Daniël 9 (f) - Het Messiaanse Rijk

Gert van de Weerd • 84 - 2008 • Uitgave: 12
Schatgraven in de Bijbel:
De Profeet Daniël 9(f)

Het Messiaanse Rijk


Daniël 9 bevat belangrijke profetie over de Eindtijd. We waren gebleven bij de bouw van het afgodsbeeld van de antichrist. Daarmee begint een wereldwijde vervolging van de gelovigen. We gaan verder met vers 27e en geven een directe vertaling uit de grondtekst, omdat anders belangrijke details ontbreken.

De antichrist pakt het groot aan. Al zijn volgelingen krijgen een merkteken, waardoor ze gemakkelijk te herkennen zijn; Openbaring 13:16 ‘En het maakt, dat aan allen, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd, dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft.’ Zij die geen merkteken kunnen tonen, zullen van het economisch verkeer worden uitgesloten. Dan beginnen de razzia’s. Overal op de wereld zullen controleposten worden opgericht. Toon het merkteken, dan mag je door! Wie dat niet kan wordt in de boeien geslagen en afgevoerd om geëxecuteerd te worden.

27e En op het Einde zal - gelijk vast besloten is - het uitgestort worden op hetgene dat verwoest is.
Op het Einde (van de Grote Verdrukking) wordt het afgodsbeeld vernietigd. Dat Einde brengt tevens redding voor die Godgetrouwen die de vervolgingen overleefd hebben. De redder is de Messias, Jezus Christus, die op de Olijfberg wederkomt (Zach. 14:4). Dan zal de Almachtige omzien naar zijn volk; Micha 7:20 (grondtekst) ‘Gij zult trouw bewijzen aan Jakob, barmhartigheid aan Abraham, vanwege de eed die U onze vaderen gezworen hebt, in lang vervlogen tijden.’ Dan komt er een einde aan het lijden; Jesaja 40:1-2 ‘Troost, troost mijn volk, zegt uw God. Spreek tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is, dat zijn ongerechtigheid geboet is, dat het uit de hand des HEREN dubbel ontvangen heeft voor al zijn zonden.’ Echter, het licht van Gods heil zal alleen schijnen voor wie Hem vrezen; Maleachi 4:2 ‘Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen.’ Daarmee begint het Messiaanse Rijk. De Bijbel spreekt daarover op vele plaatsen. We geven u een aantal teksten, zonder aanvullende uitleg.

Ezechiël 37:22-29 (grondtekst): 22 En zal Ik hen tot één volk maken op de bergen van Israël. Dan zal het geschieden dat een enkelvoudig koning over ieder van hen koning zal zijn. Nooit zal het geschieden dat zij nogmaals tot twee volken zullen zijn en nooit meer zullen zij verdeeld worden in twee koninkrijken. Nooit weer. 25 En zij zullen wonen in het land dat Ik aan mijn knecht gegeven heb, aan Jakob, waarin uw vaders gewoond hebben. Ja, zij zullen daarin wonen: Zij en hun kinderen en hun kindskinderen, voor altijd. En David, mijn knecht, zal voor altijd hun vorst wezen. 26 Dan zal Ik met hen een vredesverbond sluiten. Het zal een eeuwigdurend verbond met hen zijn. Ik zal hen doen vestigen en Ik zal hun getal doen toenemen. Ook zal Ik mijn heiligdom te midden van hen stellen, voor altijd. 27 En het zal geschieden dat mijn woonplaats bij hen zal zijn. Dan zal Ik hen tot een God zijn en zij, zij zullen mij tot een volk zijn.

Jesaja 2:2-3 ‘Het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem.’

Jesaja 11:10 ‘Het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn.’

Jesaja 61:5-6 ‘Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; maar gij zult priesters des HEREN heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen der volken genieten en u op hun heerlijkheid beroemen.’

Jeremia 33:14-18 ‘Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik het goede woord in vervulling zal doen gaan, dat Ik over het huis van Israël en het huis van Juda gesproken heb. In die dagen en te dien tijde zal Ik aan David een Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten, die naar recht en gerechtigheid in het land zal handelen. In die dagen zal Juda verlost worden en Jeruzalem veilig wonen, en zó zal men het noemen: De HERE onze gerechtigheid. Want zo zegt de HERE: Nimmer zal het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis Israëls gezeten is; en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn aangezicht aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en slachtoffers brengt al de dagen.’

Amos 9:11-15 ‘Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, opdat zij beërven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de HERE, die dit doet. Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat de ploeger zich aansluit bij de maaier en de druiventreder bij hem die het zaad strooit; dan zullen de bergen druipen van jonge wijn en al de heuvelen daarvan overvloeien. Ik zal een keer brengen in het lot van mijn volk Israël: verwoeste steden zullen zij herbouwen en bewonen; wijngaarden zullen zij planten en de wijn ervan drinken; boomgaarden zullen zij aanleggen en de vrucht daarvan eten.
Dan zal Ik hen planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond die Ik hun gegeven heb, zegt de HERE, uw God.’


Hosea 2:17-19 (grondtekst): ‘Daarna - op de gestelde dag - zal Ik een verbond voor hen sluiten met de wilde dieren van het veld, de vogels des hemels en de wezens die over de aarde kruipen. Ook zal Ik boog, zwaard en oorlog in het land afschaffen, aldus zal Ik hen doen rusten in veiligheid. Dan zal Ik u voor Mij tot bruid nemen, voor altijd. Ja, Ik zal u voor Mij tot bruid nemen in rechtvaardigheid en gerechtigheid, in barmhartigheid en geborgenheid. Zo zal Ik u voor Mij tot bruid nemen in getrouwheid en dan zult u Jahweh kennen.’

Hosea 3:5 (grondtekst): ‘Daarna zullen de kinderen Israëls terugkeren. Dan zullen zij Jahweh, hun God, zoeken en David, hun koning. Zo zullen zij bevende tot Jahweh komen en tot zijn zegeningen, in het laatst der dagen.’

Gert A. van de Weerd