Christelijke verantwoordelijkheid

Feike ter Velde • 82 - 2006/07 • Uitgave: 25
Nu de ChristenUnie in de regering zit, debatteren velen over de vraag of christenen wel in de regering zouden moeten zitten. Je kunt toch weinig of niets doen en niets terugdraaien van wat vroeger fout ging.
Sommigen weten het zeker: christenen moeten niet mee regeren. Standpunten worden met argumenten en Bijbelcitaten verdedigd en doen sympathiek aan. Maar: christenen hebben toch een verantwoordelijkheid in de samenleving? Hoe moet dat dan?


Johannes Calvijn preekte eens over de noodzaak van voorbede voor de overheden, die boven ons zijn gesteld uit 1 Tim. 2:1-2. Over welke regering spreekt Paulus? Calvijn zegt er in die preek o.a. het volgende over:
“Waar nu toentertijd de koningen en vorsten en alle rechters sterk tegen het Evangelie waren gekant, spreekt de heilige Paulus uitdrukkelijk over hen, opdat de gelovigen zouden weten, dat zij hen niet geheel en al moesten verwerpen, maar zouden afwachten of God hen nog op de goede weg zou leiden. Daarbij toont hij aan, hoe nuttig het voor allen is, dat er mensen zijn, die ons regeren. Want zonder overheid zou er een verschrikkelijke wanorde in de wereld heersen…”
Het is toch bijzonder op te merken dat wij in een geheel andere tijd leven dan Paulus destijds. De kerk geniet in onze samenleving grote vrijheid en wordt daarin ook door de overheid beschermd. Wij hebben in ons land christelijke politieke partijen en we mogen zelf kiezen wie ons zou moeten regeren. Vandaag zien we in ons land dat twee partijen met de C van Christus in hun naam, deel zijn van onze regering. Onze minister-president, Jan Peter Balkenende, spreekt zelfs één en ander maal de duizenden jongeren toe op de EO-Jongerendag en schaamt zich niet zich met hen te vereenzelvigen in het christelijke geloof. Hoe anders was dat in de dagen van de apostel Paulus en de eerste christenen. We zijn ons als natie meestal niet van onze geweldige voorrechten bewust en christenen vormen daarop vaak geen uitzondering. Dat is kwalijk.

We leven in een tijd van grote voorspoed en vrijheid. Maar wat doen we ermee? Natuurlijk wordt er in veel zondagse kerkdiensten wel voorbede gedaan voor ons koningshuis en onze regering. Maar er is toch weinig bewust bezig zijn met de grote voorrechten die de Here ons in kerk en vaderland heeft gegeven. Nu is de tijd aangebroken dat – naast het CDA – ook de ChristenUnie verantwoordelijkheid krijgt voor de regering van ons land en volk. Dat is – voor met name Evangelische christenen – een nieuwe situatie. Er zijn evangelische mensen die principieel niet gaan stemmen, omdat ze zich niet met de politiek wensen in te laten. Maar dat is – vermoed ik – een klein deel. De meeste mensen in mijn eigen omgeving gingen wel stemmen bij de laatste verkiezingen, zo bleek desgevraagd. In Calvijns dagen waren er ook mensen die bepaalde negatieve opvattingen hadden over de overheid en haar dienaren. Nog een klein stukje uit zijn preek van toen:
“Al die dingen maken ons wel duidelijk, hoe nodig het voor ons is, dat wij in toom gehouden worden en dat er koningen, vorsten en overheidspersonen zijn, die ons regeren. Daaruit leren wij ook, dat het ambt van vorsten en rechters niet in strijd is met het christendom, zoals sommige geestdrijvers dit hebben beweerd. Zij zeggen, dat geen christen op de rechterstoel kan zitten en dat heel het menselijk geslacht eerst moet uitgeroeid worden, wil het rijk van onze Here Jezus Christus gevestigd worden. Mensen met zo’n verstand moeten wel geheel waanzinnig zijn…”.
Dat was een hard oordeel van deze geëerde kerkhervormer. De kern van zijn betoog is echter wel van belang, ook vandaag. Immers, ook wij worden door Paulus opgeroepen voor onze overheid te bidden. Dus de overheid is er van Godswege! In ons land is het mogelijk om als christen aan die overheid deel te hebben. Daarmee is niet tegelijkertijd gezegd dat er dan een theocratie is ontstaan, zoals in het oude Israël, dat door de Here werd geregeerd via leiders, richters en profeten. Een theocratie, maar dan islamitisch, zien we vandaag in Iran en enkele andere moslimlanden, waar men wetten uit de Koran hanteert voor de rechtspraak. In de middeleeuwen gebeurde dat ook in Europa. De oppermachtige, maar corrupte kerk en haar leiders, oefenden toen terreur uit op de bevolking. De kerk was totalitair en haar machtsuitoefening was willekeurig en vaak wreed. Het christendom heeft dan ook niet veel om zich op te beroemen. Sommigen verwoorden daarom angst als het gaat om christelijke dominantie in onze samenleving.

Die angst ziet men bij de heidenen van de Amsterdamse grachtengordel. Intellectueel, onthecht van het christelijke verleden, ziet men alles wat met geloof te maken heeft als een directe bedreiging van de verworvenheden. Die verworvenheden zijn vooral toegespitst op de persoonlijke vrijheden in een leven van ongebondenheid. Dat het ongeboren leven in de moederschoot daarmee vogelvrij werd verklaard, is een tragiek die – kennelijk gemakshalve – over het hoofd wordt gezien. Toch is die angst, hoewel gechargeerd, opgeschreven in sommige krantencolumns, niet helemaal onbegrijpelijk, gezien het verleden van de kerk in de middeleeuwen – en ook daarna – en het schrikbewind van de ayatollahs vandaag. Een dialoog met dit moderne heidendom kan alleen ontstaan door ook het kerkelijke verleden en alle corruptie daarin, eerlijk toe te geven. Christenen hebben in de wereld vaak een slechte reputatie en dat zou niet moeten. We zouden ons moeten afvragen hoe dat komt. Dat heeft meestal niet direct te maken met de afwijzing van het geloof, maar omdat het veel christenen ontbreekt aan integriteit. Eigenbelang en groepsbelang gaan meestal voor, ten koste van de belangen van anderen. Dat zou moeten veranderen. Dat kan alleen maar als er een diepe bekering plaatsvindt, zoals we dat soms tegenkomen in de kerkgeschiedenis ten tijde van opwekkingen.

Nu staat de Nederlandse christenheid opnieuw volop in de schijnwerpers. De haatpublicaties in sommige media zullen waarschijnlijk verhevigen in de komende tijd. We kunnen erdoor van ons stuk geraken, ons verdedigen of agressief gaan terugmeppen. Beter is echter – op basis van goede argumenten – het kwade te overwinnen door het goede en dat niet alleen met woorden, ook en vooral met daden. CDA en ChristenUnie krijgen grote kansen dit waar te maken in de komende tijd. Getuigenispolitiek is nu voor de ChristenUnie voorbij. Er moet nu gewerkt worden. En dat in een samenleving die christelijke opvattingen grotendeels afwijst, meestal op emotionele gronden. Tonen dat die opvattingen, ook in Den Haag in parlement en regering, werken en goede vrucht afwerpen is de beste verdediging tegen haatcampagnes uit bepaalde kringen, vooral in de media en vooral van sommige interviewers, die hiermee populair denken te worden.

Bidden voor onze overheid is ook vandaag van groot belang. Als Daniël aan het goddeloze hof van Nebukadnezar, staan christenen in het middelpunt van de belangstelling in het werk van onze nieuwe regering. Daarom hebben ze onze voorbede hard nodig. Ze zullen worden geïnterviewd in tal van praatprogramma’s op radio en televisie. Ze zullen keihard worden bestreden met onfrisse argumenten uit de hoek van o.a. partijen als D66, GroenLinks en door sommige VVD-ers. Ze zullen in staat moeten zijn aan ieder het juiste weerwoord te geven. Ze zullen moeten leren leven met de gedachte dat niet alles kan worden veranderd in sommige wetten, die in ons land functioneren en die christenen op grond van de Schrift moeten afwijzen. Maar in dit alles mogen ze werken als kinderen Gods in zijn wijngaard. Opdat de Gemeente van Christus een stil en gerust leven mag leiden in een land van orde en recht. Ondertussen mogen wij, met hen, bidden of de Here een keer wil brengen in het lot van ons volk, zodat het zwakste in onze samenleving, het ongeboren kind, ook beschermd zal gaan worden, vaders en moeders een andere keuze dan de dood voor hun kindje zullen maken en of er tijden van opwekking en vernieuwing moge komen in ons land. Wij bidden onze broeders en zusters, die verantwoordelijkheid willen dragen in het publieke leven, in alle opzichten Gods zegen toe.

Feike ter Velde