Spreuken 6:16-20 (VIII)

Els ter Welle • 85 - 2009 • Uitgave: 19
‘Deze zes dingen haat de Here, ja, zeven zijn Hem een hartgrondige gruwel: hoogmoedige ogen, een valse tong, handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat heilloze plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te snellen, wie leugens uitblaast als een vals getuige en wie twist stookt tussen broeders’
Spreuken 6:16-20


De duivel houdt uitverkoop. Hij staat voor een grote tafel met allerlei voorwerpen die hij veel gebruikt: het zwaard van de jaloezie, het mes van de angst en de strop van de haat. Vrijwel elk stuk gereedschap dat satan bezit, is te koop tegen een heel hoge prijs. Op een prachtig, met houtsnijwerk versierd voetstuk ligt een versleten wig. Blijkbaar is die vaker gebruikt dan alle andere gereedschappen bij elkaar. Dit is het kostbaarste bezit van de duivel en het meest effectieve stuk gereedschap dat hij heeft. Het is de wig van de verdeeldheid onder Gods volk. Dat is het enige stuk gereedschap dat satan nodig heeft om aan de gang te kunnen blijven en het is dan ook niet te koop. Zo vertelt een oude legende.

De God van de liefde en van de vrede haat de persoon die onenigheid veroorzaakt. Maar de satan verlustigt zich juist in die persoon. Hij doet zijn uiterste best om het vuur van de twist aan te wakkeren. En het instrument dat hij daarvoor vooral gebruikt is laster. ‘Een lasteraar brengt scheiding tussen vrienden’ (Spr. 16:28).
Maar wat is lasteren nu eigenlijk? Het is niet alleen kwaadspreken. Spreuken 20:19 geeft een goede definitie: ‘Wie als lasteraar rondgaat, openbaart geheimen.’ Het is stiekem iets vertellen van een ander, wat niet gezegd moet worden. En dat hoeven niet persé onwaarheden te zijn.
Misschien kan ik het als volgt omschrijven: Lasteren is zaken over iemand vertellen, aan iemand die er niets mee te maken heeft, die geen deel uitmaakt van het probleem en ook niet mee kan helpen aan de oplossing van het probleem.
Het is lastig om niet te lasteren. Want laten we eerlijk zijn, hoe gemakkelijk doen we het! ‘De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen, zij glijden immers af naar de schuilhoeken van het hart’ (Spr. 18:8). Ze brengen echter heel veel schade. Allereerst aan de persoon waarover we praten, maar ook aan onszelf én aan degene aan wie we het vertellen. Het zaait verdeeldheid! Hele kerken zijn erdoor gescheurd.

‘Wie een zaak ophaalt, brengt scheiding tussen vrienden, maar wie een overtreding bedekt, jaagt liefde na’ (Spr. 17:9). Op de vleugels van de woorden wordt het kwaad verder verbreid. Laten we daarom zwijgen!

Els ter Welle