Van de redactie - jrg. 78-12

Feike ter Velde • 78 - 2002/03 • Uitgave: 12
Het Evangelie wordt door velen in onze generatie - in het algemeen gesproken - niet meer als erg relevant beschouwd voor deze tijd. Niet dat onze generatie alle dingen van het christelijk geloof over boord wil zetten, hoewel velen dat zeker doen, maar er moet veel worden aangepast aan de eisen van de tijd, zo lijkt men toch te vinden. Er zijn allerlei vragen op ons afgekomen, over dood en leven, huwelijk en seksualiteit, echtscheiding, homoseksualiteit en noem maar op. Antwoorden geven op die vragen blijkt nog niet zo makkelijk.

De antwoorden zijn er wel, maar er zijn zo weinig mensen die ze durven geven. Er zijn misschien ook wel weinig mensen, die ze nog willen horen. De Bijbel is dezelfde gebleven: Woord van de levende God. Het Evangelie is hetzelfde gebleven: 'Jezus' boodschap van redding en heil voor een ieder die gelooft. Maar dat is ons te simpel geworden. We zijn immers goed opgeleide moderne mensen, die een eigen verantwoordelijkheid willen dragen. Ligt daarin nu juist niet de nood van onze tijd. Hebben we de Boodschap niet aangepast aan de omstandigheden? Hebben we de Bijbel niet versmald tot een aantal 'haalbare' zaken, die dienen om ons leven te vergemakkelijken?

In kerken en christelijke organisaties staan overal mensen op, die op dit punt hun stem doen horen. We gaan niet meer uit van God en Zijn Woord, maar van de mens en zijn behoeften. Plaats voor het bovennatuurlijke, het ingrijpen van God in onze wereld en ons bestaan, het krachtige werk van Zijn Geest, het is er bijna niet meer en moet door hen, die daar wel in geloven, steeds meer bevochten worden.
De grote daden Gods, zoals die werden beleefd in de dagen van Jonathan Edwards, George Whitefield, John en Charles Wesley, Charles Finney, Dwight L. Moody en velen anderen, worden vandaag niet meer gevonden.

De christelijke kerk lijkt weggezakt in een grijze middelmatigheid, die niemand meer aanspreekt. Onze eigen predikanten spreken zich uit over de matheid en de saaiheid van de preken en de stilte in de kerk daarna. Groeperingen bekritiseren elkaar maar het geloof verdort.

Moet ons gebed niet zijn, dat de Bijbel weer open gaat in zijn oorspronkelijke kracht. De Here Jezus gaat ons daarin voor. Hij concretiseert bovendien de profetie, niet als een vergeestelijkte en versteende leerstelling, maar als een krachtige verkondiging, die elk individu en elke kerk oproept tot waakzaamheid, verwachting en hoop. Achter de horizon ligt immers meer: de wederkomst en de vervulling van alle beloften. Het Woord van God spreekt duidelijk taal, het geeft duidelijke antwoorden en het vraagt duidelijke beslissingen onzerzijds, willen we de kracht ervan ervaren.

Namens de redactie
FtV