Gods grote daden in Iran

Feike ter Velde • 86 - 2010 • Uitgave: 2
Farshid Seyed Mehdi

Ik was 23 jaar en nog ongetrouwd toen ik vanuit Iran naar Nederland kwam. Mijn ouders woonden al een jaar in Nederland. Zij waren in Iran tot geloof gekomen. Ze waren fanatieke moslims, vooral mijn moeder. Zij was onderwijzeres en werd naar een Armeense school gestuurd, dat zijn christenen. Het doel was die kinderen tot de islam te bekeren. In de vierde klas kreeg ze van een meisje een Bijbel en ze las 1 Korintiërs 13 - het hooglied van de liefde. Ze zag de liefde van God die ze vanuit de islam niet kende. In de brief van Jakobus las ze dat de tong niet tegelijkertijd kan vervloeken en zegenen. Een keuze was onvermijdelijk. Farshid Seyed Mehdi (41) vertelt.


Toen mijn moeder tot geloof was gekomen, heeft ze dat eerst geheim gehouden. Ik was tot mijn zeventiende jaar een erg fanatieke moslim. Ik gaf les in de koran aan andere jongeren van mijn leeftijd. Ik deed mee aan wedstrijden over de islam en over de koran en won meestal de eerste prijs… dure boeken, reizen naar heilige steden, etc. Maar ik werd erg teleurgesteld in de islam. Machtsmisbruik, overspel door mannen die ik hoog had zitten. Toen ging ik de geschiedenis van de islam bestuderen en ik zag alleen maar geweld, vanaf het begin.
Bovendien, als ik bad kreeg ik nooit antwoord. Ik bad vaak in mijn eigen woorden, maar kreeg nooit iets terug. Zekerheid had ik nergens. Ook niet als het gaat over de hemel. Als je als martelaar jezelf offert voor de islam, dán ben je zeker, anders niet. Je doet het nooit goed in de islam. Verkeerde woorden in je gebed zijn grondig fout, dan moet je opnieuw de teksten zeggen. Vijf keer per dag moet je Arabische gebeden opzeggen. Ik kende de vertaling, maar ik had er geen gedachte bij. Het zei me eigenlijk niets. Een van de teksten luidt: “God heeft geen zoon” - dat werkte als een soort hersenspoeling. Ik dacht: ik moet begrijpen dat God (Allah) geestelijk is, maar het eigenlijke doel was: tegen het christendom. Maar dat wist ik toen niet.

Ik besloot op een dag mijn eigen weg te gaan. Ik haalde mijn diploma’s en ging het leger in. Ik was achttien jaar en het was net het einde van de oorlog met Irak. Ik was in het Zuiden om de grens en de oliepijplijn te beschermen. In mijn fantasie sprak ik met allerlei godsdiensten, met Mohammed, met Jezus, met Boeddha, enz. Er waren twee Armeense jongens in mijn groep, zij waren in naam christenen, maar deden er niets aan. We discussieerden wel met elkaar.
Jezus werd voor mij langzamerhand de belangrijkste persoon. Vooral om het gegeven van ‘vergeving’. Jezus bad zelfs om vergeving voor de mensen die hem kruisigden. Op een dag kwam ik thuis. Er was toen bezoek. Een van hen was broeder Haik Hosepian, hij was voorganger van de centrale kerk in Teheran. Ik mocht dat niet weten. Alles was geheim. Na aandringen mocht ik toch het bezoek ontmoeten. Ik sprak met Haik en vroeg hem wat er met een mens gebeurt na de dood. Hij gaf een heel wijs antwoord over het geloof in Jezus en de redding door Hem. Het was voor mij heel duidelijk, vooral de zekerheid die Jezus geeft. In mijn jeugdige overmoed vertelde ik aan anderen dat Jezus zekerheid geeft en Allah niet.

Mijn ouders gingen op een dag weg, naar het Zuiden om de groeiende problemen met de overheid te ontvluchten. Mijn moeder kon namelijk niets overleggen van haar werk. Er was geen kind tot de islam overgegaan. Ze had ontslag genomen. Mijn vader was op een dag naar Nederland gegaan. Moeder met twee kinderen volgden en ik bleef achter, met mijn getrouwde broer.
Ik kon later het land uit dankzij contacten in de familie, die dat voor mij regelden. Het ging via Turkije, per bus, personenauto, de grens over. Ik vloog eerst van Turkije naar Duitsland. Vanuit Frankfurt per auto naar Nederland. Ik wist het adres van mijn ouders, zij woonden in Hoorn. Ik stond op de stoep als hun 23-jarige zoon. Zij waren ontzettend blij. Het duurde ongeveer een week voordat mijn ouders vertelden dat ze hier in Nederland naar de kerk gingen. Ze waren bang dat ik boos zou worden, omdat ze meenden dat ik nog steeds een fanantieke moslim was. Maar ik reageerde heel positief en zei dat ik mee zou gaan. Ik zag veel mensen, die elkaar omhelsden. Ik werd ook zo warm ontvangen. Dat was volkomen nieuw voor me. Ik verstond geen woord Nederlands, maar werd in het Engels verwelkomd.

De zoon van de voorganger, Peter, gaf mij later een cadeau, waarvan ik begreep dat hij er zelf erg aan was gehecht. Het was een mooie, nieuwe cassetterecorder. Hij gaf mij het beste wat hij had. In een dienst op zondag had ik de stap tot de Here Jezus gedaan. Ik had Hem mijn hart gegeven. Toch was er geen echte ontmoeting met God. Maar ik zag zo duidelijk de liefde van God in Peter. Ik dacht, dat heb ik niet. Ik ben toen naar mijn kamer gegaan en heb God gezegd: “Ik verlaat deze kamer niet voordat ik ook die liefde ontvang. Peter gaf mij het beste wat hij had.” Toen stortte God Zijn Geest over mij uit en de liefde van God kwam als een vloedgolf over mij heen. Onbeschrijfelijk! Toen zei God: “Farshid, ik heb ook het beste van Mij aan jou gegeven: mijn Zoon.” Ik heb het zolderraam opgedaan en hardop uitgeroepen: “Wereld ik houd van jou!”
Ik studeerde hier aan de HTS en tegelijkertijd theologie aan de Universiteit van Amsterdam. De theologie daar was een schok voor me. Niemand had me daarvoor gewaarschuwd. Ik kreeg ruzie of liep soms weg uit de collegezaal. Ik heb het twee jaar vol gehouden. Via een Iraanse Bijbelschool in Engeland heb ik de Bijbel beter leren kennen. Ook in de Pinkstergemeente in Hoorn had ik al veel geleerd. In 1993 begon de Iraanse kerk in Almere. Tot die tijd zwierven we naar allerlei Iraanse gemeenten in het land. We komen nu zondagmiddag samen. Zo’n tachtig Iraniërs komen er. Alles in onze eigen taal. Ik hoorde hier dat broeder Haik, die mij voor het eerst het Evangelie had uitgelegd, in Teheran was vermoord. Een maand later werd ook broeder Mehdi Dibaj vermoord. Dat was een grote schok.

Ik kwam in contact met 222-ministries. Die naam komt van 2 Timotheus 2 vers 2. Het doel is: Evangelieverkondiging naar Iran. Ik herkende onmiddellijk hun visie. Ik had Gods plan gezien voor mijn leven. Ik had tijdens een boodschap gehoord, dat ‘God iemand voor zijn volk wil gebruiken’. Ik hoorde daarin de stem van God voor mij. Die roeping groeide in me. In Engeland heb ik de leiders ontmoet, allemaal Iraniërs. In 1998 droomde ik over de Bijbel en over het Evangelie voor alle volken. Een jaar later riepen enkele broeders mij om met mij te spreken over satellietprogramma’s naar Iran. Ze vroegen mij of ik daaraan wilde meewerken en het programma wilde presenteren. Het was precies mijn droom. Ik was verbaasd. In een grote conferentie met meer dan duizend Iraniers uit heel Europa sprak ook de bekende predikant Derek Prince. Het was zijn laatste preek. Hij sprak over Daniël 10 en over het gebed en de machten der duisternis die tegenstand bieden. Het was indrukwekkend. Die conferentie is over de hele wereld gegaan.
In 2001 waren we via de satelliet voor het eerst op tv in Iran. In 2005 begonnen we via Mohabat-TV met uitzendingen, vierentwintig uur per dag. Mohabat betekent: liefde. De eerste maanden kwamen er 268.000 reacties per telefoon, e-mail en fax. In Iran hebben 20 miljoen mensen schoteltelevisie. Overal in Iran komen mensen nu tot geloof. De overheid had in het begin niets in de gaten. In meer dan veertig steden hebben we nu celgroepen, in enkele grote steden zijn per stad meer dan duizend celgroepen. Zij komen in hun huizen bijeen voor Bijbelstudie, gebed en onderlinge bemoediging. De centrale kerk in Teheran van de Assemblees of God is door de overheid gesloten. Maar ik heb in mijn hart dat heel Iran tot Christus komt.

De christelijke leiders worden goed opgeleid tijdens speciale studieconferenties. Het is niet altijd makkelijk ze naar het buitenland te krijgen, maar het lukt meestal. We hebben speciale programma’s voor prostituees en drugsverslaafden. In Iran bestaat het zogenaamde tijdelijke huwelijk. Vrouwen staan na korte tijd weer op straat, vaak met kinderen. Veel van die vrouwen komen uit nood in de prostitutie. Drugsgebruik is enorm in Iran. In speciale tv-programma’s krijgen we contact met die mensen. Het programma over de overspelige vrouw had heftige reacties van prostituees. Het heette ‘Wie werpt de eerste steen op haar’. De liefde van Jezus, zonder veroordeling, riep de vraag op: “Wie is Jezus?”
Door de media, ook via internet, hebben we veel contact, geven we onderwijs en ik verwacht dat de islam in Iran op instorten staat. Wie meer wil lezen kan op de website terecht: www.fcnn.com. Dat staat voor Farsi Christian News Network. Ook BBC geeft dit als link door. Ik wil mensen vragen voor het Iraanse volk te bidden. Onze God doet grote dingen!

Feike ter Velde