De geestelijke strijd

Feike ter Velde • 81 - 2005/06 • Uitgave: 2
De geestelijke strijd

Tussen Pasen en Pinksteren is het goed, stil te staan bij deze twee bijzondere gebeurtenissen. In de veertig dagen na Zijn opstanding heeft de Heiland met Zijn leerlingen gesproken over de betekenis van het komende Koninkrijk.
De komst van dat Rijk zal de wereld doen schudden op haar grondvesten. Vooral zal er geestelijke strijd zijn.


De vergeestelijking van het voorzegde Vrederijk heeft de kerk der eeuwen grote schade berokkend, tot op vandaag. Hoewel steeds meer mensen, ook theologen, gaan twijfelen aan de bewering dat we ‘nu in het Vrederijk leven, dat begonnen is op de Pinksterdag’ liggen er na vijftienhonderd jaar verkeerde leringen, veel hindernissen op de weg. Deze verkeerde bijbelopvatting heeft sinds de kerkvader Origines (5e eeuw), de deur opengezet voor steeds meer ketterijen en in onze tijd, voor het verregaand of soms totaal loslaten van de Bijbel als het geopenbaarde Woord van de levende God. Want als het één willekeurig kan worden vergeestelijkt, waarom het ander dan ook niet. En zo is men op de glijbaan terechtgekomen tot in de bodemloze put van de goddeloosheid. Alle waarheden zijn verdampt. Vanuit orthodoxe kerken vinden we gelukkig veel bestrijding van de moderne vrijzinnigheid, maar een belangrijke oorzaak ervan – het loslaten van de Bijbel als geinspireerde Woord van God, juist ten aanzien van het Koninkrijk en de regering van Christus daarin – wordt vaak niet gezien. Er is dus sprake van volstrekte inconsequentie als het gaat om de vergeestelijking van de Schrift. Als de grote hoeveelheid teksten over het Vrederijk en het herstel van Israël worden vergeestelijkt door de kerk, waarom zou een vrijzinnige dominee dan de opstanding van Christus niet met hetzelfde recht mogen vergeestelijken. In de orthodoxe theologie wordt – om maar een voorbeeld te noemen – wel letterlijk genomen dat Christus uit de maagd Maria is geboren, maar het volgende deel van dezelfde tekst, dat “Hij zal heersen op de troon van David” (Luc. 1:31-33) wordt vergeestelijkt. Dit heeft de Bijbel bij veel mensen uit de handen geslagen. Daarom laat men, ook in de orthodoxie, het bijbellezen maar aan de dominee over. ‘Het is tóch te moeilijk. Hij zal het wel weten’, zo redeneert men.

In de vergeestelijkte bijbelopvatting is het Vrederijk versmald tot de kerk. Men is van mening dat de satan gebonden werd (Openb. 20:2,3) op Golgotha en – zo zegt men, dat is wereldwijd zichtbaar geworden toen het Romeinse Rijk van keizer Constantijn, werd uitgeroepen tot christelijk Rijk – het Vrederijk. Alle beloften zijn vervuld in de kerk. Deze oorspronkelijk Roomse gedachte – waaruit de aardse en geestelijke (al) macht van de kerk wordt gerechtvaardigd – is helaas ook in de Reformatie meegekomen.

Nu zijn we terechtgekomen in de dagen van vóór Constantijn. De kerk is – met de komst van de Europese grondwet – letterlijk weggeschoven tot buiten de kantlijn van de samenleving. In de wereld zien we de heerschappij en de dictatuur opkomen van de oude Grieks-Romeinse geest, door welke de vroege kerk vervolgd werd. Wie ogen heeft om te zien, wie de geschiedenis kent, maar vooral, wie Gods Woord niet vergeestelijkt, weet dat het tijd geworden is om nieuwe keuzes te maken, oude opvattingen los te laten en de bril op te zetten van het Profetische Woord. Niet zelden, helaas, wordt het bestuderen van de profetie gezien als een soort hobby van sommigen. Men heeft het dan ook wel over ‘stokpaardjes’ van hen die in de eigen kerk, reformatorisch of evangelisch beide, aandacht vragen voor de urgentie van de profetie. Daar ligt voor deze mensen een stuk strijd. Ze worden niet gehoord, maar ook hard bestreden.

In de eindtijd speelt de strijd zich op alle fronten af. De Schrift leert ons dat de duivel tot de aarde is afgedaald “in grote grimmigheid, wetende dat hij nog weinig tijd heeft” (Openb. 12:12). Nu de Bijbel is dichtgegaan zien we een enorme toename van het occulte en demonische. Op allerlei wijzen komt het tot ons en manifesteren de krachten der duisternis zich. Er is een toenemende vraag naar bijbelse wegen in het omgaan met mensen, die besmet zijn met onreine en boze geesten. In een recent krantenartikel*) stond, dat Dr. M.J. Paul – die sprak op een conferentie van meer dan tweehonderd Vrijgemaakt-Gereformeerde studenten – de afgelopen tijd zeer veel vragen krijgt van en over mensen die geestelijk gebonden raakten door ‘satanisme’. “Die nood is groot, ook onder gereformeerde christenen”, zei dr. Paul. Erger is nog dat kerken vaak geen raad weten met deze vragen en mensen door sturen naar de psycholoog of de psychiater, terwijl ze pastoraal geholpen dienen te worden in de kracht van de Heilige Geest.

In de moderne theologie is het bestaan van geesten en demonen definitief ontkend. Maar in de meer orthodoxe kringen is de praktijk er ook een van ontkenning. Predikanten, die zich bezighouden met pastorale hulp aan geestelijk gebonden – of bezeten – mensen, krijgen niet zelden sterke tegenwerking en bestrijding. Dat is een moeilijk onderdeel van een strijd die men – meestal tegen wil en dank – aanspande tegen de duivel en de demonen. Deze predikanten hebben bijzonder de steun en de voorbede nodig van de medegelovigen. Vaak ontstaat er in dit soort situaties grote erwarring en verbijstering en kunnen de demonen een macabere overwinningsdans uitvoeren, omdat zij de Gemeente krachteloos hebben gemaakt en de gebonden ziel in hun greep kunnen houden. Er is geen overwinningskracht!

Uiteraard zijn en worden er op het gebied van de bevrijding van gebondenheid en bezetenheid, fouten gemaakt door ondeskundigheid. Er moet goed worden onderscheiden, oudsten van de Gemeente hebben daarin een verantwoordelijke taak. Zonde dient te worden onderkend en erkend. De weg naar de belijdenis moet worden gekend. Er moet gebedskracht zijn en volstrekte eensgezindheid en onderworpenheid aan Woord en Geest. De duistere machten in onze samenleving rukken op, met het doel de Gemeente Gods te overweldigen.

Er is een onlangs een boek verschenen van Dr. W.J. Ouweneel dat vooral de rationele argumenten van het christelijke geloof op moderne en wél doorwrochte wijze verwoordt. Dit helpt buitengewoon om het gesprek met de wereld aan te gaan vanuit de kerk. Hij voerde een publiek debat met de heidense filosoof Paul Cliteur. Er zijn er weinig die dit aandurven omdat de argumenten ontbreken. Dit boek, “De God die is - Waarom ik geen atheïst ben” biedt meer dan voldoende handvatten op allerlei terrein, om het christelijke geloof te verdedigen in een niet-christelijke wereld. Niet simpel, wel goed toegankelijk voor christenen die het gesprek met de wereld niet ontvluchten en in de geestelijke strijd durven te staan. Vandaar: van harte aanbevolen!**)

Feike ter Velde

*) Nederlands Dagblad, 18 maart 2005
**) “De God die IS”, Dr. W.J.Ouweneel.