Gebedsafhankelijkheid

Jef de Vriese • 86 - 2010 • Uitgave: 2
De zeelui van Jona bidden. Zij vragen aan Jona te bidden, maar die doet het niet. Pas later, in de vis, wanneer hij compleet klem zit, borrelt gebed op uit zijn hart. Kon hij in de storm niet bidden? Was hij in zijn verzoek om hem overboord te gooien bereid de dood in te gaan uit angst voor een directe confrontatie met God? De houding van Paulus is compleet tegenovergesteld. Hij bidt, terwijl zijn zeelui wanhopig zijn (Handelingen 27:20).
De storm toont het hart zoals het werkelijk is. Voor Jona was dat gebedsloosheid. Dat is het kenmerk van wie niet leeft in de tegenwoordigheid van God. Bij Paulus openbaart zich een hart met gebed. Gebed is een afhankelijkheidsverklaring. Die had Jona opgegeven voordat hij op reis vertrok. Wanneer de storm komt, staat hij onbeschermd, zonder geestelijke wapenrusting, zonder gebed.
De werkelijkheid is niet een netjes afgebakende taakbeschrijving die je afwerkt om God een plezier te doen. De werkelijkheid is dat onze zorgvuldig opgestelde plannen onderworpen worden aan stormen die ons vermogen om controle te bewaren ver te boven gaan. Die stormen stellen vragen: wie ben je, waarop is je identiteit gebaseerd, wie is God voor jou? De storm is niet zomaar een vervelende tegenwind. De storm stelt je hart in vraag en zuivert je motieven. De storm reduceert je tot wie je werkelijk bent: klein, onmachtig, maar door God geroepen én naar God teruggeroepen. De storm ontneemt je al je kracht en leert je in je zwakheid staan voor het aangezicht van God.

Jef De Vriese