Preken in een stervende cultuur

dr. W.H. Velema • 81 - 2005/06 • Uitgave: 8/9
Preken in een stervende cultuur



Een stervende cultuur - te somber? Dat is de typering van de cultuur waarin we leven. Is die typering terecht? Is zij niet te somber? Kun je er nog enig perspectief in ontwaren, als je onze cultuur als stervende karakteriseert?

De karakterisering moge somber klinken, zij is niet te hoog of te laag gegrepen. Laat ik dat eerst duidelijk mogen maken.

Onze samenleving lijdt aan verloedering. Waarin komt die uit? Ik noem de vele misdaden die gepleegd worden, moorden, berovingen, terreur, op straat en op school. Je kunt geen krant opslaan of er staat wel een bericht in van geweld op straat, in huis of in bus of trein. Jongeren en ouderen maken zich er aan schuldig. Samenvattend typeren we dit afbraakproces als verloedering.

Behalve de hierboven genoemde symptomen gebruik ik nog twee woorden waaraan de verloedering herkend wordt of waardoor zij veroorzaakt wordt.



Individualisering
Wat is individualisering. Veel mensen rekenen tegenwoordig alleen met zichzelf. Ze komen alleen op voor zichzelf. De ander gaat hun niet of nauwelijks ter harte. Gemeenschapszin of verantwoordelijkheid voor elkaar zijn gestorven of stervende planten in onze samenleving.

Natuurlijk is het niet overal even erg. Er zijn nog uitzonderingen. Wie echter een film maakt van onze samenleving kan niet om het woord verloedering heen. Een samenleving, niet in de steigers van de nieuwbouw, maar onderworpen aan een welhaast niet te keren proces van afbraak en ontbinding.



Ontkerkelijking

Eén factor noemde ik nog niet. Naar mijn gedachte raken we met dat woord, de wortel van de verwording, namelijk de ontkerkelijking. De vervreemding van God, van zijn woord als evangelie en als richtlijn voor ons leven, individueel en gemeenschappelijk. Ontkerkelijking is de wortel van de greep naar autonomie. U kunt haar ook noemen het zelfbeschikkingsrecht dat de mens van vandaag, de burger van de staat en de straat, zichzelf toekent.

Het is mij dan ook een raadsel hoe een man als Doeke Terpstra, tot voor kort voorzitter van het CNV, zich met een zekere vreugde kon uitspreken over het proces van ontkerkelijking.

Hij verheugt zich in het verbreken van wat hij met vele anderen ervoer als knellende banden. Wat komt er echter voor die verbroken verbanden van Gods Woord en wet in de plaats? Het goeddunken van de volstrekt geindividualiseerde mens.

Tot zo ver een beknopte tekening van onze moderne samenleving.

Wie zijn hoofd buiten de deur steekt, stuit op de verwording en verloedering van onze cultuur. Zij is ons levensklimaat geworden. Een sfeer van geestelijke vervuiling. Je komt die niet alleen buiten de deur tegen, maar ook in huis als je radio of tv aanzet of een algemene krant leest.

Genoeg voor de sfeertekening. Een mens zou er moe van worden. Waar gaat het naar toe? Waar loopt het op uit? Het stervensproces loopt uit op de dood.



Niet het laatste woord

Dit is niet het laatste woord, wel het voorlaatste. Er klinkt nog een ander woord doorheen.

In Jesaja 40 wordt de situatie van vermoeide mensen getekend terwijl ze nog jong zijn. Ik citeer vers 30: “jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mensen struikelen - ze zijn op weg naar het einde. Doch: wie de HEERE verwachten putten nieuwe kracht. Zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen maar worden niet moede, zij wandelen maar worden niet mat”.

Dit is de zegen van preken in een stervende cultuur. God heeft het woord van het eeuwige leven. Hij geeft dat ook. Waar dat woord getrouw en gedragen door het gebed bediend wordt, daar komt leven. Dat wordt geboren, ja herboren. En dat groeit.



Verlies het geloof in het woord niet

Het ergste wat een kerk in een stervende cultuur kan doen is het geloof in de levenwekkende kracht van het Woord verliezen. En als gevolg daarvan ophouden met preken of het Woord met een andere inhoud vullen dan de boodschap van Gods genade in de gekruisigde en opgestane Heere Jezus Christus.

Het is de verzoeking dat we in de vermoeidheid van een stervende cultuur, het geloof in het levenwekkende en herscheppende Woord van God verliezen. Dan worden de prediking en de prediker meegesleurd in het stervensproces van de cultuur. Laten we op dat gevaar bedacht zijn en er biddend tegen waken. Er is maar een middel om niet met de cultuur mee ten onder te gaan. Dat is het Woord van de levende God. Dat is dus het levenswoord. Dat Woord spreekt van totaal andere dingen dan de cultuur waarin wij leven.

Dat woord zet ons op de weg van de verwachting, zoals Jesaja 40 daarover spreekt. Wie de voorafgaande verzen in dat hoofdstuk leest komt in aanraking met de sfeer van de dood. Zelfs jonge mensen kunnen daar niet tegenop. Ze gaan er aan ten gronde. Ze worden in dat stervensproces meegenomen, toen en nu.



De Heere verwachten

Maar wie naar het woord van Jesaja de Heere verwachten putten nieuwe kracht. Zij worden aangedaan met kracht uit de hoge. Zij varen op met vleugelen als arenden. Wat een perspectief! Dit is de belofte verbonden aan de levende en getrouwe verkondiging van Gods Woord.



Hoe bereiken we de mens van vandaag?

Velen vragen: heeft preken nog zin? Hoe bereik je de mens van vandaag? Ik moet nog al eens denken aan Paulus’ preek op de Areopagus (Hand. 17) Hij grijpt zijn gehoor in het hart. In de leegte van hun leven, het altaar van de onbekende god. Knoopt hij daarbij aan? Hij gebruikt die leegte als een inspreekpunt voor het Evangelie. Wat u zoekt, dat mag ik u verkondigen. En dan brengt hij de boodschap van oordeel en bekering, van kruis, opstanding en vergeving.


Paulus laat zich door de onkunde en de dwalingen van zijn gehoor niet afschrikken. Midden in die stervende cultuur brengt hij op de Areopagus het volle evangelie van Jezus Christus.



De woestijn wordt een paradijs

Als u Jesaja 41:17-21 leest dan ziet u dat de woestijn een paradijs wordt. Ik citeer uit die verzen enkele woorden: de ellendigen zoeken naar water, maar het is er niet. Hun tong verdroogt van dorst - tot sterven gedoemd.

En dan komt Gods belofte: Ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten. Ik zal de woestijn tot een waterplas maken en het dorre land tot waterbronnen.

Israël zal niet verdrogen of van dorst sterven. God geeft het water van zijn Geest, van het heil in Jezus Christus. Hoe sterker de stervenslucht van onze cultuur ons aangrijpt, hoe dringender wij ons geroepen weten het evangelie te prediken. Dat is een Woord des Levens. Het schept leven waar de dood zich sterkt maakt.



Daarom volhouden en doorgaan. God voltooit zijn werk. Onze zekerheid mag zijn: Hij laat niet varen wat zijn hand begon. Daarom prediken we het woord des levens, in een stervende cultuur.



Dr. W.H. Velema