Riet Mooiman: Jaloers op de buren

Feike ter Velde • 81 - 2005/06 • Uitgave: 23
RIET MOOIMAN



Jaloers op de buren




Ze is een moeder voor velen. Niet alleen voor haar eigen zes kinderen, maar voor talloze anderen. Huis en hart staan altijd open. Nu zijn de kinderen bijna allemaal de deur uit en wachten nieuwe avonturen, wereldwijd. Riet Mooiman weet wat liefhebben betekent.




Toen er jaren geleden christelijke mensen – een gezin met drie kinderen – naast ons kwam te wonen, dacht o, nee hé! Ik had gehoord dat het ‘EO-mensen’ waren. Nou daar had ik zo mijn eigen gedachte over. Een deel van de familie van mijn man, Sjaak, en dan vooral zijn oma, kende ik als een strenge en veroordelende vrouw. Zij ging altijd naar een heel strenge kerk. Zo zag ik dat toen. Dat stootte mij allemaal erg af. Ik zei over de nieuwe buren: “Nu moeten we maar een beetje oppassen, vooral op zondag.” Maar dat liep allemaal heel anders.



Ik ben jong getrouwd, achttien jaar. Sjaaks vader had nog een huis leeg staan en daar konden wij in wonen. We hoefden dus nergens op te wachten. Ons huwelijk werd ook kerkelijk ingezegend, hoewel we niet zo vaak meer naar de kerk gingen. Vooral mijn moeder had mij wel met het geloof opgevoed, maar het zei me allemaal niet zo veel. Onze trouwtekst is veel later tot ons gaan spreken en achteraf zeggen we tegen elkaar: “Is dat nu geen wonder?” De dominee had deze tekst genomen: “Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken en gij zult een zegen zijn” – Genesis 12:1,2.

Het zei me toen absoluut niets. Ik herinner me ook niets meer van de preek. Het hoorde er nu eenmaal bij. Het was een feestelijke dag, hoor. Mijn jongere zusjes waren de bruidsmeisjes.



Voor Sjaak was ons huwelijk ook een nieuwe start, nadat zijn moeder jong was overleden. Maar er kwamen best wel moeilijke tijden, omdat Sjaak weer ging studeren. Elke avond, direct na de werkdag en het avondeten, verdween hij in zijn studeerkamer, de hele zaterdag en vaak ook de zondag studeerde hij alleen maar. Onze eerste twee kinderen heb ik hun eerste levensjaren alleen opgevoed. Door promotie in zijn werk verhuisden we ook nog een aantal keren en naar verschillende plaatsen in het land. Onze nieuwe buren waren wel aardige mensen, maar ik ergerde me wel aan hun christelijke muziek op zondagmorgen. Die huizen waren nogal gehorig en daar galmde het een en ander door de huiskamer dat bij ons ook goed te horen was. Ik zette dan de radio maar hard aan. Verder groeide er een heel goeie verstandhouding met de nieuwe buren.



We pasten op elkaars kinderen, we konden altijd weg ’s avonds en zij ook. Ons tweede kind was toen een jaar of drie en was veel ziek geweest. Hij had daardoor niet geleerd goed met andere kinderen te spelen en daarom was het, ook in onze vorige buurt, altijd een beetje moeilijk. Hij werd gauw afgewezen en weggestuurd en als moeder doet dat best zeer. Maar bij onze nieuwe buren was daar geen sprake van. Onze kinderen waren er op elk moment van de dag welkom, ze speelden er graag met hun kinderen en ik zag tot mijn verbazing dat zij van mijn kinderen hielden! Dat heeft me ontzettend aangesproken. Dat heeft mijn hart geopend voor deze mensen, meer dan ik kan zeggen.



Toen Sjaak voor zijn eindexamen was geslaagd kreeg hij, tijdens het feestje, van onze buren een boek. “De planeet die aarde heette” van Hal Lindsey. De volgende dag gingen we op vakantie naar Zwitserland. We waren allebei een beetje verbaasd dat dit boek in onze koffer zat. We herinnerden ons niet dat we het bij de vakantiespullen hadden gedaan. Sjaak is dat boek daar gaan lezen en vertelde mij ook wat erin stond. Het ging over de bijbelse profetie, de toekomst van de wereld en van de volken en van Israël. We hadden nog nooit van deze dingen gehoord. Omdat we geen Bijbel bij ons hadden konden we het ook niet in de Bijbel nalezen. Overigens wisten we nagenoeg niets van de Bijbel, maar dat deze dingen erin stonden en dat de Bijbel zó concreet over onze wereld spreekt was voor mij iets onbegrijpelijks. Het had Sjaak erg gepakt en thuisgekomen nam hij er een Bijbel bij om het allemaal nog eens te lezen.

Hij sprak er ook over met de buren, ging een keer met ze mee naar hun samenkomst en ze namen ons mee naar verschillende bijeenkomsten. Ik voelde dat ik er innerlijk een beetje buiten kwam te staan. Ik had geen deel aan de dingen waarover ze spraken en waar Sjaak ook in mee kwam. Ik werd diep in mijn hart een beetje jaloers. “Ik zou ook zo willen worden als die mensen,” dacht ik, maar ik wist niet hoe. We werden ook meegenomen naar een echtpaar dat in de zending in Bolivia werkte en op verlof in Nederland was. Die mensen hadden voor mij een uitstraling, die ik niet kon beschrijven. “Dat waren ook christenen,” dacht ik. Ik kreeg een honger in mijn hart naar dat leven, wat ik niet kende, maar waarvan ik wist: Dát is het, wat ik nodig heb. Op een moment ben ik op mijn knieën gegaan en ik heb gezegd: “Heer, dát wil ook.” En toen heb ik het ook ontvangen. Het nieuwe leven van de Here Jezus, door de Heilige Geest. Alles werd anders, nieuw, voor me. Vaak ging ik met mijn bijbeltje naar de buurvrouw om te vragen hoe dat zat en wat het betekende. En zo groeide ik verder. We waren samen tot levend geloof gekomen, los van elkaar en we vonden elkaar opnieuw in de Here Jezus.



We hebben altijd gedacht dat twee kinderen genoeg was in deze overbevolkte wereld en dat we later nog kinderen zouden adopteren. We hebben daar toen nog een cursus met succes voor gevolgd. Maar onze gedachte daarover werd toch anders. We kregen er nog vier kinderen bij. Het werden drie jongens en drie meisjes. In de loop van de jaren zijn er veel kinderen tijdelijk in ons gezin geweest uit moeilijke thuissituaties. Wij hadden er zelf zes, maar daar kon best nog wat bij. Er waren tieners bij, die met hun schoolopleiding moesten worden geholpen, kinderen die troost en bemoediging nodig hadden, aandacht en liefde, warmte en geduld, acceptatie en begrip. Ik heb ze dat mogen bieden. Ik mocht als een moeder voor ze zijn. Er liggen jaren achter ons waarvan ik me nu soms afvraag: “Hoe hebben we het allemaal kunnen volhouden?” Maar het ging, met Gods hulp.



Nu zijn ze bijna allemaal getrouwd en de deur uit. Twee wonen er nu in Amerika, de aangetrouwde kinderen kennen allemaal de Here Jezus en dienen Hem en ook hun families. Wij hebben plannen, die heeft de Heer op ons hart gelegd, om naar Peru te gaan om daar tijdelijk te werken in de opvang van straatkinderen. Er is onbeschrijfelijk veel nood in kinderlevens, overal. Als ik daar iets van zou mogen lenigen in liefde, met de bijzondere gaven die God mij heeft geschonken op dit vlak, dan ben ik heel blij. Daar gaan we nu naar uitzien.



Feike ter Velde