Geheimenissen van het koninkrijk der hemelen

Henk Schouten • 82 - 2006/07 • Uitgave: 5
Nadat de Here Jezus in de Bergrede de ethische principes van het koninkrijk bekend gemaakt had, startte Hij een grootse campagne om door middel van tekenen en wonderen te laten zien wie Hij is. Dit was een vervulling van de profetie van Jesaja (35:5,6) waar we lezen: “Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen.”
De meeste van deze profetieën van Jesaja zullen in het aangekondigde koninkrijk werkelijkheid worden. Natuurlijk vonden deze verzen hun vervulling ook in het optreden van de Here Jezus, toen Hij op aarde kwam. Al deze dingen hadden de joodse leiders en al de Joden alert moeten doen zijn en hen bewust moeten maken daarvan, dat de Verlosser onder hen was. Dat was groots.
Soms denk ik dat we vandaag iets soortgelijks zien. Talloze profetieën worden voor onze ogen werkelijkheid. Je moet potdicht zitten om het niet op te merken. En toch leeft ook vandaag menige gelovige aan de vervulling van zoveel beloften voorbij. Jezus staat op het punt terug te keren naar de aarde. Dat wordt groots.
Net als toen in Israël zijn er vandaag helaas maar weinigen die echt oog hebben voor de Heer die spoedig komt. Er is veel ongeloof onder religieuze mensen.

De Here Jezus deed niet alleen zelf vele en grote tekenen. Zijn discipelen werden door Hem uitgezonden en ook zij timmerden behoorlijk aan de weg. Johannes de Doper, gevangen genomen door Herodes, begon op zeker moment zelfs te twijfelen en zond van zijn discipelen naar Jezus. Jezus stuurde hen terug met de boodschap te zeggen wat ze zagen en hoorden. Belangrijk is daarbij op te merken, dat de Here Jezus Johannes aanwijst als de grote profeet die komen zou (Matteüs 11:10). Johannes at en dronk niet, men zei: hij heeft een boze geest. Jezus at en dronk wel en werd een vraatzuchtig mens en wijndrinker genoemd.

Waar ik op doel is dat we uit deze dingen leren dat Jezus werd afgewezen door het volk, Zijn volk. Hij begint de steden waar Hij vele en grote tekenen verricht had te verwijten dat zij zich niet hadden bekeerd, oordeel zou hen treffen. Vandaag zien we soortgelijks in onze wereld. De zonde stapelt zich hoog op, onreinheid is ‘in’. ‘Durf te geloven,’ zo adverteert de NCRV en zoomt in op een homopaar dat gaat ‘trouwen’. Wie in onze wereld hier een Bijbels getuigenis tegenover stelt wordt het zwijgen opgelegd. Vrijheid van meningsuiting is alleen gereserveerd voor goddeloosheid en niet voor Godsvruchtigheid. Toen in Israël en vandaag in onze wereld wordt Jezus afgewezen.
Wanneer de Heer de steden het oordeel aanzegt gaat Hij over op persoonlijke invitatie: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven” (Matteüs 11:28). Dit is dus een andere insteek, niet meer het volk, maar de individuele persoon wordt benaderd.
Wanneer we de gebeurtenissen in Matteüs volgen, valt de confrontatie tussen onze Heiland enerzijds en de Farizeeën en het volk anderzijds steeds meer op. De sfeer wordt ijzig, Jezus wordt vergeleken met een demon. Het volk krijgt het teken van Jona, de ultieme verwijzing naar dood en opstanding van de Heiland.

We leren dat het koninkrijk dat aangeboden werd, faliekant van de hand gewezen werd. Natuurlijk heeft de Here God en heeft de Here Jezus dit alles voorzien en geweten. Zij zijn door de hardheid van ons mensen niet overvallen, maar wat een genade, de Here God heeft op dit alles geanticipeerd en had Zijn plan al klaar.
Het koninkrijk werd niet afgelast, maar uitgesteld. Kerken leerden en leren soms nog dat het koninkrijk werd afgesteld. Israël heeft de kans gehad, maar door de afwijzing van de koning haar kans verkeken. Nu wordt het koninkrijk werkelijkheid in en door de kerk. De kerk in de plaats van Israël. Deze enorme dwaling heeft en de kerk en Israël onbeschrijflijke schade berokkend en haar sporen lopen naar de holocaust, de moord op 6 miljoen joden.
De afwijzing door Israël nagelde onze Heiland aan het kruis. Natuurlijk weet ik heel goed: “Ik kost hem die slagen, die smarten en die pijn.”
Een vergelijking is te trekken naar Kadesh-Barnea, daar zien we dat het volk op het punt staat het beloofde land binnen te trekken. Spionnen vertelden van reuzen en sterke steden. Het ongeloof van Israël in Gods macht om hen het beloofde land binnen te leiden bracht hen terug in de woestijn. Veertig jaar trok het volk door het zand, de hitte en de narigheid.
Tegen heel deze achtergrond, zoals we die nu gezien hebben, moeten we de gelijkenissen gaan lezen die in Matteüs 13 geschreven staan.

Geheimenissen
In het Nieuwe Testament worden geheimenissen onthuld, geestelijke zaken die door God in het oude Testament nog bedekt gehouden werden. In Kolossenzen 1:26 lezen we: “het geheimenis dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan de heiligen.” Heel belangrijk is te weten dat de Here God het plan had om uit de volkeren een lichaam te formeren, het lichaam van Christus bestaande uit Joden en heidenen. De scheidsmuur tussen hen werd in Christus afgebroken, nu mogen zij in geloof in het verlossingswerk van de Here Jezus, één nieuw lichaam vormen. Dit lichaam heeft niet een aardse toekomst, zoals die er voor Israël nog altijd is. De toekomst van dat lichaam is een hemelse, het Vaderhuis met de vele woningen.
Tot op dit ogenblik sprak de Heer voluit en vrijuit, maar nu begint Hij in gelijkenissen dingen uit te leggen die speciaal voor Zijn volgelingen bestemd zijn. De gelijkenissen zijn niet moeilijk te begrijpen, wanneer we met geloof en geestelijk begripsvermogen luisteren.
Wat ons als geheimenis is toevertrouwd moeten we bekend maken, de persoonlijke invitatie tot het hemels heil. Jezus Christus, Hij roept en nodigt u.

Henk Schouten