Schatgraven in de Bijbel (13): Jahweh Shammah

Gert van de Weerd • 82 - 2006/07 • Uitgave: 22
De Profeet Ezechiël

Deel 13: Jahweh Shammah




We zouden Ezechiël het boek van de heilsgeschiedenis van Israël kunnen noemen. Het beginpunt ligt bij Abraham (Hebreeën 11:10): Want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is. Het eindpunt is Jezus Christus, de zoon van David, als hij koning in Jeruzalem wordt. In Ezechiël 40-48 wordt die Eindhalte beschreven; de bouw van de tempel en de verdeling van het land, zoals dat in het Messiaanse Rijk gerealiseerd zal worden. Kanaän wordt niet alleen onder de twaalf stammen van Israël verdeeld. Een grote portie van het land wordt toegewezen aan Jahweh -de Terumah- en aan de Vorst (Ezechiël 48). Dat gebied zal de naam Jeruzalem dragen; het toekomstige centrum van de wereld!



Jeruzalem, gij gouden stad

In het Oude Testament staan veel verwijzingen naar Jeruzalem, de hoofdstad van het Messiaanse Rijk. Bijvoorbeeld in Psalm 2:1-4, 4:3-4, 24:23, 68:30, 147:2; Jeremia 33:10-17; Joël 4:16-20; Amos 1:2; Micha 4:1-5; Sefanja 3:16 en Zacharia 1:17, 2:2-5; 8:3-6. Al deze teksten vormen maar een greep uit een veel groter aantal. Overal vinden we de naam Jeruzalem, echter in Ezechiël 48 wordt Jeruzalem niet bij name genoemd, hoewel er wel op gedoeld wordt. Verrassend spreekt vers 35 van Jahweh Shammah (De HERE is daar). Deze stad, die in Ezechiël 48:30-34 beschreven wordt, is vrij klein en heeft een muur met twaalf poorten. Dat lijkt tegenstrijdig met de profetie van Zacharia 2:2-4, waar staat: Jeruzalem zal een stad zonder muren zijn, vanwege de geweldige aantallen mensen en vee die in haar verblijven. Spreekt de Bijbel zichzelf dan tegen? Natuurlijk niet. We schuiven beide profetieën in elkaar indien we beseffen dat Ezechiël 48:35 slechts over een deel van Jeruzalem spreekt, namelijk het regeringscentrum. In die context komen zowel de gegevens uit Zacharia, als die uit Ezechiël volledig tot hun recht.

Het toekomstige Jeruzalem zal in het centrum van Kanaän liggen, tussen de gebieden van Juda en Benjamin. De stad zal zich over de gehele breedte van het land uitstrekken, van de Middellandse Zee tot aan de Jordaan. Ter hoogte van het huidige Jeruzalem is dat een afstand van bijna 90 km en van noord naar zuid, 13 km. Binnen die strook land zal ook het aan God gewijde gebied (de Terumah) een plaats krijgen. Dat zal 25.000 bij 25.000 el meten (13 bij 13 km). De Terumah komt niet in het midden van Jeruzalem (zoals velen stellen), maar aan de oostzijde te liggen. Van de strook land tussen Juda en Benjamin resteren dan nog twee stukken land, oostelijk en westelijk van de Terumah, samen 90-13= 77 km. Dat valt de Vorst toe. Het grootste deel daarvan ligt westelijk van de Terumah, echter een juiste verdeling wordt niet gegeven.



Een Grote Stad

Jeruzalem zal in de eindtijd een grote stad zijn. Dat moet ook wel, want het wordt de toekomstige hoofdstad van de wereld. Binnen de stadsgrenzen vinden we onderscheiden gebieden. We beginnen met het centrale stadsdeel: Jahweh Shammah. Dat wordt het regeringscentrum. Ten oosten en ten westen liggen twee stadsdelen (vers 18), die 10.000 bij 5.000 el meten (5,2 bij 2,6 km). Die gebieden worden bestemd voor huizen en weideland (vers 15). Dan is er nog het woongebied van de priesters en voor de Levieten (Ezechiël 48:9-13), waar kennelijk ook de facilitaire diensten komen. En tenslotte het woongebied van de Vorst (vers 21) en zijn onderdanen, waar tevens het voedsel voor de stad verbouwd en/of geproduceerd wordt. Alles bij elkaar zal het toekomstige Jeruzalem een gebied beslaan van meer dan 1.000 km2. Dat komt ongeveer overeen met een stad als München.



Jahweh Shammah

Zoals al gezegd, wordt dit de naam van het regeringscentrum (Ezechiël 48:35). Het is een uitdrukking, die de strekking heeft van een koninklijke titel. Het is daarom jammer dat velen hier vertalen en ‘De HERE is daar/aldaar’ lezen (Ezechiël 48:35). Op zich is dat een juiste vertaling. Echter, het mankeert aan de interpretatie, want die doet tekort aan de grootsheid van het gebeuren. Tweede bezwaar is, dat het vertalen van een stadsnaam ongebruikelijk is. Niemand zal overwegen om namen als Bethlehem en Jeruzalem in onze taal om te zetten. Het is dan ook waarschijnlijk dat de naam van de stad in de gewijde taal geschreven zal worden en dat deze bekend zal staan als Jahweh Shammah.



NASCHRIFT

Deel 13 was de laatste van een reeks artikelen over het boek Ezechiël. Daarin heb ik geprobeerd om belangrijke onderdelen van de profetie toe te lichten. Het zijn maar flitsen van de rijkdom die het boek biedt, want er staat heel veel meer in. Geen Bijbelboek geeft namelijk zoveel gedetailleerde informatie over de eindtijd. In mijn verklaring van Ezechiël, deel 1/2 ga ik daar dieper op in en toon tevens aan hoe en waarom ik tot mijn conclusies kom. Met het boek Ezechiël leert u ook iets van het karakter van God kennen en Jezus Christus beter begrijpen, want hier liggen de wortels van zijn prediking. Ik hoop dat het u, net als mij overkwam, tot zegen zal strekken.



Een persoonlijk Woord

Heil en zegen zijn schaars in deze wereld en daarom nauwelijks in duidelijke begrippen onder te brengen. Wij zijn er niet bij opgegroeid en missen de juiste instelling om het ons eigen te maken. Toen de Deltawerken gereed waren, kwam men vanuit de gehele wereld naar Nederland om dit wonder van technisch vernuft te bekijken. Zo gaat het met alle grote werken van de mens. Die worden in ronkende bewoordingen bejubeld. Echter, de stichting van het Messiaanse Rijk is een veel grootser gebeuren en stelt alle menselijke werken in de schaduw. Niet alleen omdat het een einde maakt aan oorlog en veel ander menselijk lijden. Veel meer omdat dan een periode van onvermengd geluk zal aanbreken, die van de oude aarde een gezegende planeet zal maken.

Ons begrip en ons voorstellingsvermogen schieten tekort om dat grote wonder wezenlijk te kunnen bevatten. We zijn mensen van het voorbehoud. Daarin zijn scepsis en cynisme de vruchten van het verdriet der eeuwen. En op de dorre akker van wat wij ervaring noemen, komen de bloemen van Gods gunst nooit tot werkelijke wasdom. Wij stamelen het halleluja, maar zijn er geen deel van. Maar, …

Stel je nu eens voor dat je in staat zou zijn de Messiaanse tempel in Jeruzalem te bezoeken. Dat je zou mogen drinken van het levenbrengende water, dat onder het Huis zal ontspringen. Dan zou de grauwsluier van het voorbehoud worden weggenomen en zouden we de ware sjalom mogen smaken. Wel, dat is niet voor de Gemeente van Christus weggelegd. Eigenlijk wel jammer, ik zou het zo graag willen meemaken ... Toch zien ook wij uit naar een grote toekomst. Wij verwachten de ontferming van onze Here Jezus Christus ten eeuwigen leven (Judas :21).



Gert A. van de Weerd



Zie: De Profeet Ezechiël, deel 2 en De Profeet Zacharia, van dezelfde schrijver. Te verkrijgen bij Het Zoeklicht.