Wie was en wie is Jezus?

Feike ter Velde • 86 - 2010 • Uitgave: 25/26
Wie vandaag over Jezus spreekt in een multiculturele samenleving, moet zich realiseren dat het gauw een Babylonische spraakverwarring kan worden. Hoewel de naam bekend is, ja wereldwijd bekend is, zijn de beelden over Jezus totaal verschillend.
Een moslim zal zeggen dat hij ook in Jezus gelooft, namelijk Isa, een profeet in de koran. Maar dat blijkt bij nadere bestudering niet dezelfde persoon als Jezus Christus in de Bijbel.
En zo zijn er nog wel wat voorbeelden te noemen, ook naar zogenaamde christenen toe, die de godheid van Jezus ontkennen en dat steeds heftiger wereldkundig willen maken.
Vandaar: Wie is Jezus?


Op de vraag wie was en wie is Jezus, moet men eigenlijk direct Zijn volle Bijbelse naam gebruiken: wie is de Here Jezus Christus! Om direct maar met de deur in huis te vallen: Jezus Christus is de Zoon van de Levende God. Hij is God de Zoon, net als God de Vader en God de Heilige Geest. Dat vraagt natuurlijke om een nadere uitleg. En daar moeten we ook de tijd voor nemen. In het gesprek met moslims moet het ook en vooral over de Persoon van Jezus gaan.
Christenen hebben de neiging, ook in gespreksfora in de media, om maar direct aan te nemen dat moslims in dezelfde God geloven als de christenen en dat ze ook geloven in Jezus, namelijk als profeet van God. ‘Want zo komt hij met de naam Isa tot ons in de koran. Wij hebben respect voor hem als profeet’, zal de moslim zeggen en dat ook oprecht menen. Op die oprechtheid mogen we niet afdingen. Immers, zó heeft hij het uit de koran geleerd.
Onlangs was er op een gefilmde ontmoeting op de televisie tussen een Nederlands en een Turks gezin. Ze gingen om beurten bij elkaar eten, echt Turks en echt Nederlands. Ze raakten met elkaar in gesprek. Dat zouden veel meer Nederlanders en meer Turken en ook Marokkanen moeten doen. Ze spraken met elkaar over hun wederzijds geloof. De Nederlanders over hun christelijke geloof en de Turken over hun islamitisch geloof. De Turken kwamen veel sterker en veel meer gefundeerd over dan de Nederlanders. Oorzaak: de Nederlanders wisten hun geloof eigenlijk niet helder te verwoorden. Zij kenden Jezus niet, als God de Zoon.

In zo’n ontmoeting moet wederzijds ruimte zijn om na te gaan over wie we het hebben, zowel als het gaat om Isa uit de koran als om Jezus uit de Bijbel. Dat zou ook moeten kunnen met de christen die zichzelf christen noemt en niet gelooft dat Jezus God de Zoon is. Iemand die zich christen noemt en de godheid van Jezus niet erkent is tenminste vrijzinnig te noemen.

“Met de dogmatische uitspraak dat Jezus ‘God en Mens beide’ is, heb ik eigenlijk nooit helemaal vrede kunnen hebben. Om een lang verhaal kort te maken: ik heb wat rust gevonden in de gedachte dat je niet ‘zomaar’ kunt zeggen dat Jezus God is. We hebben als kerk wel altijd gezegd dat we geen drie goden vereren, maar we hebben het Joden - en ook moslims - wel erg moeilijk gemaakt dat ook echt te geloven.” Zo verwoordde de bekende auteur en predikant André Troost het in 2006 in een interview, blijkens de website van de EO. Het voornaamste bezwaar van deze stelling is dat hij suggereert dat wij - de christenen - zelf hebben bedacht dat het met Jezus en met de Heilige Geest over Dezelfde zou gaan als over God de Vader. Dat hebben christenen niet bedacht, maar dat is de openbaring van Gods Woord, de Bijbel. Trouwens, ik heb nog nooit een bekeerde moslim ontmoet, of een Messiasbelijdende Jood, die moeite had met de Godheid van Jezus. Het is gewoon een drogreden!
Hij kwam als de Immanuël, dat is: God met ons! Hij is helemaal God en helemaal mens en Hij blijft dat tot in eeuwigheid; zo mogen we het samenvatten als we de Bijbel op dit punt bestuderen en vooral ook serieus nemen.

De grote hoeveelheid materiaal, zowel uit het Oude als uit het Nieuwe Testament, maken het onmogelijk om de Godheid van Jezus te ontkennen. Dat kan men alleen doen vanuit eigen ongeloof, maar niet vanuit een conclusie die uit de Bijbel kan worden getrokken.
Een machtige en veel geciteerde profetische tekst is van de profeet Jesaja, over de komst van God, de Zoon, in de gestalte van het kind van Bethlehem:
‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst’ (Jesaja 9:5).
Christus in het Oude Testament ontdekken is een van de mooiste studies in de Schrift. We vinden Hem op bijna elke bladzijde van de Bijbel. Psalm 45 beschrijft Hem als de komende Koning, de Koning van Israël. Van Hem wordt in deze Psalm getuigd: ‘Uw troon, o God, staat voor altoos en eeuwig’ (:7). Dit wordt nog eens sterk onderstreept in Hebreeën 1:8-9 als daar geschreven is dat dit van de Zoon - dus van Jezus - wordt gezegd, namelijk: ‘Uw troon, o God’!
En dan gaat het verder in die Psalm: ‘Gij hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid; daarom heeft, o God, uw God u gezalfd…’

Het gaat er altijd om of men de Bijbel als het gezaghebbende en onfeilbare Woord van God wil aannemen, daaronder wil buigen, eigen inzichten en geconstrueerde conclusies prijs wil geven en door de Heilige Geest het geheimenis van Christus wil aannemen en geloven. Vanuit die geloofshouding vindt men overweldigend bewijs voor de Godheid van de Here Jezus Christus. Als we alleen naar het Nieuwe Testament kijken, vinden we Hem voortdurend aangesproken en benoemd met het woord Heer of Here. Dat wordt ook soms voor gewone mensen gebruikt, zoals ons woord mijnheer. Maar dan moeten we vervolgens wat dieper kijken. In de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint, die bijna algemeen werd gebruikt in de dagen van Jezus en de discipelen, vinden we de godsnaam JHWH - dat is Jahweh of Jehova - vertaald met Heer of Here (Kyrios) en wel bijna zevenduizend maal! Ten tijde van Jezus en de discipelen wist iedereen die kennis had van de Septuagint (Grieks was toen de wereldtaal) dat waar Jezus met Kyrios (Heer) werd aangesproken, het dezelfde naam was als die van JHWH.
Daarom is het woord van de engel in Efrata’s velden, bij de geboorte van Jezus zo indrukwekkend: ‘U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David’ (Lucas 2:11). Dat moet voor de herders en voor iedereen toen zeer opzienbarend hebben geklonken: niet alleen de Heiland (Soter = Redder), niet alleen Christus (Messias = Gezalfde), maar ook de Kyrios, is dezelfde als JHWH! Het is niet verwonderlijk dat we daarbij ook lezen: ‘En allen, die ervan hoorden, verbaasden zich over hetgeen door de herders tot hen gezegd werd’ (:18).
Al voordat de Here Jezus was geboren noemde Elisabeth Hem mijn Heer als ze uitroept tot Maria: ‘En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder mijns Heren tot mij komt?’ (Lucas 1:43).
‘Hij toch is het, van wie door de profeet Jesaja gesproken werd, toen hij zeide: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden’ (Matteüs 3:3). Hier wordt duidelijk vermeld, dat Johannes de Doper degene is die de weg bereidt voor God Zelf!
Jezus’ woorden zijn eveneens helder: ‘Hij zeide tot hen: Hoe kan David Hem dan door de Geest zijn Here noemen, als hij zegt: De Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden onder uw voeten gelegd heb’ (citaat uit Psalm 110:1, vermeld in Matteüs 22:44).

Zo kunnen we doorgaan in het aanhalen van Bijbelteksten die gaan over Jezus Christus als de Here, als God! Hij, die het vleesgeworden Woord van God wordt genoemd, Jezus Christus, wordt door Johannes aangeduid als:
‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen’ (Johannes 1:1-4).
De ongelovige Thomas riep uit, toen hij Jezus zag, na Zijn opstanding uit de dood: “Mijn Here en mijn God!” (Johannes 20:28).

Het is een pure geloofszaak! Wil je het geloven of wil je het niet? Daarbij moeten we zeker bedenken dat het Bijbelse geloof in de Here Jezus niet iets van onszelf is, maar het is een gave van God. Alles wat we van onszelf hebben is religie, dat is menselijk en natuurlijk. Maar het Bijbelse geloof is goddelijk en bóvennatuurlijk! Daarom zullen teksten mensen niet overtuigen. Dat kan en wil alleen de Heilige Geest doen. Hij kan ons geloof geven in Jezus Christus, de Here (Kolossenzen 2:6).
Jezus is God de Zoon, in Wie de hele volheid van God woont (Kolossenzen 2:9). Door Hem en door Hem alleen(!) is alles geschapen (Kolossenzen 1:16) en alle dingen hebben hun bestaan in Hem!

Laten we vasthouden aan die kostbare belijdenis: Jezus is God! Jezus is mijn(!) God. Want alleen in die belijdenis ligt ons behoud. Hij werd eeuwen tevoren aangekondigd als de God die zou komen in menselijke gestalte, om te doen wat niemand kon: namelijk ons te redden uit de macht van de zonde en de dood. Hij is van eeuwigheid God en werd mens, om eeuwig mens én God de Zoon te blijven. In Hem komen God en mens samen in een wonderlijke, bovennatuurlijke werkelijkheid, die ons is geopenbaard in de Schrift, namelijk in de Persoon van Jezus Christus. Nu is het mogelijk geworden dat de mens in een levende relatie met God komt, omdat de Heilige Geest het wonder van Christus in ons mogelijk heeft gemaakt. Hij in ons en wij in Hem! Daarom moest het éérst Kerstfeest worden!

Feike ter Velde