Vertrouw op God

dr. Arie van der Rijst • 81 - 2005/06 • Uitgave: 7
Vertrouw op God



Ik heb heel lang de indruk gehad dat in Nederland, direct na de reformatie en de tachtig jarige oorlog, nagenoeg de gehele bevolking boven de rivieren zich bewust van het rooms katholieke geloof had afgewend en het calvinisme had aanvaard. Hoe meer ik echter over de kerkelijke situatie in de gouden eeuw lees, hoe meer ik genoodzaakt ben mijn mening bij te stellen. In de tijd van de reformatie was in het Groningse plaatsje Ter Apel de pastoor, onder druk, protestant geworden. Maar zijn denken was nog zo Rooms-Katholiek dat hij een jaar onder ‘curatele’ is gesteld. Na dat jaar heeft hij weer een geestelijk gesprek gehad en is met de hakken over de sloot herbenoemd. En deze pastoor was niet de enige in Nederland die het zo is vergaan. Uit de literatuur blijkt ook dat omstreeks 1600 in Noordelijk Nederland de grote meerderheid van de bevolking in hun denken nog Rooms-Katholiek was. Niet meer dan 10% van de bevolking boven de grote rivieren was toen ‘bewust’ calvinistisch. Wel was het zo dat, wie een staatsambt wilde bekleden, belijder van de kerk van de staat, d.w.z. van de Gereformeerde Kerk, moest zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de grote meerderheid van het calvinistische volksdeel, dat in de Gouden Eeuw leefde, weinig af wist van de beginselen van Calvijn. Zeer velen waren op een avond als Rooms-Katholiek gaan slapen en de volgende morgen als calvinist wakker geworden. Velen waren lid van de staatskerk omdat dat een voorwaarde was voor hun aanstelling. Het calvinistisch stempel, dat de Gouden Eeuw kenmerkt, was vooral te danken aan een kleine groep krachtige leiders. De levenswandel van het gewone volk liet in die tijd veel te wensen over. Zo is bekend dat in het midden van de zeventiende eeuw in Sluis, in een gemeente met ca. 1200 leden, er gewoonlijk een honderdtal leden om hun levenswandel gecensureerd werden. En Sluis was niet de enige plaats in Nederland waar de levenswandel van veel mensen te wensen over liet. Mensen die Gods geboden in hun dagelijkse leven gestalte wilden geven, die een integratie van geloof en leven nastreefden, werden preciesen of fi jnen genoemd. Dit zegt ook iets over de mentaliteit in die tijd. In wezen was in de zestiende en zeventiende eeuw in Nederland de godsdienstige beleving niet veel anders dan nu. Ook toen had bij zeer veel mensen, net als nu, God geen of nauwelijks een plaats in hun leven. Men had meer aandacht voor de eigen welvaart dan voor een leven met de Heer. En toch heeft God de Reformatie en de Nadere Reformatie gegeven. God heeft zich niet teruggetrokken maar is doorgegaan bij ons te zijn. Als we ons dat realiseren krijgen we weer hoop voor de toekomst. Geestelijk gezien lijkt de huidige situatie in Nederland verre van rooskleurig. Maar toch is er, ook in onze tijd, een roep naar een geestelijke opwekking te horen. God heeft Nederland niet afgeschreven. Ondanks onze ontrouw blijft Hij getrouw.



Dr. Arie van der Rijst