Gelijkenissen van het koninkrijk der hemelen (6)

Henk Schouten • 82 - 2006/07 • Uitgave: 12
Een schat in een akker

Het wordt wellicht wat eentonig, maar ook deze keer zal een andere verklaring gevolgd worden dan wat dikwijls gangbaar is. Waarom is de traditionele verklaring niet houdbaar? Ik geloof dat de man die de schat vind, dezelfde man is als die het zaad zaait. Waarom zou hij een ander zijn? Het gaat om de zoon des mensen, onze Here Jezus. Gangbaar is te stellen dat deze man de arme zondaar is die in Christus de grote schat gevonden heeft, maar past dat wel? De akker bijvoorbeeld is overduidelijk de wereld, kunnen we zeggen dat de Here Jezus als een schat in de wereld verborgen was? Onze Heiland was in de hemel, bij God. Toen Hij naar de aarde kwam, kwam Hij niet in verborgenheid, maar juist om openbaar te worden, om gezien en gehoord te worden. Kunnen we zeggen dat de mens God zoekt? Het is juist andersom, de Here God zoekt de mens. Na de zondeval zagen we dat al, God daalde af en riep de mens die zich verborgen hield en de Here Jezus leert ons dat Hij gekomen is om het verlorene te zoeken.
Wat het kopen van de schat betreft, daar wringt de uitleg nog sterker. Zou de mens op enigerlei wijze zijn verlossing kunnen kopen, zouden we door betaling deel kunnen krijgen aan Christus? Daar geloof ik niets van, u wel?



Maar hoe zit het dan, met de man die de schat in de akker vond?

De schat is de gemeente, de verzameling van gelovigen. De gemeente is verborgen in de wereld. De wereld ziet niet hoe groot en heerlijk die schat is, ze gaat eraan voorbij. Onze Heer heeft de hele wereld gekocht, om uit die wereld Zijn schat, de gemeente, te verwerven. Er was in het verlossingsplan geen andere mogelijkheid, dan dat de Heer ons vrijkopen zou, waartoe Hij heel de wereld kopen moest, heel de akker!

In Johannes 1:29 lezen we heel duidelijk: “Hij is het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt.” Of in 2 Korinte 5:19 “God was in Christus de wereld met Zich verzoenende.” Nergens enig voorbehoud ten aanzien van de wereld. Alleen op deze manier was het mogelijk de schat legitiem in bezit te krijgen. Gods aanbieding van genade komt tot allen, maar is alleen voor ieder die dit aanneemt.



De man, onze Heer dus, verkocht alles. Wat is dat alles dat Hij verkocht? Als Gods zoon alleen kon de Heer de mens niet redden, Hij moest ook mens worden. “…maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises” (Fil. 2:7,8). Onze Heer heeft alles wat Hij bij de Vader aan heerlijkheid en glorie had, prijsgegeven. Een losser in Israël was een verwant, dat wil zeggen had een familiaire relatie met de verarmde tak. Daarom is onze Heer in alle opzichten aan ons gelijk geworden, uitgenomen de zonde.

Het is natuurlijk onjuist om uit deze koop van de akker (de wereld) te concluderen dat heel de wereld behouden is en iedereen uiteindelijk zalig wordt. Het is wel zaak om Gods raad en bedoeling in het heilsplan in het oog te houden. Wat staat er in Johannes 1:11 “Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen,” dan volgt Johannes in vers 12 “Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven.” Onze Heer heeft om de vreugde die voor Hem lag de schande en het leed van kruis en zonde gedragen. Wie daar maar iets van beseft komt tot diepe dankbaarheid en grote verwondering en bewondering voor Hem die onze Heer en Heiland is.



Wat kunnen we van de schat zeggen?

In de oudheid waren er geen banken en kluizen. Telebankieren was een onbekend fenomeen. Wie iets van waarde had, liep altijd het risico dat die rijkdom door een kwaadwillende werd gestolen. Daarom verstopte en begroef men waardevolle zaken. Zo past ook het beeld van de gelovigen. Als een schat begraven in de wereld. De wereld heeft geen oog voor deze schat. Zelfs de allergrootste rijkdom, Jezus zelf, werd door de wereld veracht en bespot. “…worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe,” schrijft Paulus in 1 Korinte 4:13. Wie volgeling is van Jezus kent deze pijn en zorg, deze spot en hoon en laster. Vandaag horen we dikwijls een ander evangelie. Alsof het volgen van Jezus juist garant staat voor succes en alle mogelijke vormen van materieel heil. Laat u geen zand in de ogen strooien, zulke dingen horen bij een vals evangelie en dat is geen evangelie. Nu nog leven we in een tijd, waarin we gemeenschap aan het lijden van de Heer ervaren, maar straks zullen we met Hem heersen. We horen Hem toe, maar thans is het nog niet geopenbaard wat we worden zullen. We zijn Zijn eigendom, we zijn een schat in Zijn oog. Alles gaf Hij op om u en mij vrij te kopen. Kunnen we een dergelijke liefde weerstaan? Ik schrijf het u met klem, zoek Hem die u eerst gezocht heeft en leef.

Verborgen voor het oog van de wereld, zo is de gemeente, maar kostbaar zijn we in Zijn oog, voor tijd en eeuwigheid. We mogen uitzien naar Hem die ons gekocht heeft, die alles opgaf om ons tot Zijn eigendom te maken. Het moment nadert snel, dan zullen we Hem zien. Wat een uitzicht.

Maranatha, kom Here Jezus, kom.



Ds. Henk Schouten