Vast fundament

Feike ter Velde • 77 - 2001/02 • Uitgave: 9
ALS DE GRONDSLAGEN ZIJN VERNIELD, WAT KAN DAN DE RECHTVAARDIGE DOEN? PS. 11:3

WE LEVEN IN EEN TIJD WAARIN DE FUNDAMENTEN WORDEN AFGEBROKEN. MAAR WAT ZIJN EIGENLIK ONZE GELOOFSFUNDAMENTEN? JOHANNES CALVIJN VATTE ZE IN VIJF PUNTEN SAMEN. WAT IS EEN GELOOF ZONDER FUNDAMENT?


Tijdens een 'preektoernee' die ik dit voorjaar in Roemenië mocht doen, werd mij 's avonds gevraagd om de volgende dag te spreken over de invloed van het Calvinisme in de Westerse wereld. Het ging om een ééndagsconferentie met oosters-orthodoxe (de staatskerk van Roemenië) voorgangers en voorgangers uit andere kerken. Over dit thema heb ik destijds enige malen gesproken in Korea. Enkele jaren later ook in Roemenië. Dingen kunnen soms wonderlijk lopen in het leven!

In de enkele uren die mij ter beschikking stonden om me voor te bereiden werd ik opnieuw bepaald bij de vijf grote punten van het 'Calvinistisch' geloof. In de Engels sprekende wereld is dit samengevat met het woord 'tulip' (tulp) - een makkelijk te onthouden woord samengesteld uit de eerste letters van deze vijf punten. Omdat de fundamenten van de theologie vandaag zo breed ter discussie staan, lijkt het me van belang er ook hier aandacht aan te besteden. Waarschijnlijk zijn er weinig evangelische christenen, die, als ze erover nadenken(!), deze vijfvoudige grondslag van Calvijns theologie zouden willen ontkennen. Men zou hoogstens de drang voelen opkomen om ze in te kleuren naar de eigen inzichten en zo bepaalde eigen nuances aan te brengen. Deze vijf punten als zodanig zijn een grote hulp bij het verstaan van Gods heilsplan met de mens. Laat ik ze eerst noemen om het woord 'tulip' zichtbaar te maken:

1. Total depravity
de totale verdorvenheid van de menselijke natuur;
2. Unconditional election
Gods soevereine uitverkiezing;
3. Limited atonement
Christus' unieke verzoeningswerk;
4. Irresistable grace
de onweerstaanbare roeping van de Geest;
5. Perseverance of the saints
Gods bewarende hand over de gelovige.

1. DE TOTALE VERDORVENHEID
Dat een mens totaal verdorven zou zijn is in onze tijd een zwaar te verteren begrip. Vanaf de vroege kerk bestaat het begrip 'erfzonde'. Dat is niet de zondedaad van Adam en Eva als zodanig, maar het gevolg ervan in de menselijke natuur sindsdien. Kerkvader Augustinus hield het erop - in overeenstemming met de Schrift - dat een zondig mens niet in staat is tot gehoorzaamheid aan God zonder daartoe ook Gods genade te ontvangen om die gehoorzaamheid te volbrengen. Dat werd in zijn dagen ook al sterk aangevallen, omdat de mens daarmee volkomen afhankelijk werd. Augustinus leerde, wat Paulus zei: "Zij, die in het vlees zijn ('het vlees' is de natuurlijke mens) kunnen God niet behagen" (Rom 8:8b). De zonden, de zondige daden, komen voort uit de totale verdorvenheid van de menselijke natuur.

We zijn vandaag vooral beïnvloed door de moderne psychologie, die ons juist voorhoudt dat we het goede in onszelf en de medemens moeten zoeken en stimuleren. Daar is niets mis mee, want de Here heeft ons, ondanks onze totale verlorenheid nog veel goede dingen gelaten. Dit wordt wel ‘de gemene gratie’ genoemd - de algemene genade. Dat wil zeggen: we mogen - en dat geldt ook voor niet-christenen -liefhebben, onze kinderen opvoeden, meeleven met de zwakken en de zieken, bijdragen in de noden van anderen. En dan toch die totale verdorvenheid. Het is de totale verlorenheid, los van de Schepper, de eeuwige. heilige God. Er is niets in ons te vinden waarom de Here ons zou behouden, omdat ons hele wezen staat onder de heerschappij van de zonde. Wie ook zou worden gedagvaard voor de rechterstoel van God, hij of zij zou worden veroordeeld vanwege de zwaarte van de zonde. Niets kan worden aangevoerd ter verdediging. Alle argumenten zouden wegsmelten als sneeuw voor de zon. Het is zoals een psalmvers zegt:

"Zo Gij in 't recht wil treden,
O Heer, en gadeslaan,
Onz' ongerechtigheden,
Ach, wie zal dan bestaan?"

Ps. 130:2a

2. GODS UITVERKIEZING
Ook dit past niet meer in ons mens- en wereldbeeld. Immers, de mens is autonoom. Hij kan zelf kiezen en is niet langer afhankelijk. Bovendien zijn alle mensen gelijk en kan er geen aanzien des persoons zijn, ook niet bij God, zo moet toch vandaag wel de conclusie zijn. Toch spreekt de Schrift over 'uitverkiezing' als wezenlijk deel van het heilsplan van God. In de theologie zijn daar dikke boeken aan gewijd, juist omdat dit niet eenvoudig te begrijpen is. Heeft het te maken met onze mogelijkheid om behouden te worden? Zijn we aan het noodlot of aan een willekeur overgeleverd? Hoe kan ik weten uitverkoren te zijn? Zijn sommigen dan onwetend bevoorrecht en anderen zo maar aan hun lot overgelaten? Mag de uitverkiezing in een menselijk raamwerk worden geplaatst zodat we precies weten hoe het zit? Allemaal moeilijke vragen. Toch is de uitverkiezing een diep bijbels, geestelijk principe dat ons helpt in momenten van twijfelmoedigheid, geestelijke neergang en dagen van moeite in ons geloofsleven.

De uitverkiezing slaat niet in eerste instantie op het individu ten aanzien van zijn of haar eeuwig behoud. Dat ook, maar het richt zich vooral op het doel: uitverkoren 'tot' …heiligheid en onberispelijkheid tot eer van God (Ef. 1:3). Om straks het 'erfdeel' in ontvangst te nemen, "waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil, opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid" (Ef. 1:11,12). Daartoe zijn we 'vóórbestemd' - uitverkoren, uitgekozen. Dáárin ligt onze bestemming. Als ik een treinkaartje koop dan doe ik dat met het oog op de bestemming. Ik wil ergens naartoe. Daarom spreken we ook van 'pre-destinatie' - destinatie is bestemming. We zijn uitverkoren, uitgekozen tot een bestemming, namelijk "opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid". In Romeinen 8:29 staat het zo: "die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon". Gods bestemming voor ons is Zijn Zoon te vermenigvuldigen in ons…"om velen zonen tot heerlijkheid te brengen" (Heb;. 1:10).

Natuurlijk ligt er ook die persoonlijke gerichtheid in de uitverkiezing. Ik mag me als gelovige erover verblijden, dat de Heilige Geest mijn hart heeft bewogen en toegankelijk heeft gemaakt voor het Evangelie. De Geest heeft de akker van mijn hart geploegd en toebereid voor het zaad van het Woord. Dat heb ik niet gedaan, dat is Zijn werk. Er was niets in mijzelf dat God kan hebben bewogen mij te verkiezen. Ik heb die verkiezing ook niet mede bepaald. Bij Hem was dat al van eeuwigheid bekend. Kan ik dat begrijpen? Volstrekt niet. Mag ik het geloven? Met heel mijn hart! Want de Bijbel, Gods Woord, zegt het.

Daarom sta ik er steeds in verwondering bij en vraag mij steeds af: hoe is het mogelijk! Die verwondering over Zijn genade voor mij wordt steeds groter naarmate je ook steeds meer eigen falen, eigen zonde, dieper peilt en weet: "in mij woont geen goed" (Rom. 7:18). Dat te weten blijft niet een theologisch begrip van het verstand, maar een bevonden werkelijkheid van het hart. En ondanks die werkelijkheid toch… uitverkoren! Dat heeft Hij gedaan. Daarom kunnen we met heel ons hart zingen:
Ja, Zijn liefde zocht mij
en Zijn bloed dat kocht mij,
Door genade ben ik een kind van God!

Zangbundel JdH nr. 497

Ik mag me aan het wonder van de uitverkiezing vastklampen als de dagen donker zijn, als de dingen tegen zitten, als zonde, ziekte of dood heel dichtbij komen. Als je eigen broeders verkeren in heimelijke vijanden en ze je een strik spannen. Als dat niet van een vijand komt maar van een vriend… dan kan alles in je geestelijk leven wankelen, zoals David beschrijft in Psalm 55:13-15.

Je kunt gaan twijfelen aan je roeping, aan je bediening; je kunt je gaan afvragen "waar doe ik het allemaal voor?" Je kunt zelfs twijfelen aan je eeuwige behoud.

En dan is het wonder van de uitverkiezing een rots in de branding. "Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen" Joh. 15:16) zijn dan de woorden die de Here Jezus tot je spreekt in het diepst van je hart. "Ik heb je uitgekozen…!"

3. CHRISTUS' VERZOENEND WERK
Dit is misschien makkelijker te aanvaarden voor de moderne christen, omdat heel de Schrift en ook veel van onze geestelijke liederen dit onderschrijven:

"Door Uw genade Vader
mogen wij hier binnengaan.
niet door rechtvaardige daden,
maar door het bloed van het Lam.

Nooit konden wij zonder zonde
voor U staan.
Maar in Uw Zoon zijn wij schoon,
door het bloed van het Lam".

(Opwekking nr. 369)

We werden niet behouden door iets in of van onszelf. Het is alles door Gods genade en door het volbrachte werk van de Here Jezus. Het heil is uit God!

Gods reddingsplan voor de verloren mensheid komt uit Zijn Vaderhart, het is verwezenlijkt door de Zoon en het wordt toegepast aan ons leven door de Geest. Het offer van Christus aan het Kruis van Golgotha is bestemd voor hen die daardoor behouden worden. Van God uit gezien is het doel van Christus' lijden en sterven voor "een ieder die in Hem gelooft'. Er kan nooit sprake zijn van 'alverzoening', sterker nog… ons behoud hangt alleen maar af van Christus' offer en zelfs niet van ons geloof. Anders zou 'ons' geloof bijdragen tot onze verlossing en is het niet alleen maar Christus' offer. De volkomen genade weet: het is alles uit Hem. Daar mag ik zeker van zijn zelfs ten dage dat mijn geloof wankelt, wegebt, er soms helemaal niet meer is.

4. DE ONWEERSTAANBARE ROEPING VAN DE GEEST
Hierin liggen diepe bijbelse gedachten over de werking van de Geest in het leven van een mens. Het punt van de onweerstaanbare - men spreekt ook wel van de 'onwederstandelijke' - werking van de Heilige Geest is nauw verbonden met de vragen rond een al dan niet 'vrije wil' van de mens. Als een mens een vrije wil tot kiezen heeft vóór of tegen Christus zou dat weer bijdragen tot de gedachte dat het behouden worden van een mens afhangen kan, namelijk van zijn keuze. Dan zou hij dus toch nog bijdragen tot zijn eigen behoud, omdat hij zelf voor Christus gekozen heeft. Dat wijst Calvijn van de hand in het kielzog van Paulus' onderwijs. 'Hij is het die zowel het 'willen' als het 'werken' in ons werkt" (Fil. 2:13). Hierover nadenkend leert Calvijn dat de Wedergeboorte het geloof werkt. Wij zeggen gauw dat het andersom is, eerst geloof en dan wedergeboorte. Leggen we alles aan Gods kant, dan mogen we zeggen dat we door de Geest wedergeboren worden en dat dan geloof in ons wordt gewerkt, door die inwonende Geest.

Is er eerst geloof - namelijk geloof in ons, óns geloof - dan nemen we toch iets af van het volkomen genadewerk van Christus waarvan een zondaar afhankelijk is. Het is alles uit God. Daarom moet de bijbelse prediking altijd 'objectief' zijn vanuit het Woord. De Geest past dat Woord van God 'subjectief' toe in het leven van de hoorder. De prediker noch de hoorder kan daarop ook maar enige invloed uitoefenen. De prediker weet zich volkomen afhankelijk van de Heilige Geest. Daarom moeten zijn hart en zijn lippen rein zijn voor God opdat hij als een rein werktuig mag zijn in de handen van de Geest. De krachtige werking van de Geest bij de hoorders van het Woord Gods dat vanaf de kansel komen mag, is 'onwederstandelijk', overtuigt van zonde, drijft uit naar de Here Jezus als Redder en Here en brengt tot belijdenis van zonde. Onder de prediking van Gods Woord kan de drukkende hand des Heren op de toehoorders zijn, zodat zij uitroepen: "Wat moeten wij doen" (Hand. 2:37).

5. GODS BEWARENDE HAND
De gelovige wordt bewaard in het geloof en het nieuwe leven door de Heilige Geest. "Hij, die in u een goed werk is begonnen, zal dit ook voortzetten tot de dag van Christus Jezus" (Fil. 1:6). Dit is een wezenlijke leerstelling, die elke gelovige helpt en aanmoedigt. Je zult je geloof niet verliezen! Als je het hebt ontvangen, kun je het niet meer verliezen en als je het verliest dan heb je het nooit echt ontvangen. Geloofsafval is niet het noodlot dat een gelovige boven het hoofd hangt. Het bijbelse woord 'behouden worden' vinden we in de verleden tijd, in de tegenwoordige tijd en in de toekomende tijd. Het is begonnen in de eeuwigheid, in God, het wordt verwezenlijkt in ons leven en het leidt ons naar de toekomende heerlijkheid in Christus.

Over deze vijf grondslagen van kerkreformator Johannes Calvijn zou nog heel veel meer zijn te zeggen. Het is een onuitputtelijke bron van inspiratie omdat het put uit Gods eeuwig Woord, dat Woord doordenkt, ook in zijn uiterste consequenties en steeds weer Schrift met Schrift vergelijkend, helpt Gods heilshandelen te verstaan en recht te verkondigen. Het bewaart ons voor oppervlakkigheid. Het leidt ons naar de grazige weiden van de Bijbel. Om met die orthodoxe priester te spreken na afloop van bovengenoemde conferentie: "Ik ben vandaag in mijn hart geraakt. Ik heb besloten de Bijbel opnieuw te lezen en te bestuderen".

Feike ter Velde