Wereldraad van Kerken veroordeelt Israël
De Wereldraad van Kerken stelt dat Israël een apartheidsstaat is. Ze roept daarom op tot een einde aan apartheid, bezetting en het onschendbaar vrij handelen van de staat in Palestina en Israël.
De verklaring kwam afgelopen juni na een ontmoeting van het Centraal Comité van de Wereldraad in Johannesburg, Zuid-Afrika. Men fundeert de verklaring in de Bijbel, specifiek in de tekst van Amos 5:24:
'Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek.'
Deze tekst is afkomstig uit een hoofdstuk van Gods Woord, waarin een verschrikkelijk oordeel over Israël wordt aangezegd. "De stad die optrekt met duizend, zal er honderd overhouden, en die optrekt met honderd, zal er tien overhouden voor het huis van Israël," zegt Amos 5 vers 3. De oorzaak hiervan? Het recht wordt met voeten getreden, de arme wordt verdrukt (vers 11) en het volk wordt leeggeknepen voor de verrijking van de elites van het land (vers 11). Als er geen bekering komt, zal er een oordeel van de Heer zelf volgen zo vertelt ons Amos. De ballingschap wordt daarbij aangekondigd voor het noordrijk (vers 27), en ook de zonde van afgoderij wordt hun voorgehouden door God (vers 26).
De woorden uit Amos 5:24 lijken bewust door de Wereldraad gekozen om hun mening voor het voetlicht te brengen. Hiermee suggereren ze dat ze van mening zijn dat het Israël van nu hetzelfde onrecht bedrijft als toen, alleen nu tegen de Palestijnen. En als ze zich niet bekeren, dan zal het oordeel dus volgen in deze zelfde analogie. Als je het mij vraagt, is dat nogal aanmatigend om zo dit hoofdstuk en deze verzen te vertalen naar jezelf. In Amos 5 gaat het bovendien helemaal niet over Israëls omgang met een vreemd volk, het gaat om het onrecht in eigen land en gelederen.
De Wereldraad van Kerken trekt een veel te grote broek aan als ze meent voor God te kunnen spreken en Zijn oordeel namens Hem te mogen uitspreken richting Zijn volk. Immers, dat is wat in Amos 5 gebeurt: God zelf oordeelt Zijn eigen volk om hun daden! Nogmaals, ik zou dat persoonlijk mij niet op deze manier durven toe-eigenen.
De tekst van de verklaring zelf spreekt over een ‘diepe klaagzang en verontwaardiging’, omdat de crisis in Israël en Palestina verder escaleert in overtredingen van het humanitaire recht, de mensenrechten, als ook in de ‘meest basale vorm van moraliteit.’ De term genocide is eveneens in de verklaring terug te vinden, hoewel nog wel in gezelschap van de formulering dat er ‘wellicht’ sprake van zou kunnen zijn.
De Wereldraad verbindt zich aan het internationale recht en claimt de benoeming van apartheid, roept op tot sancties, tot de bevestiging van de rechten van Palestijnen en tot steun voor de Palestijnse kerken en gelovigen. Verder complimenteren ze de regering van Zuid-Afrika voor de stap naar het Internationale Gerechtshof in Den Haag, waarin deze Israël aanklaagt voor genocide. De verklaring eindigt vervolgens met een schouderklopje voor raad zelf, in het citeren van de tekst uit Jakobus 3:18: ‘En de vrucht van de gerechtigheid wordt in vrede gezaaid voor hen die vrede stichten.’
Zo gaat de Wereldraad op de grote stoel van het recht zitten en schaart zij zich aan de zijde van het door mensen bedachte internationale recht. Uitdrukkelijk wordt uitgesproken dat men zich daaraan verbindt (en niet aan de Schrift, want daar spreekt men niet over). Men meet zich daarbij de positie van God aan door zich te gronden in Amos 5 in deze verklaring. Door middel van scheve exegese past men deze tekst op zichzelf toe. De arrogantie is stuitend. Door het internationaal recht en de zogenaamde universele rechten van de mens tot belangrijkste verklaren, wordt Gods Woord naar het tweede plan verwezen. Dat Woord mag nog dienen tot legitimering van het eigen standpunt en om een schouderklopje voor zichzelf in te vinden. Het laat maar weer eens zien waar de kerken van de Wereldraad staan en hoe zij zichzelf zien. Waarvan akte.
Roelof Ham
Wil je deze content helpen mogelijk te maken? Je kunt ons werk steunen door een gift te geven.