Vragen - jrg. 78-14

ds. Theo Niemeijer • 78 - 2002/03 • Uitgave: 14
Vragen

In Marcus 11:20-23 lezen we over de reactie van de apostelen over het verdorren van de vervloekte Vijgenboom. De Here Jezus antwoordt hierop: "Wie tot deze berg zou zeggen: werpt u in de zee, en in zijn hart niet zou twijfelen, maar geloven, het zal geschieden". Mijn vraag is nu:
• Mag je nu in plaats van "deze berg", met betrekking tot de rotskoepel, ook "steen" of "rots" lezen?
• Doelde de Here Jezus hier op de tempelberg of de Olijfberg?
• Sprak de Here Jezus hiermee over zijn toekomstig lijden en sterven?
• Zouden Joodse christenen in dit geloof de rotskoepel kunnen verwijderen?
Verder wil ik u nog vragen of ik in mijn testament ook rekening kan houden met de opname van de gemeente? Ik zou graag willen dat mijn bezittingen dan aan Israël toekomen. (J. K. te H)


Antwoord:
We lezen in Marcus, dat de Here Jezus onderweg was vanuit Betanië naar Jeruzalem. We weten niet precies waar Hij was toen Hij de Vijgenboom vervloekte en welke berg Hij bedoelde. Over het algemeen wordt aangenomen dat "het geloof, dat bergen verzette" een meer voorkomende uitdrukking was die we onder andere tegen komen in 1 Corinthiërs 13:2 en Mattheus 17:20. Het ging niet zozeer om die bewuste berg maar om het geloofsprincipe.
Ik geloof niet dat de Here Jezus hiermee doelde op de rotskoepel of op zijn toekomstig lijden en sterven. Wat betreft uw testament waarin u graag uw bezittingen, na de opname der gemeente, aan Israël wil vermaken, kan ik u geen raad geven. Juridisch zal men een begrip als opname niet kennen en als rechtsgeldig accepteren. Misschien is het mogelijk om aan de hand van de Bijbel daar een uitzondering op te maken? Ik weet het niet.


Ik heb verschillende keren meegemaakt dat ongehuwd samenwonenden niet langer in de gemeente welkom waren. Aan de andere kant komt het voor, dat zij wel toegelaten worden tot
het Avondmaal. Men zegt dan al gauw: "Een ieder beproeve zichzelf" (1 Corinthiërs 11:28) Wat is uw mening hierover? (F. E. te B.)


Antwoord:
Laat het duidelijk zijn dat samenwonen voor het huwelijk in de Bijbel gelijk staat met hoererij. Zelfs in het zondige Sodom lezen we over de dochters van Lot, die met geen man gemeenschap gehad hadden en zich rein bewaard hadden, terwijl ze op het punt stonden te trouwen! (Genesis 19:8).

De zonde van hoererij zal uit de gemeente geweerd dienen te worden. Ook de tafel des Heren dienen we, zover het voor ons mogelijk is, rein te houden. Wanneer deze zondige levenshouding bij de oudsten van de gemeente bekend is, zal hierover een vermanend gesprek gevoerd moeten worden. Bij het niet willen luisteren dient gemeentetucht te worden toegepast met als laatste stap de uitsluiting uit de gemeente. Juist in deze gezagsloze maatschappij dreigt de gemeente ook haar gezag te verliezen. Gemeenteleden zijn vaak niet meer bereid om het gezag van oudsten te accepteren en denken al gauw dat ze aan niemand verantwoording voor hun gedrag schuldig zijn. De gemeente moet duidelijk maken dat aansluiting bij de gemeente geen vrijblijvende zaak is,. maar een duidelijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt.


K. S. vraagt zich af op welke manier de opname der gemeente plaats zal vinden. Wordt ieder individueel opgenomen, zul je helemaal verdwijnen, of alleen geestelijk zodat het lichaam achterblijft? Wat gebeurt er met onze kleren, laten we die achter?

Antwoord:
We lezen over de Here Jezus dat Hij na zijn opstanding zo maar ineens verscheen (dwars door de dichte deuren heen) en ook zo plotseling weer verdween. Zo zal het ook bij de opname van de gemeente plaatsvinden. Paulus heeft het over een ondeelbaar ogenblik, een oogwenk, waarin we weggevoerd zullen worden. In 1 Corinthiërs 15:52 lezen we niet over het afleggen van ons aardse lichaam, maar over het veranderen van ons lichaam in een hemels lichaam. Zij, die reeds gestorven zijn zullen met een verheerlijkt lichaam opstaan. Het weinige dat van het begraven lichaam overgebleven is, al is het ook gereduceerd tot een asdeeltje, zal in een oogwenk tot een verheerlijkt lichaam opgewekt worden.
God, die in het begin Adam uit stof van de aardbodem gemaakt heeft, zal dan de, in stof teruggekeerde, lichamen weten op te wekken. De opstandings lichamen hebben ook allemaal een eigen identiteit en zijn als zodanig ook herkenbaar. Leest u maar 1 Corinthiërs 15:41. Bij deze eigen identiteit behoort ook de nieuwe naam, die we dan zullen ontvangen. Zeer waarschijnlijk zullen we onze oude klederen achterlaten en met nieuwe, witte klederen bekleed worden (Openb. 19:8).

De opname van de gemeente zal voor de gemeente in haar geheel op één moment plaatsvinden. Sommigen menen, dat alleen het waakzame gedeelte van de gemeente als reine bruid opgenomen wordt en dat de rest van de gemeente door de grote verdrukking behouden wordt, maar dit is in tegenspraak met 1 Thessalonicenzen 4:14 waar we kunnen lezen dat geloof in het sterven en opstaan van Christus voldoende blijkt te zijn. We geloven ook niet, dat de gemeente in tweeën gedeeld zal worden. De gemeente wordt namelijk als één lichaam beschreven en bij de opname wordt het hemelse Hoofd met het aardse lichaam, de gemeente, voor altijd verenigd.


Ik ben ervan overtuigd dat er geen hel bestaat. De Here Jezus is ook niet in de hel geweest, maar in het dodenrijk. De mens, die Hij naar zijn beeld geschapen heeft, laat de Here God echt niet voor eeuwig in de hel branden. We leven nu in de derde aioon en met het vrederijk begint de vierde aioon. Na het vrederijk begint de vijfde aioon, waarin de ongelovigen geoordeeld zullen worden, maar deze aioon zal ook weer eindigen, zodat uiteindelijk iedereen behouden zal worden. (A. P. te T.)

Antwoord:
De Bijbel vertelt ons over mensen die verloren of behouden worden. De Here Jezus heeft de uiterste prijs betaald om de verloren mens te vinden. Mensen die buiten Christus om behouden denken te worden en denken zelf wel goed genoeg te zijn, verwerpen op een smadelijke manier het kostbare offer van de Here Jezus aan het kruis op Golgotha. De Here Jezus heeft de gevolgen van de zonden aan het kruis ondergaan. Daar - en toen heeft Hij de hel geproefd met als climax toen Hij in zijn God-verlatenheid zijn eenzaamheid uitriep. De hel is wel degelijk een bijbelse uitdrukking en wordt vaak vergeleken met het Gehenna, volgens de Joodse traditie het Kidrondal, waar de goddeloze volkeren hun kinderen verbrandden. De uitdrukking "Hel" komen we regelmatig in de Schrift tegen als de plaats waar God de goddelozen eeuwig zal oordelen. De alverzoening wil ons doen laten geloven, dat aan dit eeuwig oordeel ook weer een einde zal komen. Wanneer dit zo is, dan zal aan de eeuwige zaligheid ook weer een einde komen!!! In Openbaring 20:10 lezen we over het oordeel in de "poel des vuurs" alwaar de ongelovigen tot in alle eeuwigheden gepijnigd zullen worden. De uitdrukking "tot in alle eeuwigheden" is mijns inziens zonder einde! De alverzoeningsleer doet dit bijbelvers erg veel geweld aan door te zeggen dat aan het eeuwig oordeel ook weer een einde zal komen. Zeker kan het woord "Eeuwig" met "Aioon" vertaald worden, waarmee een begrensde tijd van b.v 1000 jaar bedoeld kon worden. Maar de uitdrukking "tot in alle aionen" gaat dit alles te boven.

ds. Theo Niemeijer