Het Nieuwe Tijdsdenken in de (post-) Evangelische Beweging (2)

Arno Lamm & Miel Vanbeckevoort • 87 - 2011 • Uitgave: 9
In het eerste artikel (Het Zoeklicht nr. 6) bespraken we de Emerging Church-beweging en haar pogingen om het denken van christenen te beïnvloeden. Deze beïnvloeding is van alle tijden, maar is ook onlosmakelijk verbonden met de laatste dagen. Paulus voorzegde dat met name gelovigen in de laatste dagen de gezonde leer niet meer zouden verdragen en zich vele leraren bijeen zouden halen die het evangelie zouden aanpassen aan hun verwende gehoor.

Heeft dit Nieuwe Tijdsdenken een plaats verworven in uw gemeente?

Na een algemene inleiding van de Emerging Church-beweging in het voorgaande artikel willen we een voorzichtige lijst aangeven van waarschuwingssignalen die er mogelijk op wijzen dat een geloofsgemeenschap in een bepaalde mate onder invloed van dit denken is gekomen, ook al is zij zich daar niet altijd van bewust:
• Gezonde Bijbelse leer wordt naar de achtergrond verschoven. Er wordt niet meer gepredikt over Christus als de enige Weg, over de Hel of het laatste Oordeel.
• De Bijbel wordt een verzameling van verhalen en verliest gaandeweg haar autoriteit als het gedetailleerde woord van God, waarvan wij niets af mogen doen of aan mogen toevoegen.
• Het Evangelie van Gods verlossing wordt vervangen door een meer horizontaal en sociaal evangelie met humanistische methodieken die gericht zijn op acceptatie door de omgeving en op brede gemeentegroei. Missie vraagt een aanpassing aan de postmoderne omgeving.
• Er wordt benadrukt dat het Christendom opnieuw moet worden uitgevonden om relevant te zijn voor deze tijd. Relevant zijn betekent in dit geval niet alleen het aanpassen van de vorm, maar ook het aanpassen van de inhoud aan het gedachtegoed van de omgeving en de tijd. Een toenemend aantal ideeën wordt naar voren gebracht om het Christen-zijn ‘opnieuw uit te vinden’ en te ‘promoten’ naar de wereld.
• Bijbelse profetie wordt nauwelijks gepredikt en ook niet meer van belang gevonden.
• De aanstaande opname van de gemeente is geen onderwerp van prediking meer. De profeten en het boek Openbaring worden nauwelijks open geslagen.
• Israël heeft steeds minder Bijbelse relevantie. Het is hoogstens een interessant gebied waar vroeger veel Bijbelse gebeurtenissen plaatsvonden.
• De beloften uit de Bijbel zijn voor de Kerk (het nieuwe Israël) en niet voor Israël.
• Er is toenemende ruimte voor experimentele rituelen en alternatieve aanbiddingsvormen, ook via artistieke vormgeving.
• Gemeentegroei wordt belangrijker dan geestelijke kwaliteit (met name bij jonge gemeenten).
• De gelovige staat centraal en God richt zich op ons welzijn. Wij zijn geliefd en aanbidding richt zich op ‘ons ervaren van God’.
• Persoonlijke ervaringen en intuïtie spelen een belangrijkere rol in prediking en geloofsbeleving dan de confrontatie met en de verdieping van Gods Woord. Prediking is steeds meer beperkt tot ‘ervaringsprediking’ door gemeenteleden zelf. Gedegen Bijbelkennis kan tot op zekere hoogte ‘ons ervaren van God in de weg staan’.
• Ter vermijding van confrontatie worden onderwerpen als zonde, berouw of bekering nauwelijks meer behandeld. Waarheidsclaims mogen niet meer gepresenteerd worden als universeel geldig, objectief of absoluut.
• Toekomstige zonden zijn bij voorbaat vergeven en een christen kan zijn redding niet missen, tenzij hij nooit christen is geweest.
• Het aantal sociale activiteiten groeit sterk in een gemeente, terwijl diepgaande Bijbelstudie juist afneemt. Aanbidding wordt allereerst een persoonlijke en collectieve ervaring, niet een Godsverering. Muziekaanbidding neemt een grotere plaats in dan voorbede en het in praktijk brengen van het Woord van God.
• De discussie over een ‘smalle weg die ten leven leidt’ en een ‘brede weg die naar het verderf leidt’ wordt gaandeweg uitgedoofd of zelfs expliciet afgewezen.1 Jezus ‘nodigt ons juist uit tot een hartelijke deelname aan deze maatschappij’ omdat Hij kwam om Zijn Koninkrijk hier te vestigen.
• Normatieve uitspraken op basis van de Bijbel zijn vervangen door ‘een zo veel mogelijk overeenstemmen om eenheid te bewaren en ruimte te geven’.
• Creatieve uitingsvormen (dans, mime, experimentele aanbidding, beelden, geluiden, geuren) verdringen de tijd die nodig is voor een gezonde prediking en toepassing van Gods Woord.
• Goddelijke ervaring wordt gezocht door het uitvoeren van labyrint lopen,2 contemplatief bidden, ademend bidden, visualiseren, stilten.
• Er zijn geen morele absoluten meer, alles wordt contextueel (in de gegeven omstandigheden en cultuur) bepaald. Er wordt niet meer gedacht in zwart en wit, maar in een veelkleurig palet.
• De waarheid van de Schrift ‘zal vervangen zijn door de waarheid van de Heilige Geest, doorgegeven aan individuen’.
• Andere seksuele voorkeuren of vormen van samenleven buiten het huwelijk worden eerst onbesproken gelaten en daarna stilzwijgend toegelaten in de gemeente.
• Wij dienen God niet meer om wie Hij is, maar zoals wij zijn en om wat Hij voor ons doet.
• De grijze randen van de duisternis van deze wereld worden niet meer zozeer als duisternis ervaren. Er is sprake van een groter overgangsgebied.
• Enige vorm van waarschuwing door andere gemeenteleden op grond van de Bijbel wordt snel buiten discussie gesteld, omdat men van mening is dat gelovigen met een kritische houding nog niet open staan voor deze transformatie en later wel zullen volgen; ze zitten nu vast in het klassieke denken.

Misschien wel het meest typerend is dat Jezus Christus binnen deze beweging vooral wordt gezien als een Profeet van Het Koninkrijk, zonder dat Hij nog expliciet als Heer en Zoon van God wordt genoemd, juist omdat dit andere godsdiensten (die dit niet geloven) tegen de borst kan stuiten.

Waar moeten waakzame christenen op letten?
Als we als christenen wakker en waakzaam willen zijn, dan moet we ons van tenminste vijf kernpunten heel bewust blijven. Deze punten zijn dan tevens een mogelijke toetssteen voor onszelf en onze omgeving:
• Dat (on)gelovigen zonder Jezus Christus verloren gaan.3
De Nieuwe Tijdsgelovigen zijn echter van mening dat wij ons die ‘hoogmoedigheid’ niet meer kunnen aanmeten.
• Dat er een geestelijke oorlog gaande is, waarin de Tegenstander deze ‘nieuwe denkbeelden’ en dit moreel verval geleidelijk acceptabel wil maken, in deze generatie door het ‘Nieuwe Denken’.4
Geestelijke oorlog of een Satan figuur heeft nog nauwelijks plaats of aandacht binnen de Emerging Church.
• Dat wij moeten leren om in die geestelijke oorlog stand te houden en moeten leren om de wapenen die Hij ons heeft gegeven te gebruiken voor het slechten van geestelijke bolwerken om deze gedachten krijgsgevangen te nemen en opnieuw te brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus.5 Dit sluit overigens onze maatschappelijke relevantie geenszins uit, maar het leren standhouden in deze geestelijke strijd komt eerst, daarna komt onze maatschappelijke inzet, zoals Zijn roeping voor ons leven deze invulling zal geven.6
• Dat niet meer ik leef, maar dat Jezus Christus in mij leeft en ik Hem daarom moet (leren) gehoorzamen, zodat de wetmatigheden van Zijn Koninkrijk vaste grond krijgen in mijn leven.7
Nieuwe Tijdsgelovigen stellen eerder ‘dat wij leven omdat Christus in ons leeft’, met de nadruk op onszelf. God kijkt niet meer naar ons in termen van ‘gehoorzamen’.
• Dat de tijden tot aan Zijn komst nog maar zeer kort zijn en dat wij moeten waken en bidden.8
Postmoderne gelovigen geloven dat Jezus ons heeft opgedragen om Zijn Koninkrijk hier en nu te bouwen en dat de wederkomst van Jezus dan vooral geestelijk zal zijn, nadat wij zelf Zijn Koninkrijk eerst hier gebouwd hebben.
Anders gesteld, elke gemeente die zich vooral organiseert rondom groei en die haar sociale activiteiten uitsluitend richt op ‘het zijn van een aantrekkelijke gemeenschap voor de postmoderne wereld’ om haar heen, zal zich voornamelijk richten op wat voor ogen is. Haar streven om vooral maatschappelijk relevant te zijn, staat veelal in grote mate (oog voor de) geestelijke strijd in de weg, terwijl zij daar juist aan moet deelnemen. Deze gemeentes verliezen ook vaak het zicht op de spoedige terugkomst van de Bruidegom en de oproep dat wij in de naam van Jezus Christus het verlorene moeten winnen uit het Koninkrijk der duisternis. Een van de functies van de Gemeente is dat zij haar geestelijke positie ten opzichte van die duisternis moet innemen.

Christenen leven in een functionele spanning, waarbij zij weliswaar midden in de wereld staan, terwijl zij zelf geestelijk onderdeel uitmaken van het Koninkrijk van Jezus Christus, het Koninkrijk dat nu nog niet, maar straks wel heerschappij zal voeren over deze wereld. Christenen mogen zich zeker afvragen of hun benadering - d.w.z. de gebruikte methode en ‘verpakking’ - nog aansluit bij de belevingswereld van degene die Jezus Christus niet kent, maar zodra zij ook de inhoud aanpassen aan deze postmoderne wereld, zullen ze zijn als een Noach die zijn boot wilde verbergen ‘omdat deze zijn omgeving vast niet meer niet aansprak’.
De New Age-beweging was in de jaren ’80 zeer herkenbaar en werd door de kerken dan ook meteen als occult bestempeld. Weinig christenen zijn in eerste instantie geraakt door de rituelen die uit andere godsdiensten kwamen. Tegenwoordig is New Age als officiële beweging niet groot, maar dit denken is in vele facetten van de maatschappij onzichtbaar doorgedrongen, tot diep in de waarden en overtuigingen van de mensen.
New Age is ook de gedachte achter de Emerging Church beweging; nu zijn het nog pioniers die soms tegen de muren van de traditionele opvattingen oplopen, maar zelf hebben zij de verwachting dat binnen 10 jaar niet meer over de beweging wordt gesproken, maar dat hun gedachtegoed wel zal zijn overgenomen door heel wat gemeenten.
Bij elke stap die de gemeenten onder invloed van dit denken zetten, moet de Bijbel mee opschuiven of zegt men ‘dat God in de voorgaande fase verkeerd begrepen is’. Brian McLaren is ervan overtuigd dat dit raamwerk van het nieuwe christendom nog in dit decennium gemakkelijk en vooral geruisloos zal zijn geaccepteerd: “Dan hebben we onze geest geopend en zijn we niet meer zo beperkt in onze gedachten.”
McLaren is er daarom geen voorstander van het hardop verkondigen van deze theologie in de kerken, omdat men er vandaag nog aan moet wennen. De kracht en het gevaar van de beweging zit dan ook in de stille manipulatie van het denken. Daarom moeten we vooral aan de symptomen herkennen dat er onder de onder de oppervlakte sprake is van on-Bijbels gedachtegoed. De kern ligt hierin, dat men het vreemdelingschap in deze wereld wil ontlopen of zelfs openlijk veracht.

Wie is Koning?
De kern van het grote verschil tussen de Bijbelse leer en de Emerging Church-beweging ligt hem in de vraag wie er centraal staat. Is dat de God van de Bijbel of zijn wij dat zelf en is God ondersteunend aan ons? De Bijbel leert ons via Paulus dat niet meer ‘mijn ik’ de boventoon moet voeren, maar dat Jezus Christus in mij leeft, waardoor ik leef in Hém. Het Nieuwe Denken gebruikt hier dezelfde woorden, maar draait de volgorde om: Ik leef, omdat Christus in mij leeft.
Het Nieuwe Denken kan niet door één deur met de gedachte dat God op de troon van ons leven gepaard gaat met het sterven aan onze eigen dominantie. Om de Bijbel toch niet tegen te spreken, hangt men dan maar de gedachte aan dat God weliswaar plaatsneemt op de troon van ons leven, maar daarbij vooral dienend is aan ons en onze dromen. Alles wat Hij wil werkt zich daarna uit in ons eigen verlangen, waardoor de cirkel van Zijn wil uiteindelijk rond zal komen.
Jezus Christus waarschuwt de gemeenten in Openbaring 2 en 3 niet zonder reden. Die brieven zijn meer dan ooit gericht op categorieën van gelovigen van deze tijd. Velen nemen de waarschuwingen uit die brieven niet meer serieus, omdat hun herders en leiders ze niet meer relevant vinden en er nooit over spreken…

Arno Lamm & Miel Vanbeckevoort

Voetnoten:
1 ‘Ploeteren en Pionieren, nieuwe manieren van kerk zijn’, Martijn Vellekoop en Nico-Dirk van Loo, 2009, ISBN 978 90 33818 90 5
2 In 2004 geherintroduceerd door o.a. Youth for Christ en het Nederlandse Bijbelgenootschap in Nederland; Boek: ‘Labyrint’, Charissa Bakema.
3 Johannes 3:5-21
4 Efeziërs 6:10-20
5 2 Korintiërs 10:5
6 2 Korintiërs 10:5-11 en 2 Petrus 1:10-11
7 2 Petrus 1
8 Lucas 21:34-36