Spreuken 3:16 (I)

Els ter Welle • 81 - 2005/06 • Uitgave: 18
Spreuken



“Lengte van dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer” Spreuken 3:16



Een rijke christen kreeg een aparte droom. Een engel verscheen aan hem en zei: ‘Je gaat heel spoedig sterven.’ De man schrok enorm. Hij vroeg aan de engel: ‘Kan ik ook wat mee nemen naar de hemel?’ ‘U mag één koffer vol meenemen.’ De rijke man nam gelijk actie. Hij verkocht alles wat hij had en liet van de opbrengst gouden broden maken en stopte daarmee een heel grote koffer vol. Zo kwam hij aan bij de hemelpoort. De engel maakte nieuwsgierig de koffer open en wat hij zag verbaasde hem zeer. Hij zei: ‘Waarom heeft u klinkers mee genomen? Die hebben we hier zo veel, onze straten zijn ermee belegd’.



Nergens in de bijbel vinden we dat geld op zich verkeerd is. Maar wel laat de Schrift ons keer op keer zien hoe relatief belangrijk aardse rijkdom is. En ook hoe gevaarlijk het kan zijn.

Als we een liefdesrelatie hebben met geld dan verhardt onze relatie met mensen en God. De gelovigen te Laodicea hadden zeer veel materiële voorspoed. Het maakte hen tot lauwe christenen. Openbaring 3:17 zegt daarover: ‘Gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte. Ik raad u aan van Mij te kopen goud dat in het vuur gelouterd is, opdat gij (waarlijk) rijk moogt worden.’



Is bezit hebben dan fout? Nee, zolang bezit óns niet bezit, is bezit geen probleem. In het leven van een wijze man of vrouw is het een zegen. Als God ons rijkdom geeft, dan is het vooral om wèl te doen, vrijgevig en mededeelzaam te zijn (1Tim. 6:18). We kunnen ons geld niet mee nemen naar de hemel. We kunnen het er wel vast naar toe zenden. ‘Wie zich over de arme ontfermt, leent de Here’ (Spr. 19:17). Dan verzamelen we schatten in de hemel!



Els ter Welle