Spreuken 3:3 (III)

Els ter Welle • 80 - 2004/05 • Uitgave: 21
Spreuken



Wijs wandelen in de wereld




Dat liefde en trouw u niet verlaten!

Spreuken 3:3



Ons kleindochtertje van drie logeert bij ons. Vandaag zei ik tegen haar: ‘Ik vind je heel lief en wil liever niet boos op je worden, maar je moet wel goed luisteren.’ Haar reactie was: ‘Maar oma, als je boos bent op me, dan houd je toch niet van mij?’ Die schat, wat je (klein)kinderen ook doen, je blijft immers altijd van ze houden. Ook als ze volwassen zijn. Tenminste dat is wel de bedoeling. En ik ben niet naïef. Ik weet hoeveel sommige ouders meemaken met hun kinderen en hoe moeilijk het dan is om liefde en trouw te blijven bewijzen. De Here God weet hierover mee te voelen. Luistert u maar eens naar het volgende trieste verhaal:



Mozes klimt de berg Sinaï op om Gods wet te ontvangen. Beneden in het dal wacht het volk. Ze zijn optimistisch en vol goede moed. Maar na twee weken is Mozes niet terug en na een maand nog niet. Hun geduld raakt op. En ook hun geloof… En dan doen ze iets vreselijks. Ze maken een gouden kalf. Dagenlang dansen en zingen ze voor hun afgod en offeren aan hem onder hels kabaal. Ex. 32:25 zegt: ‘ Het volk was teugelloos, want Aäron had het de vrije teugel gelaten’.
God is verschrikkelijk boos. Er volgen enorme straffen (Ex 32:10-35). Maar vanuit Zijn eindeloze liefde en trouw begint God opnieuw met Zijn weerbarstige kinderen. In het bijzijn van heel het volk vernieuwt Hij Zijn verbond met hen. Hij zegt over Zichzelf: ‘Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig’ (Ex. 34:4-11).



God ziet ongerechtigheid niet door de vingers! Hij is heilig en toch vol liefde en trouw. Laten we in Zijn voetsporen gaan. ‘Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart, dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen’.



Els ter Welle