De paradox van het Evangelie

Feike ter Velde • 80 - 2004/05 • Uitgave: 25
De paradox van het Evangelie

Over enkele weken wordt het Goede Vrijdag en daarna Pasen. De dood en de opstanding van de Here Jezus Christus is het hart van het christelijke geloof. Het staat haaks op de opvatting van de moderne mens. In onze samenleving leren we: ‘Je moet opkomen voor jezelf ‘. De oplossing van veel psychische problemen wordt gezocht in het hervinden van zichzelf. Een gezond zelfbeeld is immers een ‘must ’ voor ieder mens. We leven in de tijd waarin het humanistische mensbeeld overal in terugkomt, ook in kerk en theologie. De mens als middelpunt van alle dingen. En dan komt het Evangelie en het onderwijs van Paulus: "In mij woont geen goed ". In dat licht verwijst Paulus de mens naar de dood, de dood van Christus. Het Evangelie als paradox.


We zijn allemaal opgegroeid in deze wereld, waarin het humanistische mens- en wereldbeeld diep is doorgedrongen en waarin het Evangelie ‘niet meer werkt’. Evangelisatie wordt steeds moeilijker. Veel plaatselijke kerken kennen geen evangelisatiecommissie meer. Die werd jaren geleden al opgeheven. Tentevangelisatie wordt niet of nauwelijks meer gevonden. We zijn gevlucht in tal van argumenten over de ‘veranderende tijden’. Maar de werkelijkheid is dat het evangelie van dood en opstanding haaks staat op het denken van de moderne mens.

Nu moeten we niet direct denken aan mensen buiten de kerk, maar we moeten vooral denken aan onszelf. Willen wijzelf de boodschap van het Evangelie nog wel aanvaarden en uitwerken in ons leven. We zijn allemaal besmet door deze tijdgeest. Hoeveel preken hebben we niet gehoord, waar we niets mee hebben gedaan, omdat de vijandschap ertegen ook in ons hart schuilt. We kunnen het wezen van het Evangelie niet meer pakken. We kunnen er niet meer bij. Het is waar: "De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God" (Rom.8:7). We zitten in de kerkbank, we doen alsof, het lijkt of we de preek aanhoren, maar gaan onveranderd weer naar huis. De vijandschap in ons hart hield onze gedachten niet bij de preek. Het evangelie staat zo haaks op ons leven dat velen vandaag afhaken, omdat ze "er niets mee kunnen en niets mee hebben".

Velen zijn op een christelijke school geweest, hebben een goede opleiding genoten, volledig gesteund door hun gelovige ouders, maar ze hebben alles aan de kant gegooid wat kerk en geloof betreft. We staan er vaak verbijsterd bij. Oorzaak: ons hart is vijandig jegens de levende God.

De Duitse theologe Dr. Eta Linnemann ontdekte bij zichzelf, dat haar wijdverbreide humanistische en vrijzinnige theologie haar uiteindelijk in de diepste leegheid had gebracht. De drank was nog de enige uitvlucht uit een grondeloze zinloosheid. Totdat ze op het zendingsveld kwam. Daar werd de levende Christus aan mensen verkondigd, mensenlevens werden veranderd, wonderen en tekenen bevestigden de verkondiging. Ze zag een levende Christus aan het werk in de kracht van Woord en Geest en kwam tot overgave aan Hem. Ze werd een blijmoedige getuige en verklaarde dat al haar zogenaamde wetenschappelijke werken, die aan de theologische faculteit werden gebruikt, de prullenmand in konden. Ze heeft alles herroepen als openbare belijdenis.

Het kan niet zijn én én, noch óf óf. De zogenaamde moderne theologie, die God vermenselijkt en de mens vergoddelijkt, staat lijnrecht tegenover het Evangelie van de dood en de opstanding van Christus. Zij houdt niets over dan een volstrekte en grondeloze leegheid. Is die leegheid en die zinloosheid niet zichtbaar geworden in de maatschappij? Ieder leeft voor zichzelf. De mens is eenzaam geworden. Zelfmoord is in heel Europa buiten alle proporties problematisch en zelfs op de politieke agenda gekomen van de EU. Echtscheiding is tot een volksziekte geworden, die nu ook met politieke middelen moet worden bestreden, zo stelde onze minister van Justitie onlangs.

De VVD-politicus Bolkenstein zei dat – hoewel zelf geen christen – de christelijke(!) waarden en normen in onze samenleving dienen terug te keren wil zij overleven. Hij doelde gewoon op de wet van God, de Tien Geboden. Daar is principieel alles in geregeld. Gods wet is absoluut, zij is volmaakt, betrouwbaar, waarachtig, louter, bestendig en rechtvaardig (Ps. 19). Maar zij kan pas in werking treden daar, waar mensen zijn verzoend met God. Het Evangelie van Christus’ dood en opstanding, hoe paradoxaal ook met het moderne levensgevoel, moet verkondigd worden. Niet als dorre leer, maar in de kracht van de Heilige Geest, door wonderen en tekenen bevestigd, zoals Dr. Eta Linnemann dat zag. We zijn weer een zendingsland geworden. We zijn in de duisternis terechtgekomen. Er is geen tijd en geen enkele rechtvaardiging voor christenen om nog langer te vertoeven in de grauwheid van de onderlinge strijd en verdeeldheid. Het is Goede Vrijdag geweest en Paasmorgen. De zonde is verzoend, nu moet de christenheid in ons land nog leren wat dit betekent in de praktijk. Het eigen-ik, ook het kerkelijk eigen-ik, moet in de dood van Christus worden weggedaan.

Alles had rond de PKN anders gelegen als b.v. de Gereformeerden hadden gezegd: “We hadden nooit weg moeten lopen uit de kerk. We willen terugkeren. We willen ons verootmoedigen, om vergeving vragen vanwege onze veroordelende houding en ons inzetten in de nationale Hervormde Kerk en daar onze bijdrage leveren”. Wat was alles dan anders geweest. Nu is de eenwording niets meer dan kerkpolitiek geweest. Zij is niet tot stand gekomen door rijkdom van verootmoediging, vergeving en herstel, maar door de armoede van de kerkelijke leegloop als vrucht van modernistische en vrijzinnige prediking. De gezindheid van Christus heeft volkomen ontbroken.

Geve de Here aan ons land nog levende kerken, gemeenten en gemeenschappen, die ernaar zoeken te leven uit de kracht van Christus’ dood en opstanding. Alleen dan kan de paradox worden opgeheven tussen de Geest van het Evangelie en de geest van deze wereld. Want de kracht van de Paasmorgen is de kracht van de Heilige Geest. En die kracht is er nog steeds.

Feike ter Velde

Dr. Billy Graham schreef in januari 1998 in zijn gebedsbrief:
"Als ik kranten en tijdschriften lees en naar de televisie kijk, dan lijkt het mij alsof de morele dam in de Westerse wereld wijd opgebroken is. Wat wij in onze cultuur zien, zou Sodom en Gomorra nog beschaamd maken. Hoe lang kan God onze onverschillige houding hier tegenover nog tolereren?"