Schatgraven in de Bijbel De Profeet Ezechiël

Gert van de Weerd • 82 - 2006/07 • Uitgave: 12
Deel 6: De terugkeer van Israël



Ezechiël 36-37 spreekt over Israels
herstel. Motief is de glorie van God en de belofte aan Abraham (Genesis 15). Van deze perikoop is vers 12 de sleuteltekst. Daarin spreekt God het land Kanaän toe als een persoon: Ik zal mensen op u doen verkeren, mijn volk Israël, en zij zullen u bezitten. Dan zult u voor hen tot een erfdeel zijn. Kanaän wordt de Israëlieten dus tot een erfdeel gegeven. Dat is iets wat in je bezit blijft; dat is definitief.



Gods Naam wordt geschaad!

De ondergang van Israël vormt een onduldbare smet op de reputatie van God: (Alzo) schonden zij mijn heilige naam. Want er werd van hen gezegd: Deze zijn het volk van Jahweh,
toch hebben zij zijn land verlaten
(Ezechiël 36:20). Israël moet dus terug naar Kanaän om die smaad weg te nemen. Nu is er een probleem. Er bestaan twee volksdelen:
Joden (Juda/Benjamin) en Israëlieten (de tien stammen). De joden kennen we, echter de tien stammen zijn verdwenen. Toch spreekt Ezechiël 36:24 over twee volken: Ik zal u uit de heidenvolken tevoorschijn brengen (Israël) en Ik zal u verzamelen uit alle landen (Juda) en Ik zal u terugbrengen naar uw eigen land. Israël werd als kaf uitgestrooid (Hosea 13:3) en ging op in de volken. Maar, zij worden weer zichtbaar gemaakt (tevoorschijn
brengen). Dat proces is al begonnen, want heden melden zich volken uit India, China en Afrika die zeggen van Israël af te stammen: Telugu joden (Efraïm); Bnei Menashe (Manasse); Beta Yisrael (Dan); Pathanen (Benjamin);
Chiang-Min joden. De Joden echter behoeven niet zichtbaar
gemaakt te worden, want zij zijn altijd herkenbaar gebleven. Zij worden verzameld uit alle landen van de wereld. Heel Israël gaat terug naar Kanaän.



De Bekering van Israël

Om het Messiaanse Rijk te kunnen binnengaan, moet Israël zich bekeren
en geheiligd worden: Ik zal zuiver water op u sprengen en u zult gereinigd worden (Ezechiël 36:25). Dat gebeurt door de Geest der genade
en der smeekbeden (Zacharia 12:10). Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste
plaatsen en Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven (Ezechiël 36:26). Alleen zij die een nieuw hart en een nieuwe geest ontvangen, mogen het Godsrijk binnengaan. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en Ik zal u dat laten doen wat binnen mijn inzettingen valt. Die zult u volgen (Ezechiël 36:27). Zo ontstaat een nieuwe mens die van nature geneigd is Gods inzettingen en wetten te onderhouden. En als geheel Israël God dient: Dan zal de HERE, hun God, hen verheffen boven alle volken der aarde (Deuteronomium
28:1).



Het Messiaanse Rijk

Als aan alle voorwaarden voldaan is, zal het Messiaanse Rijk beginnen
(vers 28): Dan zult u wonen in het land dat Ik aan uw voorvaderen gaf. U zult Mij tot een volk zijn en Ik, Ik zal u tot een God zijn. Zo komt de belofte aan Abraham tot vervulling: Ik zal u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft tot een altijddurende bezitting
geven (Genesis 17:7-8).

Aldus zal het land Kanaän Gods zegen ontvangen. Dan zal men zeggen: Het land dat eens verwoest was, is als de hof van Eden geworden (Ezechiël 36:35). Die zegeningen betreffen geen tijdelijke voorspoed.

Dan zouden we nog aan de tijd van de Makkabeën kunnen denken, toen Israël korte tijd onafhankelijk
was. Ezechiël spreekt over het Messiaanse Rijk: De HERE heeft gezworen bij zijn rechterhand
en bij zijn sterke arm: Nooit zal Ik uw koren meer aan uw vijanden
tot spijze geven en nooit zullen vreemdelingen meer de most drinken, waarvoor gij gezwoegd hebt; maar zij die het oogsten, zullen het eten en de HERE loven (Jesaja 62:8-9).

De profetie is helder en sluit uit, dat er al een periode geweest is die aan die voorwaarden voldoet. Het betreft dan ook profetie die nog vervuld moet worden; wellicht niet ver van nu!

Met de stichting van het Messiaanse
Rijk wordt de smaad van God uitgewist: Dan zullen de naties
rondom u, die zijn overgebleven, weten dat Ik, Jahweh, herbouw wat is verwoest en Ik beplant wat verlaten
was. Ik, Jahweh, Ik sprak en Ik zal handelen (Ezechiël 36:36). Zij zullen huizen bouwen en die bewonen,
wijngaarden planten en de vrucht daarvan eten; zij zullen niet bouwen, opdat een ander er wone; zij zullen niet planten, opdat een ander het ete (Jesaja 65:21-22).



Een overweging van een bezorgde Christen

De huidige ontwikkelingen in Israël zijn niet los van Bijbelse profetie te verklaren. Toch aarzelen
veel christenen om er consequenties
aan te verbinden. Daarbij speelt het feit dat zo weinig joden toetreden tot het christelijke geloof
een grote rol. Maar, letten wij wel goed op? Zijn wij wellicht zo in onszelf gekeerd dat we aan Gods grote daden voorbijzien? Er is wat gaande; de spanning hangt in de lucht. Om u daarvan te laten proeven citeren we Gershon Salomon:
Een opwindend onderdeel van de goddelijke Eindtijd is de terugkeer tot het geloof van honderdduizenden Israëli’s die volledig seculier waren. Dit is één van de duidelijkste tekenen
dat we in de tijd van verlossing leven en van de Messias. We kunnen de Geest van God voelen in alles wat Israël en de mensheid overkomt. God besloot om zijn volk terug te brengen
naar Israël vanuit elke uithoek van de aarde. Wij leven in de tijd van de vervulling van de beloften van de profeten, die zeggen: Ik zal op vleugels van adelaars mijn volk terugbrengen uit alle hoeken van de wereld. Dat betekent: op de vleugels van vliegtuigen. En ze komen uit Rusland, uit Ethiopië, uit Amerika, uit Europa, vanuit alle hoeken van de wereld komen zij terug naar het land. Dit is de tijd van God. Wij zijn nu dicht bij de eigenlijke komst van de Messias. Vraag vandaag wie-dan-ook in de straten en hij zal je vertellen wat hij voelt:... dat de Messias bijna, ja bijna komt,... niet ver van nu!

In deze woorden brandt een heilig
vuur. Toch kijken velen van ons bedenkelijk en stellen: Eerst moet het volk Israël Jezus Christus aannemen,
dus onderdeel worden van de Gemeente. Maar, wellicht dienen we te overwegen, dat God met Israël een andere weg gaat dan wij in gedachten hebben. O ja, ze zullen Jezus zien die zij doorstoken
hebben (Zacharia 12:10), over Hem rouw bedrijven en Hem erkennen als Heer. Maar, wellicht gaat hun weg naar Christus niet via de Gemeente, maar middels het geloof der vaderen. Dat is de weg der wet.



Teksten uit Zacharia/Ezechiël zijn vertaald
uit de grondtekst (De Profeet Ezechiël,
deel 1 en 2 en De Profeet Zacharia, van dezelfde schrijver. Te verkrijgen bij Het Zoeklicht). De overige teksten komen
uit de NBG-vertaling.