Vragen - jrg. 78-18

ds. Theo Niemeijer • 78 - 2002/03 • Uitgave: 18
Vragen

P. v. D. te P. heeft zich de laatste tijd in "De Dortsche Leerregels" verdiept en bleef met de volgende tegenstrijdigheden zitten:
• God heeft voor de grondlegging der wereld bepaald wie gered wordt en wie niet.
• Toch moet de mens bidden voor zijn bekering om het Koninkrijk in te kunnen gaan.
• De mens kan dit niet, omdat hij een zondaar is, alleen als God hem hiertoe beweegt.
• De mens is al uitverkoren voor de grondlegging der wereld, maar toch moet hij bidden voor zijn redding, ondanks dat hij uitverkoren is.
• De mens zal eeuwig verloren gaan door zijn eigen schuld, dan had hij zich in de tijd maar moeten bekeren, maar dit kon hij niet omdat God hem hiertoe niet aangenomen heeft.
Voor de kerk van de Reformatie is dit blijkbaar allemaal heel logisch, maar voor mij is het een onbegrijpelijke leer, waarin zaken elkaar tegenspreken. Misschien wilt u mij hier iets meer over vertellen.


Antwoord:
De drie formulieren van enigheid, waartoe de Dortsche Leerregels behoren, zijn geschreven om het theologisch gedachtegoed van de Kerk der Reformatie te beschermen. Vanuit de Reformatie werd het voor de gelovigen duidelijk, dat de mens alleen door genade behouden werd en niet via de vele voorwaarden die de kerk uit Rome voorschreef. We denken hierbij onder andere aan de aflaten die aan de kerk betaald moesten worden om zalig te worden.

Met de 95 stellingen, die Luther 485 jaar geleden op de deur van de slotkapel van de Wittenberg sloeg, is hierover veel duidelijk geworden. Met grote stelligheid en vreugde ontdekte Luther, dat de mens alleen door Gods genade behouden werd, zonder werken der wet. Met name zijn studie in de Romeinenbrief heeft hem dit licht geschonken en plaatste hem in de vrijheid. Zoals in vele dergelijke gevallen, bestaat ook hier de mogelijkheid om door te slaan naar de andere kant, het zogenaamde "klepeleffect" !

Het "Sola Gratia" (alleen genade) leidde helaas tot een theologie waarin de verhouding tussen Gods verantwoordelijkheid en de menselijke verantwoordelijkheid uit balans geraakt is. Teksten, zoals "Jakob heb Ik liefgehad, Ezau heb Ik gehaat" worden dan, volkomen uit het verband, geciteerd. We hebben hier niet te maken met een willekeurige beslissing van Gods kant, maar Gods reactie op de houding en handelwijze van Ezau...en daar was hij zelf verantwoordelijk voor.

Wanneer iemand als drenkeling door middel van een reddingsband gered wordt, zal de geredde drenkeling nooit beweren, zichzelf gered te hebben. Hij heeft zich laten redden, maar om zich te laten redden heeft de drenkeling wel de reddingsband vast moeten grijpen!

De Bijbel is er heel duidelijk over dat Gods liefde niet selectief is, maar dat zijn liefde er voor ieder mens is. We lezen het in Gods Woord: "Alzo lief heeft God de wereld gehad" (Johannes 3:16); "Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden..." (1 Timotheus 2:3) en "Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, maar dat allen behouden worden" (2 Petrus 3:9).

De menselijke verantwoordelijkheid en keuze ten aanzien van Gods universele liefde vinden we zo mooi en duidelijk maar in en in triest beschreven in Mattheus 23:37-38 "Hoe dikwijls heb ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild". Het gaat hier om zijn verhouding met Israël, zijn geliefde volk, dat zich van Hem afkeerde en Hem verwierp. De Here wilde wel.. .maar het volk niet!

We komen hierbij nog een ander aspect tegen, namelijk het feit, dat de Here God reeds van tevoren weet wat onze keuze zal zijn. God staat namelijk boven het tijdige van de mens en kijkt net zo gemakkelijk de toekomst in als naar het verleden. Spurgeon beschrijft het in zijn boekje "Rondom de enge poort" als volgt: "Staande voor de Enge Poort zie je het opschrift op de poort staan: "Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren" en je vraagt je af, of jij wel uitverkoren bent en naar binnen mag gaan. Na veel worstelen, wikken en wegen besluit je op Gods uitnodiging in te gaan en door de enge poort naar binnen te gaan. Eenmaal aan de andere kant van de poort zie je op de achterzijde van de poort staan: "Uitverkoren voor de grondlegging der wereld", gevolgd met een lange lijst namen, waaronder ook mijn naam staat!"
God wil dat alle mensen behouden worden, maar weet reeds van tevoren, wie op zijn roepstem in zal gaan. Het feit, dat Hij het van tevoren weet, ontneemt ons niet onze eigen verantwoordelijkheid om op zijn liefdevolle roepstem in te gaan.


In Openbaring 22:2 wordt over "het geboomte des levens" geschreven, dat twaalf keer per jaar vrucht draagt. Kunt u mij vertellen wat voor vruchten het zijn? (A. d. G.)

Antwoord:
Over de boom des levens lezen we al in Genesis 2:9, waar we kunnen lezen over de hof van Eden met in het midden deze boom. Ook in Spreuken 3:18, 11:30, 13:12 en 15:4 kunnen we over deze boom lezen. In deze verzen wordt deze boom ver- geleken met het ware leven in overvloed. In Ezechiël 47 wordt over de tempelbeek gesproken, die tijdens het Messiaanse rijk vanuit Jeruzalem zal stromen. Ook aan de oever van deze rivier vinden we waarschijnlijk hetzelfde geboomte terug als waarover Johannes het heeft in Openbaring 22:2. Ik geloof namelijk dat Openbaring 21:9 - 22:5 weer teruggrijpt op het Messiaanse vrederijk en dan ook over deze periode handelt. In de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde zal geen sprake meer zijn van bladeren die tot genezing der volkeren dienen (22:2) en volkeren, die bij het licht van het hemelse Jeruzalem wandelen, waaruit blijkt, dat er nog steeds duisternis is (21:24) en een stad die voor onreinheid gesloten is (21:27). Als er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde is, zal er geen sprake meer zijn van verschillende volkeren, onreinheid, ziekte, duisternis. Tijdens het Vrederijk zullen deze dingen echter wel een rol spelen.

Het geboomte des levens komen we ook in Openbaring 2:7 tegen, waar dit geboomte ook weer te maken heeft met het overvloedige leven dat God ons wil geven. De boom des levens is door de gehele Bijbel een prachtig mooi beeld van de Here Jezus Zelf, die gezegd heeft, dat Hij gekomen is om ons leven en overvloed te geven. (Johannes 10:10)


Hoe onopgemerkt zal de opname van de gemeente plaatsvinden? Er wordt toch over het geluid van een bazuin gesproken? (T. B. te N.)

Antwoord:
Het moment van de opname zal plotseling, in een oogwenk (1 Thessalonicenzen 4:17) of, zoals Paulus in 1 Corinthiërs 15:52 schrijft, in een ondeelbaar (atoom) ogenblik, plaatsvinden. De zichtbare wederkomst van Christus zal veel lijken op zijn hemelvaart, maar dan in omgekeerde volgorde. De twee mannen in witte klederen hadden immers verteld, dat de Here Jezus op dezelfde wijze zal wederkomen. Hij voer heen, terwijl zij het zagen en zal ook terugkomen terwijl ze het zullen zien. Hij voer heen op de wolken, Hij zal ook wederkomen op de wolken. Hij voer heen vanaf de Olijfberg, Hij zal wederkomen, op de Olijfberg (leest u maar in Handelingen 1:9-11).

De opname der gemeente wordt heel anders beschreven. De bazuin die zal klinken wordt alleen door de gemeente gehoord. De ongelovigen zullen deze bazuin niet vernemen. Een situatie die hier op lijkt, vinden we bijvoorbeeld in Johannes 12:28-30. Er was duidelijk een stem van God maar de meesten hoorden de stem van God niet en dachten dat er een donderslag geweest was. De opname zal naderhand zeker niet onopgemerkt blijven, maar het moment zal zo snel en onopgemerkt plaatsvinden, dat niemand van de achterblijvers zich bewust zal zijn van de gebeurtenis die plaats heeft gevonden. Het zal zo gaan als bij Filippus, die, na de doop van de kamerling uit Etiopië, door de Geest weggenomen werd en in Asdod bleek te zijn (Handelingen 8:39-40).

ds. Theo Niemeijer