Samenleving in de Godverlatenheid

Feike ter Velde • 79 - 2003/04 • Uitgave: 16
Samenleving in de Godverlatenheid



De afbraak van Gods geboden in de samenleving, de overheid voorop in haar wetgeving, leidt haar naar de godverlatenheid. Er is voor een mens en een samenleving niets ergers denkbaar dan van God verlaten te zijn. De stijging van het aantal zelfmoorden, vooral onder jonge mensen, laat op schrijnende wijze de leegte zien waarin we terecht zijn gekomen. Ondanks verzet van onze premier, Jan Peter Balkenende, lijkt in het verenigde Europa de goddeloosheid formeel te worden vastgelegd in de komende Europese grondwet, waarover in Nederland een referendum komt. Overheden laten de burgers "zonder hoop en zonder God in deze wereld". Mag er een krachtig appèl uitgaan vanuit de hele kerk tot terugkeer naar God en Zijn Woord.




Van God verlaten zijn is voor mensen een bijna ondenkbaar begrip, omdat de levende God zijn genade nog steeds uitgiet over ‘goeden en slechten’. Zijn schone schepping prijst Hem nog steeds, zoals we zo prachtig beschreven vinden in b.v. Psalm 19. Hij heeft zich nog niet teruggetrokken uit deze wereld. Maar we lijken nu in een fase van de geschiedenis terechtgekomen te zijn dat onze overheden zich duidelijk gaan uitspreken tégen God en Zijn gebod. De tweede psalm, die beschrijft dat "de koningen der aarde zich in slagorde opstellen tegen de Here en Zijn Gezalfde", lijkt profetische vervulling te krijgen in het verenigde Europa. Daarmee wordt de EU – na de nu verdwenen Sovjet-Unie – een goddeloze grootmacht. Voor elke christen is dat een donker vooruitzicht.



De Troonrede van dit jaar had iets apocalyptisch in de tekening van de tijd waarin wij leven. Allerlei tekenen van de tijd als overstromingen, aardbevingen, grote droogte, terrorisme, oorlogen, burgeroorlogen en geweld op straat, het kwam allemaal langs. Dat was veelzeggend en indrukwekkend. Het toont dat onze minister-president, die primair verantwoordelijk is voor wat onze Koningin uitspreekt, oog heeft voor de werkelijkheid. Het linkse optimisme en de ontkenning van wezenlijke problemen, zoals we dat jarenlang in ons land hebben gehad lijken we, tenminste voor even, te boven te zijn. Het loslaten van normen en waarden in de samenleving is het gevolg ervan geweest. We hebben de afgelopen decennia gezien tot welke desastreuze gevolgen die houding van de overheid is geweest. Niet onmiddellijk kan de overheid van alles worden verweten, maar dat zij "geroepen is als dienaresse Gods" is ernstig ontkend en ondergraven met alle gevolgen van dien.



De media lieten in het begin van de opkomst van verdovende middelen mensen op de TV aan het woord, die hun gelukzaligheid kwamen melden als je drugs zou nemen. Dat zieke gezwel is spoedig daarna opengebarsten en de hele wereld zit met een enorm probleem van drugs en de criminaliteit die dat met zich meebrengt. Op de VARA-radio waren vroeger de prijzen van drugs te horen. De linkse regering Den Uyl van toen liet dat alles op zijn beloop. Maar van een ‘mea culpa’ – mijn schuld – wordt niets vernomen. Dat veel van onze kinderen in de versukkeling raken door drugsdealers lijkt deze lieden niet te deren. Steeds weer kunnen we daar nog veel cynisme beluisteren als het over het teloorgaan van normen en waarden in de samenleving gaat.



Columnist Jacob Noordmans citeerde in de Leeuwarder Courant onlangs de dichter Antoine-Marie-Roger de Saint Exupéry (1900-1944), die schreef:

"Als de mensen godloos worden, worden de overheden radeloos, de leugens grenzeloos, de schulden talloos, de besprekingen vruchteloos, de politici karakterloos, de christenen gebedsloos, de kerken machteloos, de volken vredeloos en de misdaden mateloos".




De godverlatenheid in haar grondeloze diepte kan nu door een mens nog niet werkelijk worden gepeild. Dat is ten diepste de hel. Alleen de Here Jezus heeft het in zijn uiterste consequentie aan het kruis doorleefd en uitgeroepen. Maar door God verlaten te zijn kan een ervaring zijn van een mens in de verschrikkingen aan een oorlogsfront. De pure verschrikkingen van Duitse en Russische soldaten, meestal jonge jongens, in de slag om Stalingrad zijn van een gruwelijkste soort. Joodse mensen op weg naar de gasovens van Auschwitz zongen vaak Psalm 22 – het grote ‘Waarom’ van het door God verlaten zijn. Het kan ook gebeuren bij een mens in een diep doorleefde schuld, soms op het sterfbed en zelfs na een leven van God dienen. De mens die door God is verlaten staat volkomen alleen in het leven en tuimelt in een onzegbare verlorenheid. Er blijft alleen nog een schreeuw over die wegsterft in de leegte.



Wie de lijdende mens Jezus – die God en mens is – heeft herkend, wie geknield heeft bij dat kruis van Golgotha en Hem aanbeden heeft die in de diepste godverlatenheid naast ons kwam staan om ons te redden – die kan niet anders dan bewogen zijn voor de verloren mensheid. In het geheimenis van Zijn godverlatenheid ligt ons heil. Wie dat ziet, al is het maar een glimp ervan, weet niet anders dan diep te knielen om daar te worden verbrijzeld in alle eigen gerechtigheid en zelfhandhaving.



Zo mogen we in onze maatschappij staan, die zich steeds verder tot de duisternis bekent en de levende God en Zijn geboden verlaat. Zo, in ootmoed en diepe bewogenheid, mogen we biddend getuigen en getuigend verkondigen. Uitzien in verwachting betekent: de dag komt, maar ook de nacht van de bodemloze godverlatenheid.



Feike ter Velde