Image

Vele wateren kunnen de liefde niet uitblussen...

Yme Horjus • 98 - 2022 • Uitgave: 11

Hooglied 8:6-7

In de laatste vijfentwintig jaar zijn zaken op het vlak van de identiteit van mensen onvoorstelbaar belangrijk geworden. Wie ben ik als mens? Waar kom ik vandaan? Wat is de kern van mijn bestaan? Die vragen raken niet alleen bijvoorbeeld aan de huidskleur van mensen, die racisme kan genereren, maar ook aan de seksuele identiteit van mensen. Voel ik mij aangetrokken tot iemand van het andere geslacht of eerder tot iemand van mijn eigen geslacht?

Binnen de kerkelijke wereld was de situatie tot voor enkele decennia tamelijk overzichtelijk. Men volgde meestal de traditionele Bijbelse lijn: de Schepper had voorzien in mannen en vrouwen en méér smaken waren er eigenlijk niet. In diezelfde kerkelijke wereld is de situatie nu drastisch veranderd. Het denken in termen van variatie en diversiteit is daarin ook doorgedrongen.
De werkelijkheid gebiedt te zeggen dat de kerken zich die maatschappelijke ontwikkelingen niet van het lijf konden houden. Of men wilde of niet, men kon niet ontkomen aan gesprekken en discussies over seksuele identiteiten en voorkeuren. Het werd – om zo te zeggen – de kerken opgedrongen en men voelde het zo aan dat ‘men er wat mee moest’. Dit leidde veelal tot situaties van verwarring en conflict.  

Het huwelijk voor iedereen
In het Reformatorisch Dagblad van 15 augustus stond het volgende opmerkelijke bericht met mogelijk een olievlekwerking voor de kerken in Europa en ook elders: “De Reformierte Kirche in het Zwitserse kanton Zürich schrapt woorden als ‘bruid’ en ‘bruidegom’ uit haar kerkorde. Deze worden vervangen door het ‘geslachtsneutrale’ begrip ‘echtpaar’.” De wijziging wordt per 1 januari 2023 van kracht, berichtte nieuwsdienst bluewin.ch recent, tenzij er bezwaren tegen worden ingediend. Deze kerk sprak zich in 1999 uit voor de gelijkwaardigheid van homoseksuele en lesbische paren hun relatie kerkelijk te laten zegenen. Sinds 1 juli kunnen paren van gelijk geslacht in het kader van ‘Ehe für alle’ (het huwelijk voor iedereen) ook kerkelijk in het ‘huwelijk’ treden.  

De opstelling van deze Reformierte Kirche ten aanzien van ‘bruid en bruidegom’ heeft sterke gelijkenis met de maatregel die de Nederlandse Spoorwegen enige tijd geleden afkondigde dat men in de treinen niet meer de aanspreekvorm zou hanteren van ‘dames en heren’, maar voortaan bij berichten via de intercom gebruik ging maken van de aanhef ‘geachte reizigers’. Dit nieuwe gebruik heeft inmiddels ruime ingang gevonden. Niemand kijkt er nu meer van op.  

Aanspreekvorm
Ook vinden we in Nederland de neiging om geslachtsneutrale oplossingen te vinden voor de als te exclusief ervaren verbintenis tussen man en vrouw. Ik ben het nog niet tegengekomen, maar het wachten is op kerken en predikanten waarbij men als kerkganger begroet wordt met een opgewekt ‘beste gelovigen’ of gelijkluidende neutrale uitdrukkingen. We moeten immers niemand voor het hoofd stoten. Dat kan zomaar gebeuren als de oude aanspreekvorm gehandhaafd blijft. Ik ben er al op gestuit dat er bezwaren kwamen tegen mijn aanhef ‘broeders en zusters’, iets wat altijd heel vertrouwd en gangbaar was in mijn geloofstraditie. Ik vrees de dag dat dit niet meer mag.  

In Het Handboek Pastoraat bij psychische problemen onder redactie van Prof. dr. Hanneke Schaap-Jonker van de Vrije Universiteit wordt een overzicht gegeven van de variatie en diversiteit op seksueel terrein. In een reeks van letters, LGBTQIAP, worden de seksuele oriëntaties zichtbaar gemaakt. Daarbij staan de letters T en Q onder andere voor transgender en queer. Transgender duidt op mannen die zich vrouw voelen of vrouwen die zich man voelen en queer is de verzamelterm voor mensen die zich niet in een genderhokje voelen passen. Wat echter in deze letterreeks niet voorkomt is de variatie non-binair. Dat blijkt ongeveer hetzelfde te betekenen als queer met als aantekening dat men zich net zozeer man als vrouw kan voelen, afhankelijk van het moment en de situatie, waarin iemand zich bevindt.  

Een groeiende ‘familie’

In augustus 2022 vond in Amsterdam een grote manifestatie plaats onder de naam Canal Pride. Op ruim 80 boten voeren bont uitgedoste deelnemers door de grachten van Amsterdam, gadegeslagen door naar schatting honderdduizend toeschouwers. Iemand uit de kring van toeschouwers kwam in een nieuwsuitzending op tv aan het woord. Zij vond het een ‘heerlijk inclusief gebeuren’. Een woordvoerder van de organisatie was ronduit opgetogen over het succes van deze dag en schatte in dat ‘zo’n beetje alle letters van het alfabet vertegenwoordigd waren’. Eigenlijk wordt hiermee alles op één hoop geveegd. Het onderscheid tussen sekse en gender wordt dan nauwelijks meer gemaakt. Men voelt zich kennelijk als behorend tot één grote familie, dat tot uitdrukking komt in de term lhbtiq+-gemeenschap. Het plusje geeft hierbij aan dat de familie nog groeiende is.  

Titel gekaapt
Kortgeleden verscheen het boek Vuur dat nooit dooft van dr. R. Erwich en dr. A. Leene, dat een ondubbelzinnig pleidooi vormt voor een grote openheid naar alle vormen van seksuele diversiteit en variatie. De titel van het boek is ontleend aan Hooglied 8:6-7. Dat de auteurs zich in de titel van hun boek beroepen op het Hooglied mag wel een ‘gotspe’ worden genoemd, een Joodse uitdrukkingswijze voor iets ongerijmds, dat tegelijkertijd bizar is. Niemand van de mij bekende toonaangevende exegeten heeft nog een andere uitleg gegeven dan dat het Hooglied geheel en al betrekking heeft op de lichamelijke aantrekkingskracht tussen man en vrouw. Het lijkt erop dat de auteurs van Vuur dat nooit dooft de titel van hun boek hebben ‘gekaapt’ van het Hooglied om daarmee homoseksualiteit en genderbelevingen in alle vormen te legitimeren. Hoewel zij pretenderen geen stelling in te nemen in de theologische discussie over het onderwerp, is niets minder waar. De veelheid van citaten van allerlei seculiere auteurs met een achtergrond in een breed scala van wetenschappelijke disciplines heeft als effect dat de lezer zich overdonderd voelt. Aan het eind van het boek heb je het gevoel dat het nergens tot een echt gesprek is gekomen met de theologie als serieuze gesprekspartner. Je kunt dan nog zo’n mooie titel bedenken voor dat boek en dan ook nog uit de Bijbel, maar die titel is er met de haren bijgesleept. Mensen worden al lezend op het verkeerde been gezet. De liefde tussen man en vrouw, waar het Hooglied geheel over gaat, laat zich niet verenigen met de suggestie dat dit ‘Lied der Liederen’ net zo goed van toepassing is op de niet-heteroseksuele belevingen.  

Het Hooglied is een meeslepend en prikkelend stuk liefdespoëzie. Het bezingt op hoge toon de liefdesavonturen, de liefdesperikelen, de liefdesvreugde en de liefdesovergave van man en vrouw. Ge­schilderd wordt hoe bruidegom en bruid elkaar zoeken, elkaar bewonderen, naar elkaar verlangen en elkaar vinden. We weten dat deze verzameling bruiloftsliederen gezongen werd gedurende de zeven dagen van het huwelijksfeest in Israël. Zo lang duurde vaak zo’n feest.  

Bij zo'n feest zaten de pas getrouwden als 'koning' en 'konin­gin' op een troon. Daarom heet de bruidegom in het Hooglied Salomo en draagt zijn bruid de naam van een spreekwoordelijk beeldschoon meisje in Israël: Sulam­mit.  

Liefde tussen man en vrouw
Deze tekst wordt wel eens gebruikt in een trouwdienst. Daarbij dringt het zich als vanzelf aan je op dat je in zo’n trouwdienst ook te maken hebt met een ‘koning’ en een ‘koningin’. Bruidegom en bruid zitten dan als een 'koning' en een 'konin­gin' op de twee apart gezette stoelen, vooraan in de dienst. Op grond van de dich­ter­lijk taal van het Hooglied mag de bruidegom naar zijn bruid kijken als naar zijn 'koningin' en mag zij hem zien als haar 'koning'. Wie ooit het Hooglied in zijn geheel heeft gelezen, heeft zelf kunnen vaststellen hoe onbevangen, openhartig en vrijmoedig de liefde tussen man en vrouw wordt beschreven. In de geschiede­nis van de christelijke kerk heeft men daar altijd wat moeite mee gehad. Vond men het Hooglied te speels, te frivool, te aards. Men heeft daarom in het Jodendom het Hooglied uitgelegd als een beschrijving van de liefde tussen God en Zijn volk en in het christendom als een karakterisering van de liefde tussen Christus en de gemeente.  

Mijn overtuiging is dat deze vergeestelijkende uitleg een misvatting is, hoe goed ook te begrijpen. Want je moet toch echt zeggen dat het Hooglied allereerst gaat over een aardse en hartstoch­telijke liefde tussen 'bruid' en 'bruidegom'. Het Hooglied bestaat uit liefdesliede­ren over de lichamelijke liefde met haar extase en strijd, haar aantrekken en afstoten, haar spel en ernst. Het Hooglied geeft ruimte aan het genieten van de liefde. Hoe mooi de liefde is. Hoe heerlijk het lief­desverlan­gen is. Dat is aan man en vrouw gegeven.  

Zó sterk is de liefde
Wat is het geweldig dat God dit geschenk geeft aan man en vrouw. Dat is Zijn scheppingsontwerp, Zijn scheppingsdesign (Genesis 1:27)! Die liefde gaat in kracht boven alle dingen op aarde uit. In kracht is de liefde die God als een band aan mensen geeft zo sterk als de dood. Wij weten dat de dood een niets en niemand ontziende macht is, die alles neermaait wat op zijn weg komt. Maar zó sterk is ook de lief­de. De liefde evenaart de dood in kracht. Onverbidde­lijk noemt het Hooglied de dood. Maar zo onverbid­delijk is ook de hartstocht. Zo onstuitbaar, zo on­weerstaanbaar, zo onver­slaanbaar is wat mensen samenbindt in de liefde. Daarom noemt het Hooglied de liefde tussen man en vrouw ook een vuur dat vele wateren niet kunnen blussen. Daar gaat Hooglied over! Zo is het door God bedoeld! Dat mogen we toch – hoop ik – nog wel blijven zeggen? De Bijbel naspreken?  

Yme Horjus