijdering met andere christenen werd ook steeds groter. Alles draaide om de eigen kleine groep. De groep deed aan spiritual ‘mapping’ - dat is lokale boze geesten in kaart brengen. Ze lokaliseerden boze geesten in de stad om ze vervolgens weg te jagen. Alles was verkrijgbaar in deze gemeente, financiële voorspoed, gouden tanden die op bovennatuurlijke wijze in het gebit geplaatst werden en genezing waar nodig.

Het werd ingewikkeld toen Gerard kanker kreeg. Er werden ‘rhema’-woorden van toepassing verklaard door de gemeente. Hij zou beter worden. De ziekte was enkel opdat God kon laten zien hoe groot Hij was. Nou ja… gemeente, de gemeente was keer op keer gescheurd en velen hadden de kerk teleurgesteld via de achterdeur verlaten, ook velen die eerst de extase beleefd hadden. Een heel exclusief groepje was overgebleven van wat eerst een bloeiende kerk was. Maar wat wegging was, volgens de leiding, kaf wat van het koren gescheiden moest worden. En Gerard geloofde het, zoals hij eigenlijk alles aannam en nooit meer toetste of nadacht. De kleine groep danste er iedere zondag op los. Ook Gerard met zijn kanker. Hij leerde zijn ziekte te ontkennen; ‘in geloof leven’ heet dat. Voor lijden was er in de gemeenschap geen plaats. Lijden was voor de ongelovigen.

En ja, het wonder gebeurde! Gerard werd op bovennatuurlijke wijze genezen! De gemeenschap danste erop los. Gerard was het bewijs van het feit dat ze het toch bij het rechte eind hadden. Op vele plekken in het land gaf hij z’n getuigenis, tot extase van velen. En zijn getuigenis werd gebruikt om ook anderen te trekken en om ook hen de genezing als standaard voor te houden.
Maar wat niemand zag was dat de kanker niet weg was… Hij was niet genezen en de dag kwam dat Gerard het ook wist. Toen zat hij gevangen. Hij kon er niet mee voor de dag komen in de gemeente. Mensen die ziekten terugkregen werden al gauw zelf als oorzaak aangewezen. Hij had vast niet genoeg geloof gehad. Hij kon ook niet naar z’n omgeving. Hij had immers zo geproclameerd dat God de kanker had overwonnen. Zou hij nu moeten zeggen dat het allemaal toch anders was? Moest Hij God van Zijn eer beroven?
Gerard voelde zich diep schuldig. Hij liep zo vast, dat hij besloot niemand iets te zeggen. Zelfs zijn vrouw en kinderen durfde hij niet op de hoogte te brengen. Naar het ziekenhuis ging hij al tijden niet meer, dat zou een teken van ongeloof zijn geweest. Zo werd het een heel eenzame strijd van binnen… en een lange lijdensweg voor Gerard. Arme Gerard, gevangen in een verkeerd Godsbeeld, in een verkeerd mensbeeld en in een verwrongen theologie… Daar ging hij met een ondraaglijke last van binnen. Hij hield het vol tot de laatste dag van z’n leven. Aangekomen bij het ziekenhuis stortte hij in. Hij overleed enkele uren later. Een afscheid van zijn vrouw, zijn opgroeiende kinderen zat er niet meer in.

De gemeente danste door rond zijn graf. Vergeten waren ze de ‘rhema’-woorden - woorden die God gesproken zou hebben - dat Gerard zou genezen. Hij was nu immers bij God! Het profeteren is nu eenmaal onvolkomen. Verdriet hoeft daarom niet aan de orde te zijn, werd de gemeente en de familie voorgehouden, dat zou een teken van ongeloof zijn.
Straks zal er een dag zijn waarop Gerards kinderen vragen zullen stellen. Wie was onze vader eigenlijk? Mamma, waarom konden we geen afscheid van pappa nemen? Waarom kon pappa ons niets vertellen over wat er in hem omging? Mama, waarom mochten we geen verdriet hebben? Wat is dat voor een meedogenloos geloof dat eerst pappa’s ziekte ontkende en vervolgens ons verdriet ontkende? Mamma…?

Tot zo ver het tragische verhaal van Gerard. Er zijn er heel veel als Gerard. Lieve mensen, die de Here Jezus willen volgen en dienen, die er alles voor over hebben om uit het geloof te leven. Maar ze werden misleid door verkeerde praktijken. Ze werden aangeraakt in hun emotie, iets wat ze van huis uit misschien niet zo kenden en wat zo goed voelt.
Op zich is daar ook niets mis mee. Een mens kan niet kerkelijk opgesloten blijven in de harde eisen van de dogmatiek, zonder de warmte van de liefdevolle Heiland, die Zijn Geest zond om naast ons belijden, ook te beleven. Maar de tragiek van velen is dat ze de schok van het beleven niet of nauwelijks toetsen aan een gezond belijden. Om met Spurgeon te spreken: “Ons hart mag hoog stijgen, tot in de hemelse paleizen waar de heerlijkheid van God is, maar met onze voeten moeten we altijd op de grond blijven staan.”
We leven in gevaarlijke tijden, waar de geesten ronddwalen om velen te misleiden in de doolhof van wonderen en tekenen die niemand controleert, waar niemand vragen mag stellen, waar al het andere als dode religie wordt bestempeld en waar kleine pausjes als geestelijke leiders zichzelf etaleren, boeken schrijven, hoog van de toren blazen… zonder dat het iets anders oplevert dan slachtoffers als Gerard.

Het wordt straks weer Pinksteren! Laten Woord en Geest het licht op ons pad zijn, zodat we geestelijk opgroeien en vrucht dragen voor de Here. Tot opbouw van de Gemeente van Christus. Laten we terugkeren naar de gezonde leer van de Bijbel. Onze God doet nog steeds wonderen, soms ook wonderen van genezing. Dat staat echter los van alle verkeerde praktijken die zich vandaag ongevraagd aan ons opdringen. Gerard zette me aan het denken. Hij stimuleerde me om alles te toetsen en om mijn gezonde verstand te blijven gebruiken in het dienen van God.

Feike ter Velde