Spreuken 6:27-29,34

Els ter Welle • 86 - 2010 • Uitgave: 3
Spreuken

‘Zou iemand die met vuur speelt, zich niet branden? Iemand die op vurige kolen loopt, geen blaren op zijn voeten krijgen? Dat geldt ook voor iemand die zijn handen niet van andermans vrouw kan afhouden… Jaloezie is een vuurgloed in een man.’
Spreuken 6:27-29,34 (Het Boek)


Ik snap sommige vrouwen niet. Ze zien dat een andere vrouw flirt met hun man, zonder in actie te komen. “Je moet niet zo kleinzielig zijn”, zeggen ze dan. Maar jaloezie en liefde zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is normaal dat we boos worden op de persoon die te intiem omgaat met onze man of vrouw. Jaloezie moet natuurlijk wel gebaseerd zijn op werkelijke feiten en niet op irreële angst. Als het een motie van wantrouwen is, zonder reden, is het benauwend en verstikkend voor de liefde. Maar gezonde jaloezie is een noodzakelijke emotie die een liefdesrelatie beschermt.

Onze tekst vertelt ons dat we onszelf niet in verzoeking moeten brengen door de grenzen op te zoeken. Iemand die vuur in zijn boezem neemt of op hete kolen loopt, is in gevaar zich te branden; zó ook degene die zich op de rand van de verleiding begeeft.
In het pastoraat heb ik het zo vaak horen zeggen: “Ach, we zijn alleen goede vrienden, hij of zij begrijpt me, we kunnen zo goed praten…” Maar in de meeste situaties die ik heb meegemaakt, ging het mis.
De vlieg verspeelt zijn leven door in de vlam te dartelen! We moeten voorzichtig en met een zekere gereserveerdheid omgaan met de andere sekse en al te intiem contact met de man of vrouw van een ander, ver uit de weg gaan.
Paulus geeft in dit verband een goed advies: ‘Groet elkaar met de heilige kus’.* Het gaat hierbij niet om de uiterlijke vorm van hoe we elkaar verwelkomen, want dat is in elke cultuur en tijd anders. Het gaat om het onderliggende principe, de innerlijke geest. En dat is, dat we hartelijk met elkaar moeten omgaan, maar heilig, zuiver en rein.

God kent ook jaloezie. In de Tien Geboden verbiedt Hij ons andere goden te dienen en te aanbidden. “Want”, zegt Hij: “Ik, de Here, ben een jaloerse God”.** Het wekt bij God naijver op als Hij niet de Enige is. Hij wil ons gewoon niet met een ander delen. Hij verlangt algehele toewijding en liefde van ons. Hij duldt geen mededinger.
En zo moet het zijn in het huwelijk! Er is daar slechts plaats voor één man en één vrouw.

Els ter Welle

* 1Kor. 16:20 (Het Boek)
** Ex. 20:5