Image

Een vals narratief en Bijbelse beloften

Roelof Ham • 99 - 2023 • Uitgave: 12

Er is een narratief – een verhaal – dat verteld wordt in veel progressieve westerse media over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Hoewel het breed wordt gedeeld, is het een vals verhaal, gebaseerd op historische onjuistheden en verdraaiing van feiten. Daarbij is het ook onbijbels.

Het verhaal waarover ik het heb, begint bij de veronderstelling dat Israël een koloniale bezetter is, die een land bezet dat niet aan hun toebehoort. Eigenlijk is Israël als land en staat een gedrocht. Oorspronkelijk heette het immers Palestina en woonden er Palestijnen. Van hen is het land afgepakt toen de staat Israël in 1948 werd opgericht.
Al vanaf het begin van het bestaan van deze staat is dit een probleem, zo gaat het verhaal verder. De Joden hebben daarbij nooit anders gewild. Sinds de oprichting van Israël hebben zij Palestijnen altijd als tweederangsburgers behandeld en hebben ze hen onderdrukt, tot op de dag van vandaag. Dat gaat zo ver, dat we nu kunnen spreken van een apartheidsstaat, vindt men. Een oplossing hiervoor zal dan ook niet bereikt worden. Ondanks allerlei VN-resoluties en pogingen van verschillende wereldleiders, wilden de Joden immers alleen maar meer (een goed voorbeeld zijn de steeds maar uitbreidende illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever).
Dit is in het kort het verhaal dat verteld wordt, maar de grote vraag is of dit juist is?

Geschiedenis
Toen de staat Israël werd gesticht op 14 mei 1948, vielen de Arabische staten op 15 mei het land aan. Met slechts 600.000 voornamelijk vluchtelingen en overlevenden van de holocaust, verdedigde Israël zich tegen een overmacht van miljoenen en hield stand. Sinds dat moment is er voortdurend oorlog en de dreiging van oorlog geweest. Na 1973 heeft dit plaatsgemaakt voor terreur en de dreiging van terreur. Ook internationaal is er na 1973 iets veranderd. Israël is zwaar onder vuur genomen in de internationale politiek. Zo zijn er vele resoluties aangenomen in de VN waarbij Israël wordt veroordeeld, met als tragisch dieptepunt de VN-resolutie van 1975 waarin zionisme gelijk werd geschakeld met racisme (een resolutie die pas in 1991 is teruggenomen).

Is er dan nooit naar vrede gezocht? Jawel, meerdere malen. Steeds weer was het daarbij Israël die bereid was concessies te doen en waren het Palestijnen en hun Arabische broeders die dat niet wilden en daar vaak ook actief een stokje voor staken. Zonder uitputtend te zijn wijs ik bijvoorbeeld op de verklaring van Ben Gurion op de dag van Onafhankelijkheid in 1948. Hij bood de Arabieren en Palestijnen daarin vrede, zij antwoorden met oorlog. In 1967 na de Zesdaagse Oorlog bood Israël land aan in ruil voor vrede. Het antwoord daarop bestond uit een drievoudig ‘Nee’ van de Arabische Liga: nee tegen vrede, nee tegen onderhandelingen en nee tegen de erkenning van de staat Israël. Golda Meir bood als Israëlische premier in 1969 nogmaals vrede aan. Wederom werd dat afgewezen. De Egyptische president Nasser reageerde destijds met deze woorden: ‘Er is geen heiligere roeping dan oorlog.’
Ook het Oslo-vredesproces dat liep van 1993 tot 2001 mondde op niets uit. Israël deed in deze jaren haar meest genereuze offer: zij bood de Palestijnen een eigen staat in geheel Gaza en in 95-97% van de Westelijke Jordaanoever inclusief compensatie voor grensaanpassingen elders. Daarnaast zou Oost-Jeruzalem de hoofdstad zijn van deze Palestijnse staat. Oud-president Bill Clinton heeft hiervan gezegd: ‘Ehud Barak (de Israëlische minister-president) bood de Palestijnen meer dan ik dacht dat hij zou doen en meer dan ik vond dat hij moest doen.’ Echter ook nu was het antwoord van de andere partij een hardvochtig ‘nee’.
En zo gaat het door. Israël trok zich aan het einde van de 20e eeuw terug uit Libanon. Kwam er toen vrede? Helaas niet. Hezbollah groeide en met deze beweging tevens de vele raketaanvallen vanuit die regio. Na de terugtrekking uit Gaza in 2005 kwam Hamas op en daarmee opnieuw raketaanvallen en aanslagen waarvan we op 7 oktober jongstleden het tragische dieptepunt tot nog toe hebben gezien.  

Elke Israëlisch aanbod, iedere terugtrekking, iedere hint van een concessie is door de Palestijnen geïnterpreteerd als een teken van zwakte, een overwinning van terreur, wat leidde tot nog meer terreur. Hamas en Hezbollah zijn niet op zoek naar vrede met Israël, maar naar haar vernietiging. Dat is hun bestaansrecht en daarom wordt ieder initiatief tot vrede gedwarsboomd. Het narratief van Israël als boosaardige, onwelwillende bezetter is dus niet juist. Het heeft geen oog voor de historische feiten.

Hoe dit narratief dan toch te verklaren?
Je zou je kunnen afvragen waarom dit verhaal dan toch zo breed wordt gedeeld? Wat is er met ons en onze maatschappij dat we nog geen 80 jaar na de holocaust zo naar dit volk en dit land kijken?

Het antwoord op deze vraag is mijns inziens bovenal een geestelijk antwoord. We hebben hier te maken met een uiting van de geestelijke strijd die al eeuwenlang woedt om dit volk. Bijbels kunnen we daarbij wijzen op mensen als Haman in het verhaal van Esther, of op Bileam en Balak in Numeri 22. Maar ook in buiten-bijbelse tijden is de haat voor het volk altijd aanwezig geweest, ook al hadden zij toen geen eigen staat. Het uitte zich in pogroms, discriminatie, verdrijving en uiteindelijk de Holocaust. Het kwaad is voortdurend bezig om de oogappel van God (bijvoorbeeld Zach. 2: 8) te pakken. De Joden zijn immers het volk van de Messias en God heeft zich aan hen verbonden voor alle tijden, zo leert Gods Woord.

Profetische duiding
De profetische lijn die de Bijbel daarbij schetst is die van verlossing door oordeel heen. In het Oude Testament zien we keer op keer hoe het oordeel van God over het volk komt om haar ongerechtigheden, maar daardoor en daaruit komt ook steeds weer de inkeer en de verlossing. Deze lijn zal in de toekomst niet veranderen. We lezen over hoe het volk zal moeten lijden in wat ‘Jakobs benauwdheid’ wordt genoemd (Jeremia 30: 7), hoe een rest (het overblijfsel) hieruit zal komen en uiteindelijk daar doorheen zal worden gered (zie bijvoorbeeld de profeet Amos of het boek van Jesaja). Ja, uiteindelijk zal Christus zelf het volk verlossen. Als niemand meer aan hun zijde staat en zij de ondergang in de ogen kijken, zal Hij komen, dan zullen zij Hem als hun Messias erkennen en gered worden (Zach. 12). Dan zullen ze voor altijd wonen in het land dat aan hun is toegezegd zoals ze dat duizenden jaren geleden ook al deden, met Hem als hun Koning in vrede.
Helaas zal er daarvoor een periode zijn van lijden, gekoppeld aan een valse vrede en de Antichrist die zich als de valse messias van het volk zal opwerpen. Eerst zal het volk daarvoor vallen, maar als ze doorzien wat er aan de hand is, zullen ze het zeer zwaar krijgen. Maar nogmaals: het einde en de bijbehorende verlossing ligt vast.

Deze twee lijnen nu van haat van het kwaad en de profetische lijn en handelswijze van God ook voor de toekomst, zien we samenkomen in onze tijd. Het narratief van de moderne en goddeloze maatschappij is door goddeloze kwaadaardigheid geïnspireerd in de geestelijke strijd die er om dit volk woedt. Het doet daarbij geen recht aan de historische feiten en is daarmee een leugen, ten diepste afkomstig van de vader van de leugen (Johannes 8: 44), de duivel. Maar wat er ook komt, Jezus zal hen verlossen, want God laat zijn volk niet los.

Roelof Ham

Dit artikel is ook verschenen in Het Zoeklicht magazine nr. 12 2023. Neem nu een abonnement voor meer van dit soort content!

Deze maand staat het nummer in het teken van verwachting. Theo Niemeijer schrijft over onze verwachtingen van Kerst. Roy Kloet schrijft over het knutselembryo, waarbij de wetenschap een embryo heeft weten te maken. Wat moeten we van deze ontwikkeling vinden?

En er is nog veel meer!
Klik daarom op de button 'word abonnee' en ontvang het magazine 12 maanden.